Van Hoge Raad arrest naar huurvermindering
Anderhalve maand geleden besliste de Hoge Raad, in antwoord op door de kantonrechter te Roermond gestelde prejudiciële vragen, dat huurders en verhuurders van horeca- en winkelbedrijfsruimte de pijn van de gevolgen van de coronamaatregelen moeten delen. In veel gevallen leidt dat tot (tijdelijke) huurvermindering. Toch zijn er nog steeds retailers en horecaondernemers die de uitspraak niet kennen. Ook is er een groep huurders en vastgoedeigenaren, die de uitspraak wel kennen, maar niet weten wat dat voor hen betekent.
In deze bijdrage staat advocaat vastgoedrecht Dirk van den Berg stil bij de praktische uitwerking van de Hoge Raad-uitspraak.
Geen gebrek, wel onvoorziene omstandigheden
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de overheidsmaatregelen, die in het belang van de volksgezondheid de exploitatiemogelijkheden van 290-bedrijfsruimten hebben beperkt, niet zijn aan te merken als een gebrek – waarvan de gevolgen doorgaans in de huurovereenkomst zijn geregeld – maar als onvoorziene omstandigheden die niet voor rekening van de huurder komen. Een huurder die voor zijn omzet afhankelijk is van de komst van publiek, en als gevolg van de coronamaatregelen een gehuurde 290-bedrijfsruimte niet of slechts in geringe mate heeft kunnen exploiteren, kan op grond van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW vermindering van de huurprijs verkrijgen als de huurovereenkomst vóór 15 maart 2020 is gesloten.
Verdeling van de pijn
Omdat de actie van de huurder is gebaseerd op omstandigheden die partijen bij het sluiten van de overeenkomst niet voor ogen hebben gehad, wordt de overeenkomst als het ware opengebroken om de verstoring van de waardeverhouding tussen de prestaties van beide partijen te herstellen. Tussen partijen overeengekomen uitsluitingen van huurvermindering worden daardoor buiten werking gesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat het benodigde herstel het beste kan plaatsvinden door het nadeel van de huurder – voor zover niet reeds gecompenseerd door de TVL – 50/50 te verdelen over de verhuurder en de huurder door het tijdelijk verlagen van de huurprijs.
Reparatie via vastelastenmethode - in principe per maand
De Hoge Raad heeft voor de herstelwijze van het nadeel aangesloten bij de door het Gerechtshof Amsterdam in het arrest van 14 september 2021 gehanteerde ‘vastelastenmethode’. Deze methode is ook door Advocaat-Generaal (“A-G”) Wissink geadviseerd in zijn conclusie van 30 september 2021. De Hoge Raad geeft er de voorkeur aan de huurprijsvermindering te berekenen per termijn waarover de huurprijs is verschuldigd, in veel gevallen dus per maand. De door de Hoge Raad aangegeven methode werkt als volgt:
- Bepaal het percentage van de overeengekomen huurprijs ten opzichte van het totaalbedrag aan vaste lasten.
N.B. Welke vaste lasten in aanmerking moeten worden genomen wordt door de Hoge Raad niet toegelicht. Volgens de toelichting bij de TVL-regeling uit 2020 worden de volgende posten gezien als vaste lasten: de afschrijvingen op vaste activa en de overige bedrijfskosten. Onder de afschrijvingen op vaste activa valt de waardevermindering van duurzame productiemiddelen, zoals machines, gebouwen, vervoermiddelen en software als gevolg van normale slijtage en voorzienbare economische veroudering. Onder de overige bedrijfskosten vallen de bedrijfskosten die geen betrekking hebben op de inkoopwaarde van de omzet, de arbeidskosten en de afschrijvingen op vaste activa. Voor de berekening per maand worden de jaarbedragen door twaalf gedeeld. Het is mijn verwachting dat bij deze definitie wordt aangesloten in rechtspraak.
- Verminder de overeengekomen huurprijs met het onder 1 gevonden percentage van de TVL waarop de huurder aanspraak kan maken.
N.B. Het gaat dus niet om de daadwerkelijk ontvangen TVL, maar om de TVL die de huurder op grond van de regelgeving kon verkrijgen.
- Bereken het percentage van de omzetvermindering door de omzet in de periode waarover de huurprijsvermindering berekend wordt (hierna: de lagere omzet) te vergelijken met de omzet in hetzelfde tijdvak voorafgaand aan de coronapandemie (hierna: de referentieomzet) volgens de formule: percentage omzetvermindering = 100% – (100% x (de lagere omzet : de referentieomzet).
N.B. De periode waarmee wordt vergeleken zal in principe dezelfde periode in het tijdvak maart 2019 t/m februari 2020 zijn.
- Het tussen partijen te verdelen nadeel wordt gevonden door het percentage van de omzetvermindering gevonden onder 3 te vermenigvuldigen met de resterende huurprijs gevonden onder 2. Vervolgens wordt de huurprijs verminderd met 50% van dit nadeel, tenzij uit de in art. 6:258 lid 1 BW bedoelde redelijkheid en billijkheid een andere verdeling volgt.
De huurvermindering is dan (de overeengekomen huurprijs min het gedeelte van de TVL dat aan de huur wordt toegerekend) x het percentage omzetvermindering x 50%.
