BREEAM-NL reportage: het verhaal achter de vijf sterren van het Rijksmuseum

Bart van der Vaart van de Dutch Green Building Council bracht onlangs een bezoek aan het, met vijf BREEAM-sterren bekroonde, Rijksmuseum in Amsterdam. Een bezoekje dat uitmondde in een bijzondere rondleiding waar een leuk en interessant verslag van werd gemaakt.

Naast De Nachtwacht, Het Melkmeisje en ontelbaar veel andere kunstschatten herbergt het Rijksmuseum sinds eind 2020 ook een vijfsterren BREEAM-certificaat. Om precies te zijn op een speciale groene muur bij de personeelsingang, waar zij ook hun tips kunnen achterlaten om het Rijksmuseum nóg groener te maken. Reden genoeg voor DGBC om een bezoekje te brengen aan de moeder der musea. Een bezoekje dat uitmondde in een bijzondere rondleiding.

Waarom verduurzamen?
De speciale privé-tour vindt plaats onder leiding van Karen Keeman (Hoofd Facilitair Bedrijf en Brique Sibbing (Technisch Begeleider). Beiden zetten zich dagelijks in voor het verduurzamen van het museum en starten hun verhaal in het indrukwekkende atrium. Op de vraag waarom het Rijksmuseum ooit is begonnen met verduurzamen antwoordt Keeman: “Waarom zou je het niet doen?” Ze werkt hier sinds 2003 en zag in de afgelopen jaren de duurzaamheidsinspanningen steeds verder vorm krijgen.

“Duurzaamheid is een breed begrip en je kunt er alle kanten mee op. Het begint met een doelstelling, maar je wilt het vervolgens ook kunnen meten. Zo kwamen we via-via bij BREEAM-NL terecht”, legt Keeman uit. Tijdens de nulmeting eind 2015 kwam het Rijksmuseum uit op twee sterren, waarna het BREEAM-traject in 2016 van start ging. In 2017 werd het huwelijk beklonken met een viersterrencertificaat en in 2020 volgden de veel geprezen vijf sterren. “Zeker omdat dit een oud gebouw is (1885 red.), zijn we daar echt wel trots op.” In de afgelopen jaren is er daarom ook hard gewerkt om tot dit resultaat te komen. Zo is bijvoorbeeld het energiegebruik fors teruggebracht. En in de komende jaren wil het museum alle soorten energie jaarlijks met 2% verminderen. Daarnaast werd in 2019 ruim 16% minder gas verstookt dan het jaar ervoor. Ook het watergebruik en de hoeveelheid afval zijn de afgelopen jaren flink gereduceerd. Het waterverbruik per bezoeker is zelfs met 13% afgenomen.

Een tweede leven
Het aanpakken van het afval, dat licht Keeman graag toe: “Bij verduurzaming gaat het vaak over energie, maar het is veel meer dan dat. In het kader van BREEAM hebben we ons afval nog maar eens goed onder de loep genomen. Daardoor staan er nu gescheiden inzamelbakken door hele museum.” En ook andere afdelingen werden meegenomen in het beleid. Keeman geeft als voorbeeld de tentoonstelling Carravaggio-Bernini: Barok in Rome, die geheel volgens de circulaire gedachte een tweede leven heeft kregen. “We gaven aan de tentoonstellingsbouwer de opdracht om hergebruikt materiaal te gebruiken dat wij grotendeels ook weer konden hergebruiken. Zo hebben we de stoffen die zijn gebruikt om wanden te bespannen teruggegeven aan de leverancier, die het heeft geschonken aan een sociale instelling. En de bankjes van destijds worden nu wederom ingezet bij de tentoonstelling over slavernij. Zo gaan we steeds verder in het creëren van bewustzijn: welke materialen gebruiken we en wat kunnen we er later mee doen?”

Energiering onder de grond
De tour verplaatst zich vervolgens van het atrium naar een plek die voor bezoekers onbekend terrein zal blijven. Keeman’s collega Sibbing, inmiddels vier jaar werkzaam bij het Rijksmuseum leidt ons naar de kelders, waar de imposante energiering gehuisvest is. De energiering bevindt zich vijf meter onder de grond en is in totaal 600 meter lang. Sibbing legt uit dat de energiering een cruciale rol speelt: “In de energiering wordt de energie die in het energiecentrum wordt opgewekt, rondgepompt onder het museum. Hiermee zorgen we ervoor dat het klimaat in de zalen voor zowel de kunst als de bezoekers op orde is. Het behouden van de kunst is voor ons natuurlijk prioriteit nummer 1, maar dat proberen we wel op een zo duurzaam mogelijke manier.”

