Succesvolle noodopvang Oekraïners: lessen voor andere doelgroepen

Het regelen van de opvang van de Oekraïense vluchtelingen laat zien dat acute tijdelijke huisvesting snel opzetten wel degelijk mogelijk is. Tijdens een bijeenkomst van Vastgoedjournaal hierover waren er diverse succesverhalen te horen. Maar waarom lukt snel tijdelijke huisvesting realiseren voor deze doelgroep wel en is het voor andere groepen al jaren heel moeilijk? Welke lessen kunnen er van deze crisis geleerd worden?

“Het was allemaal binnen drie weken geregeld. Onze eerste uitvraag hiervoor kwam vanuit de gemeente Tilburg. Wij beheren een aantal leegstaande panden voor hen en één locatie wilden zij inrichten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Zij vroegen onze hulp hierbij en dat betekende voor ons op dat moment: alle hens aan dek! Onze dienstverlening gaat hierbij heel ver, want zo managen we hier ook de schoonmaak, catering en beveiliging, waar mogelijk met hulp van lokale aanbieders." Aan het woord is Jolijn van den Hengel, CCO van Mosaic World en nu vooral vertellend namens Monoma. Het is dit onderdeel van Mosaic dat gespecialiseerd is in (tijdelijke) huisvesting en het creëren van gemeenschappen in leegstaande panden.

Levendige discussie
Aan de ronde tafel zitten verder Irene Houtsma van de gemeente Amersfoort, Jeroen van der Putten van gemeente Hoorn en Marian Evers van de gemeente Venlo. Onder leiding van Bart Krol, ex-gedeputeerde van de provincie Utrecht, vertellen ook zij dat er in hun gemeenten snelle opvang geregeld kon worden (zie kaders). De inbreng van de ervaringsdeskundigen in het publiek maken van de bijeenkomst een levendige en leerzame discussie. (tekst gaat verder onder de afbeelding)

Van den Hengel vertelt verder: “In zo’n proces is de communicatie naar de buurt en andere stakeholders ook zeer belangrijk. Wat kunnen zij verwachten. In Tilburg is de buurt goed geïnformeerd,en die reageerde heel positief. Veel buurtbewoners zijn vrijwilliger geworden, bijvoorbeeld voor het in elkaar zetten van meubilair.” 

Arbeidsmigranten
Maar wat voor Oekraïense vluchtelingen wel mogelijk blijkt, is voor andere doelgroepen veel lastiger te realiseren. Marian Evers: “ In Venlo hebben we geprobeerd leegstaande kantoorruimte geschikt te maken voor tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten. Door één bezwaarmaker uit de buurt ging dat echter niet door. Wellicht dat het wel zou lukken als we er Oekraïense vluchtelingen zouden opvangen.” (tekst gaat verder onder het kader)

Waarom lukt snel tijdelijke huisvesting creëren wel voor deze groep vluchtelingen en niet voor andere doelgroepen die ook in acute nood zitten?
“Never waste a good crisis”, zo zegt Jeroen van der Putten van gemeente Hoorn. “Laten we de lessen die we nu leren ook op andere momenten toepassen. Met Oekraïne hebben we ineens doorzettingsmacht doordat iedereen wil. Wat echter ook meehelpt is dat er nu een noodwet van kracht is waardoor we locaties kunnen toewijzen zonder tussenkomst van de gemeenteraad.” (tekst gaat verder onder het kader)

Geen formele inspraak
Een vertegenwoordiger van de gemeente Amsterdam in het publiek zegt al langer ervaring te hebben met dit soort noodwetgeving, ontstaan vanuit de vluchtelingencrisis uit Syrië. Voor de noodmaatregelen zijn geen formele inspraakprocedures nodig, zo is afgesproken met de raad. Wel informeert de gemeente de buurt altijd uitgebreid. En er vindt spreiding van de tijdelijke opvanglocaties plaats: er wordt goed gekeken in de stad waar het kan. Op de opvanglocaties voor vluchtelingen worden bovendien ook andere doelgroepen gehuisvest, zoals studenten en statushouders. Die mix werkt goed, zo vindt de gemeente Amsterdam. Juridisch zijn er nog geen problemen geweest met deze trajecten. 

