Duidelijkheid over de reikwijdte van de legessanctie

Het houdt de gemoederen al even bezig: geldt de legessanctie alleen voor de toets aan het bestemmingsplan of voor alle werkzaamheden die moeten worden verricht voor een aanvraag die verband houdt met een te oud bestemmingsplan?

Deze vraag is door de Hoge Raad in een arrest van 17 november jl. beantwoord: de legessanctie geldt voor alle aspecten waaraan de aanvraag die verband houdt met het bestemmingsplan moet worden getoetst. De legessanctie geldt ook als voor het bouwplan moet worden afgeweken van het te oude bestemmingsplan.

Legessanctie
Voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet men normaal gesproken leges betalen. In art. 3.1, vierde lid Wro is echter geregeld dat het gemeentebestuur geen leges mag invorderen voor diensten die verband houden met een bestemmingsplan dat meer dan tien jaar geleden is vastgesteld en waarover niet expliciet is besloten de termijn van dit bestemmingsplan met maximaal tien jaar te verlengen.

Die sanctie geldt voor bouwactiviteiten, maar ook voor andere werkzaamheden die verband houden met een bestemmingsplan, zoals aanleg- en sloopwerkzaamheden. Met die sanctie, inmiddels beter bekend als de legessanctie, is beoogd om gemeenten ertoe te bewegen dat zij tijdig bestemmingsplannen actualiseren. Laten zij dat na, dan lopen ze immers geld mis.

Afzwakken
Ongeveer twee jaar geleden beschreef ik in deze column dat gemeenten op verschillende manieren hebben geprobeerd de legessanctie af te zwakken, bijvoorbeeld door bij een aanvraag over een locatie binnen een te oud bestemmingsplan alleen een korting (van bijvoorbeeld 10% of 25%) op de leges te verlenen. Die korting zou dan gelijk staan aan dat deel van de werkzaamheden dat nodig is om het bouwplan aan het bestemmingsplan te toetsen. De werkzaamheden voor de toets aan andere regelgeving (zoals het Bouwbesluit) worden dan wel in rekening gebracht. Een voorbeeld van zo’n korting is te vinden in (de artikelen 2.3.1.1.4 en 2.3.2.2 van) de tarieventabel van de legesverordening van de gemeente Vlissingen.

Het was lang de vraag of een dergelijke korting past binnen de wet.

De Hoge Raad oordeelt, legessanctie ziet op hele toetsing
De Hoge Raad heeft die vraag in het arrest van 17 november 2017 eindelijk beantwoord. De Hoge Raad oordeelt dat de omstandigheid dat het gemeentebestuur in het kader van de behandeling van de aanvraag werkzaamheden van verschillende aard moet verrichten en daarbij verschillende toetsingskaders moet hanteren in dit verband van geen belang is. De volledige aanvraag moet worden aangemerkt als verstrekte dienst die verband houdt met het bestemmingsplan en de legessanctie geldt daarmee dan ook voor de volledige aanvraag. Het slechts toepassen van een korting voor de bestemmingsplantoets is dus niet toegestaan.

In deze zaak stond daarnaast ter discussie of een aanvraag voor een omgevingsvergunning om af te wijken van het te oude bestemmingsplan ook wordt getroffen door de legessanctie. Het verzochte bouwplan paste namelijk juist niet binnen het oude bestemmingsplan, dus men zou zich kunnen afvragen of een dergelijke omgevingsvergunning een dienst is die verband houdt met het bestemmingsplan.

De Hoge Raad oordeelt daarover dat de legessanctie ook van toepassing is op een aanvraag voor een Wabo-projectbesluit (art. 2.12, eerste lid, onder a en onder 3 Wabo). In dit arrest staat niet expliciet dat de legessanctie ook van toepassing is bij afwijking van het bestemmingsplan middels de kruimelregeling (art. 2.12, eerste lid, onder a en onder 2 Wabo), maar gezien de brede formulering die wordt gehanteerd lijkt dit wel het geval.

Toetsdatum legessanctie
In het arrest maakt de Hoge Raad ook duidelijk dat voor de vraag of de legessanctie van toepassing is moet worden gekeken naar het moment waarop de desbetreffende aanvraag daadwerkelijk in behandeling is genomen (let wel: dat is niet per se hetzelfde moment als het indienen van de aanvraag, bijvoorbeeld als er sprake is van een onvolledige aanvraag).

Dat betekent dat als na het in behandeling nemen van de aanvraag, maar voor het beslissen op de aanvraag een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld, de legessanctie dus van toepassing blijft.

Reeds onherroepelijke legesnota’s
Interessant is nu wat er moet gebeuren met reeds onherroepelijke legesnota waarvan nu blijkt dat zij evident in strijd zijn met art. 3.1, vierde lid Wro. De desbetreffende gemeente heeft die vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. Die vraag wordt echter niet beantwoord, omdat die vraag deze specifieke kwestie te buiten gaat.

Conclusie
Als gevolg van het arrest van de Hoge Raad is nu duidelijk dat:

1. De legessanctie ziet op alle werkzaamheden die voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of andere activiteiten die verband houden met het te oude bestemmingsplan moeten worden uitgevoerd;

2. De legessanctie ook van toepassing is bij een bouwplan waarvoor moet worden afgeweken van het te oude bestemmingsplan;

3. Voor het van toepassing zijn van de legessanctie het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag van belang is en dus niet het moment dat op de aanvraag wordt beslist.

Omdat in veel legesverordeningen (zoals in de hiervoor genoemde legesverordening van Vlissingen) nog de hiervoor beschreven korting is opgenomen, valt zeker niet uit te sluiten dat de komende tijd onjuiste legesnota’s zullen worden opgelegd. Het is dan ook ten zeerste aan te raden de nog niet onherroepelijke en nog te ontvangen legesnota’s de komende tijd kritisch te bekijken. Verder is het de vraag wat er moet gebeuren met reeds onherroepelijke legesnota waarvan nu blijkt dat zij evident in strijd zijn met art. 3.1 vierde lid.


Robin Evens is advocaat Omgeving en Overheid bij Poelmann van den Broek Advocaten in Nijmegen. Voor vragen of opmerkingen is hij bereikbaar via r.evens@pvdb.nl en 024 381 1443.

 

Reacties