Overtollige warmte
In het gangenstelsel van de energiering vertelt Sibbing over de wko, die 160 meter onder grond zit. Hier wordt warmte en kou opgeslagen op een duurzame en efficiënte manier. “Toen we met BREEAM begonnen was de energiebalans niet in orde. We hadden heel veel warmte over, iets dat we op voorhand bij een gebouw uit 1885 niet hadden verwacht, legt Sibbing uit. “Het kwam met name door de bezoekers, die veel warmte mee naar binnen namen. En zo hadden we eigenlijk meer warmte dan koude in je bron waardoor de balans niet op orde was.” De bestaande koeltoren werd omgebouwd, maar inmiddels is er voor overtollige warmte ook een andere bestemming gevonden. “Die gaan we inzetten in onze omliggen gebouwen, bijvoorbeeld het Ateliergebouw en het Bureaugebouw. We kunnen zelfs zoveel warmte hergebruiken dat sommige van onze omliggende panden hierdoor van het gas af kunnen.”

Het dak op
Die omliggende panden zijn op een later moment in de rondleiding te zien vanaf een bijzondere locatie van het Rijksmuseum, waar je ook met een standaard bezoekerskaartje niet snel zult komen. Sibbing wil ons graag de top van het gebouw laten zien en neemt ons mee het dak op. “Vanuit de torens heb je een fenomenaal uitzicht, het is een van mijn favoriete plekken van het museum.” Ze blijkt niet de enige te zijn met een voorliefde voor de torens. Zo heeft afgelopen jaar ook een slechtvalk intrek genomen in een van de klokkentorens, en speciaal voor de snelste vogel ter wereld heeft het Rijksmuseum een nestkast gebouwd. “Een upgrade van de rondom BREEAM veelbesproken vleermuizenkast”, lacht Sibbing.

Bewaren tot in de eeuwigheid
Van grote hoogte dalen we af, terug naar daar waar het Rijksmuseum vrijwel altijd in een adem mee wordt genoemd: De Nachtwacht. Terwijl op de achtergrond Rembrandts grootste schilderij door experts met een uiterste precisie wordt onderzocht ter voorbereiding op restauratie, neemt Keeman het stokje weer over van haar collega. De restauratie onderstreept het verhaal dat Keeman vervolgt: “Wij zijn als museum in de kern heel duurzaam. Wij bewaren spullen tot in de eeuwigheid, die vaak al eeuwen oud zijn. En we blijven kijken hoe we dat op een zo duurzaam mogelijke manier kunnen doen.” Ook met de vijf sterren aan de muur, blijft de ambitie onverminderd hoog. “In 2016 hebben we een aantal speerpunten benoemd: duurzaamheid, diversiteit en inclusiviteit. Duurzaamheid hoort ook in de toekomst nadrukkelijk in dat rijtje thuis.”

En dus zijn er ook zeker nog wensen om de duurzaam ingeslagen weg verder vorm te geven. Keeman hoopt vurig op een mogelijkheid om zonnepanelen op het museum te installeren. “Het is een monumentaal pand, dus dat maakt het nu nog ingewikkeld, maar tegenwoordig zijn er zoveel mooie panelen, daar moet een oplossing voor te vinden zijn.” En dan is er nog het opvangen van regenwater, waarvoor ze nadrukkelijk kansen ziet: “Nu gaat het rechtstreeks de bodem in, maar we kunnen het ook opvangen en gebruiken voor de bewatering van de tuinen.” Verder ziet ze mogelijkheden buiten het museum. “Het is goed om eens te kijken welke rol het museum speelt in de stad Amsterdam en hoe we kunnen bijdrage aan grootschalige verduurzaming.”  

Haalbare doelen
Kortom, duurzaamheid zal met het meest recente BREEAM-certificaat niet van de agenda verdwijnen bij het Rijksmuseum. Voor het werken met BREEAM binnen culturele centra heeft ze ook nog wel advies om het maximale uit een certificering te halen. “Stel jezelf haalbare doelen en doe het in kleine stapjes”, zegt ze terwijl we weer zijn aanbeland in het atrium. “Zorg dat je hele organisatie ervan doordrongen is, dat je met BREEAM gaat verduurzamen en wat daarvoor nodig is. Onze directie was direct een groot voorstander van dit traject en heeft dat ook overal onderschreven. Dat helpt.” Sibbing vult haar aan: “Ik kan dat vanuit de praktijk echt onderschrijven. Het is prettig om te zien dat er serieus wordt gekeken naar het thema verduurzaming en de voorstellen die je doet. Dat je een bijdrage levert aan een positief resultaat en dit kunt aantonen maakt ons werk heel waardevol.”

Reacties

Lees onze special over Hoogbouw Special