In de inspraakverordening is geregeld dat aanwijzing van locaties kwetsbare groepen geen formele inspraakprocedure plaats vindt. Na aanwijzing van de locaties als tijdelijk huisvestingsproject worden de buurt en stakeholders uitgebreid betrokken, conform afspraak met de raad. In de vergunningstrajecten hebben we natuurlijk te maken met de formele beroep en bezwaarmogelijkheden.

Een jurist uit het publiek voegt hieraan toe dat de wetgeving op zich wel handvatten biedt om met noodopvang om te gaan. Belangrijk is in deze gevallen altijd goed te motiveren wat de grondslag voor een bepaalde keuze is. De Raad van State laat deze motivaties zwaar wegen. 

Mixen heeft meerwaarde
Het mixen van doelgroepen beperkt de financiële risico’s: de toestroom van vluchtelingen fluctueert nogal. In het geval van de Oekraïners geldt ook nog dat zij een vrije bewegingsvrijheid door heel Europa hebben, dus kunnen komen en gaan wanneer ze willen. Maar alle aanwezige ervaringsdeskundigen benadrukken dat de belangrijkste reden om doelgroepen te mixen is dat het samenwonen an sich een grote meerwaarde biedt.

Irene Houtsma: “Het mixen van kwetsbare groepen was bij Het Plot in Amersfoort een expliciete ambitie. Met dit project willen we een tijdelijke woongemeenschap creëren waar mensen met verschillende achtergronden ieder een eigen plek hebben en samen leven. Met de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en activiteiten te ontplooien en elkaar te steunen, als dat nodig is. Voor de meeste mensen is dit de eerste stap in hun wooncarrière. Mensen leren van elkaar, is onze ervaring.” (tekst gaat verder onder het kader)

Ook Van den Hengel ziet dat terug bij de locaties van Monoma, waar al langer bewust gemixt wordt: “De sociale mix is spannend, maar het werkt echt. In al onze projecten doen we aan community building. Er is altijd een huismeester en we hebben in al die jaren geleerd dat de dynamiek vaak heel positief is, maar dat ingrijpen soms ook nodig is. Een mooi voorbeeld van deze mix is onze locatie de Pauwmolen in Delft, waar een mix van buitenlandse studenten, starters en nu ook Oekraiense vluchtelingen samen wonen.”

Acute opvang normaliseren
"Kunnen we dit soort acute opvang niet voor alle groepen die het nodig hebben normaliseren?", klinkt het uit de zaal. Kunnen we hiervoor niet speciaal gebouwen bestemmen en klaar hebben staan? Irene Houtsma: “Amersfoort heeft wel ambitie in die richting, maar het is nog een zoektocht. De eisen per doelgroep zijn bijvoorbeeld anders. Zo mogen asielzoekers met meer bedden op één kamer. Dit in tegenstelling tot statushouders die recht hebben op meer woonruimte. Hoe richt je een woonlocatie daar flexibel op in?”

De vraag die zich ook opdringt is of je dan altijd een overmaat aan locaties moet hebben om de fluctuaties in vraag naar tijdelijke acute woonruime op te vangen. Het debat over dit soort vragen begint inmiddels wel voorzichtig op gang te komen, merkt Van den Hengel.

Suggesties aan Hugo
"Zijn er in dat kader dan nog suggesties die aan minister Hugo de Jonge meegegeven kunnen worden?", vraagt dagvoorzitter Bart Krol ter afsluiting aan de zaal. Er wordt aangegeven dat het democratische proces natuurlijk altijd voorop blijft staan, maar dat ontwikkelen vanwege alle rechten op bezwaar maken nu wel erg ingewikkeld wordt. Dat probleem wordt alleen maar groter omdat er vanuit de tijdelijke opvang een doorstroming naar de al op slot zittende reguliere woningmarkt zal moeten plaatsvinden.

"Misschien", oppert Krol zelf, "kan er iets gedaan worden rondom transformaties?" Daar is geen specifieke wetgeving voor, ook niet in de nieuwe Omgevingswet die 1 januari 2023 ingaat. Krol: “Een te transformeren gebouw staat er immers toch al, dus daar zullen mensen minder problemen mee hebben. Procedures daarvoor kunnen dus wel wat korter.”

Reacties

Bert Van den Brink

Bouwen en realiseren kost niet veel tijd , maar een stempel zetten wel blijkbaar .

Geplaatst op 18 mei 2022 om 16:09


Lees onze special over Special Woonvormen 2022