Hoe houd je de wijzende vinger in de broekzak bij publiek-private samenwerking?

Hoe kunnen we de publieke en private samenwerking in Nederland versterken in plaats van naar elkaar te wijzen? Dit is een vraag die meer dan ooit aan de orde is. Want voor 2040 moeten er in Nederland 900.000 nieuwe woningen bijkomen dus enige haast is geboden. Zowel de private als de publieke partijen willen wel en zien de noodzaak, maar tijdens de samenwerking knelt de schoen nog te vaak. Is dit tij nog te keren?

Voordat moderator Tom van ’t Hek de discussie startte nam Provada eigenaar Peter Schreuter het woord en benadrukte het belang van een goede samenwerking tussen alle partijen. Schreuter ziet voor Provada hierin een belangrijke rol weggelegd. “Het is bijna het belangrijkste wat we doen.”

Het panel tijdens deze sessie bestond uit Maarten Hoorn (themacoördinator Verstedelijking en Transformatie bij Platform31), Lisette Nijs  (Directeur Projecten Stedelijke Ontwikkeling Gemeente Den Haag), Theo Rook (regiodirecteur bij ontwikkelende bouwer Van Wijnen regio West), Anne van Eldonk (partner en voorzitter bij Fakton) over deze uitdaging.

Randvoorwaarden
Hoorn bracht een aantal actuele trends en uitdagingen en knelpunten in beeld. Aan de kant van de trends wees Hoorn op de decentralisatie binnen de overheid. Er moet te vaak op verschillende niveaus beslissingen worden gemaakt. En heeft men ook nog rekening te houden met andere opgaves zoals verduurzaming en betaalbaarheid. En dan werden onderwerpen als stijgende bouwkosten en rentes niet eens genoemd.  

Anne van Eldonk: “De partijen spreken elkaars taal niet. Doordat men elkaar niet begrijpt, kan geconditioneerd wantrouwen de overhand krijgen.” Wat is er nodig om dit probleem op te lossen? Hoorn stelt dat een gebiedsontwikkeling moet voldoen aan een aantal randvoorwaarden, waaronder:

  • Transparantie en vertrouwen
  • Continuïteit en rust
  • Speculatie en grondbeleid
  • Duidelijke samenwerkingsconstructies

Lisette Nijs noemt het een mooie opsomming en erkent: “We gaan ervan uit dat we elkaar begrijpen, maar vaak is dat niet zo.” Daarnaast stelt zij dat het van belang is om elkaar ook te ontmoeten. Daar werd men de afgelopen twee jaar natuurlijk wel in beperkt. “Hier tijdens Provada zit het wel goed met het vertrouwen, maar het moet daarna ook nog doorsijpelen in de verschillende organisaties”, zegt Nijs.

Wijzende vingers dieper in de broekzakken laten
Het beeld dat ‘publiek’ over ‘privaat’ heeft is dat zij alleen uit zijn op winst en vice versa vinden ontwikkelaars en bouwbedrijven dat gemeentes te veel en te vaak bezig zijn met het stapelen van ambities.  Maar als we voor 2040 de beoogde 900.000 nieuwe woningen willen bouwen dan moet men liever gisteren als vandaag afscheid nemen van die denkbeelden en de mouwen opstropen en de wijzende vingers diep in de broekzakken laten zitten.

De wens van Theo Rook is om samen te werken aan een langetermijnvisie. Een visie die veel verdergaat dan de vier jaar waarvoor een college wordt gekozen. Want niet zelden sneuvelen goede plannen bij het aantreden van een nieuw gemeentebestuur en moet men weer van voren af aan beginnen. Anne van Eldonk zou graag zien dat er voor gebiedsontwikkelingen sneller een ‘point of no-return’ kan worden ingebouwd. Als toehoorder zie ik hier overigens een taak weggelegd voor Hugo de Jonge.

Gezamenlijk belang
Rook denkt dat er veel meer bereikt kan worden wanneer alle betrokken partijen het gezamenlijke belang vooropstellen en op de koop toe nemen dat sommige schakels in het proces misschien met minder genoegen moeten nemen of worden teleurgesteld.” Nijs reageert: “Je moet eerst alle belangen kennen voordat je een afweging kunt maken. Bij private partijen zal dat makkelijker gaan dan bij de publieke partijen.” Ondergetekende ziet overigens maar één belang in deze kwestie: en dat is het creëren van meer woningen. Punt. Dat kunnen de bouwers en ontwikkelaars niet zonder de overheden en andersom. Er zal aan beide kanten water bij de wijn moeten worden gedaan.

Rook is duidelijk: “We hebben vandaag nog niet de benodigde locaties voor de woonbehoefte van morgen. Niet in de laatste plaats door de regelgeving.”  Is dit op te lossen door bijvoorbeeld samenwerkingsconstructies tussen publiek en privaat eerder te formaliseren in een publiek private samenwerking (PPS) en de mogelijkheid te hebben om deze samenwerkingsvorm verder bij de gemeenteraad weg te houden? Want bij PPS bemoeit de overheid zich niet met de inhoud.

Een scheiding der machten zou kunnen helpen
Hoorn denkt dat meer tijd investeren om elkaar beter te leren kennen ook kan bijdragen. Maar ja, die tijd hebben we volgens mij niet. Een dame uit het publiek gaf de panelleden overigens nog wel interessant ‘food for thought’ en vroeg zich hardop af of men standaard een derde onafhankelijke partij aan tafel moest hebben bij gesprekken over gebiedsontwikkelingen om zo sneller tot een besluit te kunnen komen. Een scheiding der machten dus.



Reacties


Laatste nieuws