N.B. De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat wegens de bijzondere omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld de hoedanigheid van een huurder of verhuurder of de financiële positie van een der partijen, wordt afgeweken van de 50/50-verdeling van het nadeel.
Toepassingsbereik
Deze antwoorden van de Hoge Raad geven rechters die moeten oordelen over een coronageschil handvatten voor hun beslissing, maar kunnen partijen ook helpen om de huurprijs in onderling overleg aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen. Hoewel De Hoge Raad alleen huurders van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW uitdrukkelijk noemt, ligt het voor de hand de formule ook te gebruiken voor huurders van 230a-bedrijfsruimte (‘kantoorruimte’) en onbebouwde grond, zo lang de huurder voor zijn omzet maar afhankelijk is van de komst van publiek, en hij als gevolg van de overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie niet of slechts in geringe mate gebruik heeft kunnen maken van het huurobject. Dit ‘share-the-pain’-principe kan naar mijn mening ook worden toepast bij de huur (of lease) van roerende zaken, zoals kopieermachines, auto’s, boten en vliegtuigen.
Bijzondere situaties
Hierboven bij punt 4 heb ik al aangestipt dat de redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat wegens de bijzondere omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld de hoedanigheid van een huurder of verhuurder of de financiële positie van een der partijen, wordt afgeweken van de 50/50-verdeling van het nadeel. Er zijn situaties denkbaar, waarbij deze verdeling zou leiden tot overcompensatie, bijvoorbeeld voor een huurder die zijn winkelpand niet kan gebruiken, maar online een zodanige omzet (en winst) genereert dat hij in feite geen nadeel heeft van de pandemie, terwijl zijn verhuurder van meerdere huurders minder huur ontvangt.
Wie de hele uitspraak wil lezen kan deze hier vinden. De veel uitgebreidere conclusie van A-G Wissink vindt u hier.
Dit artikel is geschreven door Dirk van den Berg, advocaat vastgoedrecht en franchiserecht en Partner bij act Fort Advocaten: een middelgrote advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in vastgoedrecht en ondernemingsrecht.
Laatste nieuws
- 02-10-2026 16:23 Landgoed Hennie van der Most geveild voor bijna 5,7 miljoen euro
- 02-10-2026 15:19 Actieplan Versnelling Woningbouw: Waar zit de versnelling echt?
- 02-10-2026 14:47 Kantoorspits zet vastgoedkeuzes op scherp: ‘We moeten creatiever met die vierkante meters omgaan’
- 02-10-2026 14:38 The Frame huurt winkelruimte in centrum Eindhoven
- 02-10-2026 13:50 Nuveen ziet na overname Schroders meer ruimte voor Nederland: ‘Het D-woord valt nog niet, maar wel opportunistische kansen’
- 02-10-2026 13:40 ‘Wacht niet totdat de zon weer gaat schijnen’
- 02-10-2026 12:04 Westend Bank neemt Duitse vastgoedbeleggingstak ABN Amro over
- 02-10-2026 11:26 Simone Herremans directeur Bouw & Vastgoed bij Rabobank
- 02-10-2026 10:46 Moychay opent tweede Nederlandse vestiging in Utrecht
- 02-10-2026 10:32 Eli Lilly krijgt groen licht voor pillenfabriek in Katwijk
- 02-10-2026 10:10 Goirle legt voorkeursrecht op voor woningbouw op bedrijventerrein Tijvoort-Noord
- 02-10-2026 09:58 Inflatie loopt in september in snelle raming verder op naar 3,4 procent
- 02-10-2026 09:41 Benkey koopt Europees hoofdkantoor Yokogawa in Amersfoort
- 02-10-2026 09:10 Verhuurders modulaire gebouwen richten eigen branchevereniging op
- 02-10-2026 08:50 Dils Living breidt uit naar Zuid-Nederland met twee nieuwe adviseurs
- 02-10-2026 06:00 Locatie nog altijd het belangrijkst in de strijd om talent: ‘Mensen komen niet voor een gebouw’
- 01-10-2026 16:20 Gedwongen veiling vakantieparken Gillis levert 27,3 miljoen euro aan biedingen op
- 01-10-2026 15:49 IHS Capital koopt winkelpand in Tilburg
- 01-10-2026 15:37 Detalent huurt kantoorruimte in Breda
- 01-10-2026 15:18 Heinen wil na kritiek box 3-grens aanpassen om kleine spaarder te ontzien
- 01-10-2026 14:25 Utrecht verwacht vanaf 2028 weer ruimte voor stroomaansluitingen door batterijen en aggregaten
- 01-10-2026 14:08 Vol stroomnet dreigt woningbouwproductie met 40 procent te raken
- 01-10-2026 12:18 ABN Amro analisten: 'First Sponsor bereidt mogelijk overnamebod NSI voor'
- 01-10-2026 11:58 Brikks versterkt Capital Markets-team met Willem van Laarhoven
- 01-10-2026 11:32 Vastgoed Nederland steunt registerplicht: ‘Wij pleiten hier al jaren voor’
- 01-10-2026 11:12 Omzet detailhandel stijgt in augsutus met 3,5 procent







.jpg)
Reacties
Om te kunnen reageren moet u zijn ingelogd. Klik hier om in te loggen.