Tijdelijke wet moet digitale openbare besluitvorming toestaan

Het kabinet heeft afgelopen dinsdag het wetsvoorstel ‘Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba’ ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 35 424).

Naar verwachting wordt dit deze week nog mondeling behandeld in de Tweede Kamer en spoedig aangenomen om de continuïteit van besluitvorming in tijden van het coronavirus te waarborgen. Temeer nu de Afdeling advisering van de Raad van State afgelopen maandag kortgezegd al positief geadviseerd heeft.

Vergaderen wordt bemoeilijkt door het coronavirus
Het coronavirus brengt beperkingen met zich die invloed hebben op het houden van vergaderingen van onder meer provincies en gemeenten. De oproep is om in het belang van de volksgezondheid niet bij elkaar te komen, tenzij dit strikt noodzakelijk is met het oog op de besluitvorming, en met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Gemeenten en provincies houden zich hier aan en schrappen zoveel mogelijk die vergaderingen waarbij leden fysiek aanwezig (moeten) zijn.

Digitale besluitvorming niet overal toegestaan
Voor de colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten bestaan voldoende mogelijkheden dit op te vangen, zoals digitale beraadslaging en stemming en het gebruik van bestaande mogelijkheden voor mandaat. Voor gemeenteraden en provinciale staten ligt dit echter anders. Deze rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers mogen weliswaar digitaal beraadslagen, maar niet (formeel) besluiten. Dat heeft te maken met de grondwettelijke beschermde openbaarheid van hun vergaderingen en legitimiteit. Het wetsvoorstel treft daartoe indachtig een tijdelijke voorziening om digitaal tot besluitvorming te komen.

Twee mogelijkheden
Er zijn binnen het huidige wettelijke kader wel twee mogelijkheden om besluiten te kunnen nemen zonder met al te veel mensen bijeen te hoeven komen:

1. Een eerste vergadering waarin het quorum niet gehaald wordt, waarna voor een tweede vergadering geen quorum meer geldt. De beperking is dan wel dat dit alleen geldt voor de onderwerpen die al op de agenda van de eerste vergadering stonden. Het impliceert evenwel dat de medewerkers die de vergadering faciliteren, de griffie alsmede de voorzitter en de leden alsnog de deur uitgaan voor deze twee vergaderingen. Bovendien zou dit betekenen dat voor belangrijke besluiten slechts een beperkt zichtbaar draagvlak is. Dit tast de democratische legitimatie aan.

2. Indien tijdens of na een digitale beraadslaging over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het ingevolge art. 32 Gemeentewet respectievelijk Provinciewet aangenomen. Vraagt echter ten minste één lid toch om stemming, dan dient alsnog een fysieke vergadering plaats te vinden. Bovendien kan vanwege de huidige uitzonderlijke omstandigheden onbedoeld druk uitgaan op volksvertegenwoordigers om geen stemming te vragen, terwijl zij om legitieme redenen een stemming wenselijk achten.

Tijdelijke wettelijke voorziening voor videoconferencing
Om in de huidige uitzonderlijke coronasituatie, waarbij fysieke aanwezigheid tijdens vergaderingen slechts (zeer) beperkt mogelijk is, toch de continuïteit van het bestuur en de rechtmatigheid en democratische legitimatie van besluitvorming te kunnen waarborgen, wordt in het wetsvoorstel tijdelijk voorzien in de mogelijkheid om digitaal besluiten te nemen door de volksvertegenwoordigende organen via videoconferencing.

Met deze tijdelijke wettelijke voorziening vervalt dan ook de noodzaak om van de bovengenoemde 2 mogelijkheden – die in termen van draagvlak en democratische legitimatie van besluitvorming minder aantrekkelijk zijn – gebruik te maken.

Bijkomend voordeel van digitaal besluiten is volgens de regering dat indien zich onverhoopt de situatie zou voordoen dat meerdere leden van één orgaan in quarantaine gaan zij nog steeds hun functie kunnen vervullen. Het ziet ernaar uit dat een en ander van kracht blijft tot 1 september 2020, maar dit kan verlengd worden als het coronavirus hiertoe aanleiding geeft. 

Dit was een bijdrage van Thom Groot, advocaat bij Stijladvocaten. Hij adviseert en procedeert over bestuursrechtelijke aspecten van projectontwikkeling, transacties en vastgoedbeheer.

Reacties

Thom Groot

Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ook aangenomen.

Geplaatst op 3 april 2020 om 12:45


Lees onze special over Rotterdam Special