Harry Platte over de woonzorgopgave in vergrijzend Nederland

'Samenwerken is het nieuwe concurreren'

Harry Platte over de woonzorgopgave in vergrijzend Nederland

Harry Platte trad in mei 2025 aan als bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland. Met ervaring bij Ymere en als bestuurder van Parteon staat hij nu voor een van de grootste maatschappelijke opgaven van deze tijd: voldoende betaalbare en passende huisvesting voor een snelgroeiende groep senioren. In dit interview spreekt hij over zijn achtergrond, eerste indrukken en visie op de toekomst van wonen, zorg en welzijn.

HPP: Wie is Harry Platte, wat is je achtergrond?
HP: Ik groeide op de Veluwe in een gezin met vijf kinderen. Studeren was in mijn familie geen vanzelfsprekendheid, maar ik ontdekte al vroeg mijn interesse voor economie en vastgoed. Na mijn studie werkte ik bij adviesbureaus en later bij Ymere, waar ik in aanraking kwam met de professionalisering van vastgoedbeheer. Een periode in Cambridge bracht me in contact met internationale inzichten in institutioneel vastgoed. Daarna werd ik bestuurder bij Parteon. Sinds mei 2025 ben ik bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland.

HPP: Hoe waren je eerste honderd dagen bij Woonzorg Nederland?
HP:
Mijn prioriteit was snel naar buiten gaan. Woonzorg is actief in bijna heel Nederland, dus ik wilde de regio’s en de huurders leren kennen. Samen met mijn collega-bestuurder Marjan van Bergen bezoek ik regelmatig regionale kantoren. Ik vind het belangrijk om niet alleen de systeemwereld van beleid en cijfers te begrijpen, maar vooral de leefwereld van onze huurders en zorgpartners.

HPP: Wat zijn volgens jou de belangrijkste uitdagingen in de seniorenhuisvesting?
HP:
Nederland vergrijst in hoog tempo. Over 25 jaar is een kwart van de bevolking ouder dan 65. Het aantal 80-plussers, vaak met een grotere zorgbehoefte, groeit explosief. Tegelijkertijd hebben we nu al moeite om genoeg zorgpersoneel te vinden. Als we niets doen, lopen we recht op een zorginfarct af. Dat vraagt om fundamentele keuzes in hoe we wonen en zorgen organiseren. Het is een samenlevingsvraagstuk, niet alleen een financieel of personeelsprobleem.

HPP: Welke rol speelt bewustzijn daarbij?
HP:
Bewustzijn is cruciaal. Mensen zien zichzelf vaak langer als vitaal en wachten met nadenken over passende woonvormen. Maar als we willen voorkomen dat ouderen te lang in ongeschikte woningen blijven, moeten we eerder alternatieven aantrekkelijk maken. In Finland zag ik bijvoorbeeld gemeenschappen waar je al op je vijftigste kunt intrekken, zodat je meebouwt aan een leefgemeenschap en later kunt rekenen op steun van anderen. Zulke concepten verdienen ook in Nederland aandacht.

HPP: Zijn er genoeg woningen voor senioren?
HP:
Het beeld is dat er te weinig ruimte is, maar in feite hebben we woningen genoeg, alleen zitten veel ouderen in grote huizen die niet meer passen bij hun levensfase. Doorstroming is daarom belangrijk. Tegelijk moeten we sneller en slimmer bouwen. Industrieel en modulair bouwen kan helpen om tijd en kosten te besparen. Nieuwbouw alleen is echter niet genoeg; we moeten ook bestaande flats en complexen aanpassen, zodat mensen er langer zelfstandig kunnen wonen.

HPP: Welke rol zie je voor de overheid?
HP:
De overheid speelt een sleutelrol, maar beleid is nu vaak versnipperd. Er is een roep om meer mantelzorg, maar ook om meer arbeidsparticipatie. Dat botst. Er zijn talloze rapporten verschenen, maar de samenhang ontbreekt. Investeren in preventie en welzijn kan veel zorgkosten besparen. Zoals mijn voorganger zei: 'een onsje welzijn scheelt een kilo zorg.' Om dat te realiseren moeten verschillende domeinen – wonen, zorg en welzijn – beter samenwerken en ook gezamenlijk gefinancierd worden.

HPP: Hoe kan de businesscase sluitend worden?
HP:
Veel zorgpartijen trekken zich terug omdat vastgoed niet rendabel lijkt. Als corporatie kunnen wij niet alles oplossen. De uitdaging is om de bredere maatschappelijke waarde in de businesscase mee te nemen. Investeren in een zorgcoördinator of ontmoetingsruimte kost weinig, maar voorkomt hoge zorgkosten later. Als we een deel van die besparing aan de voorkant kunnen inzetten, wordt de businesscase vanzelf sterker. Het gaat dus om een bredere definitie van rendement.

HPP: Wat is jouw visie op de rol van Woonzorg Nederland?
HP:
Wij willen bijdragen op drie manieren: bewustzijn vergroten, de bestaande voorraad aanpassen en nieuwbouw realiseren in samenwerking met zorg- en welzijnspartijen. Woonzorg kan niet in haar eentje de hele opgave oplossen, maar we hebben 80 jaar ervaring in seniorenhuisvesting en willen die kennis breed delen. Ik zoek nog uit waar we de meeste impact kunnen maken, maar samenwerking staat centraal. Samen leren, uitproberen en stap voor stap verder komen.

HPP: Hoe kijk je naar de betaalbaarheid voor huurders?
HP:
Betaalbaarheid is een blijvende zorg. Veel ouderen leven van een bescheiden inkomen. De afgelopen jaren is de huurquote gelukkig niet gestegen, maar bewoners voelen wel de druk van stijgende kosten. Corporaties hebben hun reserves grotendeels aangesproken; er is weinig ruimte om verliezen te compenseren. Dat betekent dat nieuwbouw en renovatie financieel echt haalbaar moeten zijn. Anders kan het simpelweg niet doorgaan.

HPP: Tot slot, wat is voor jou de waarde van het HPP-lidmaatschap?
HP:
Voor mij is HPP waardevol omdat het samenwerking stimuleert. Het traditionele denken in schaarste, wat ik heb, heb jij niet, is niet houdbaar. Samenwerken is het nieuwe concurreren. HPP vervult daarin een unieke rol: het biedt een platform waar partijen elkaar vinden, kennis delen en samen nieuwe oplossingen ontwikkelen.

 



Reacties


Laatste nieuws