De btw-maatregelen voor 2017
Het kabinet heeft gisteren op Prinsjesdag de fiscale plannen voor 2017 gepresenteerd. BTW-PLAZA heeft de btw-maatregelen voor 2017 voor u op een rij gezet. De plannen voor 2017 zijn verdeeld over de drie wetsvoorstellen, namelijk: Belastingplan 2017, Overige Fiscale Maatregelen 2017 en de Fiscale vereenvoudigingswet 2017.
Verruiming begrip bouwterrein
In het wetsvoorstel Belastingplan 2017 is voorgesteld om met ingang van 1 januari 2017 de definitie van het begrip bouwterrein in art. 11, lid 4 Wet OB als volgt te verruimen: onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen. Uit de jurisprudentie van het HvJ blijkt namelijk dat de huidige definitie van het begrip bouwterrein te beperkt is. Deze wetswijziging betekent dat niet alleen sprake van een bouwterrein in de situaties als omschreven in het huidige art. 11, lid 4 Wet OB, maar ook in andere situaties waarin de onbebouwde grond bestemd is voor bebouwing.
Met het woord ‘kennelijk’ in de nieuwe definitie van het begrip bouwterrein is bedoeld dat de bestemming om het terrein te bebouwen ondersteund moet worden door objectieve gegevens, zoals een (aangevraagde) omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of de kosten van een architect voor de ontwerp van het te bouwen gebouw. Deze wetswijziging voorkomt dat de leverancier van een onbebouwd terrein met een beroep op de nationale, strikte definitie van het begrip bouwterrein de btw-vrijstelling toepast, terwijl de verkrijger op grond van het Unierecht een beroep doet op de zogenoemde samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting.
Ter verduidelijking wordt opgemerkt dat op grond van het Don Bosco-arrest reeds sprake is van onbebouwde grond indien de verkoper van een bebouwd terrein in het kader van de levering van dit terrein de verplichting op zich heeft genomen om de bebouwing volledig te (laten) slopen. Dat de verplichting volstaat betekent dat ook indien op het moment van de levering nog geen begin met de sloop is gemaakt sprake kan zijn van een bouwterrein.
Wijziging sportvrijstelling
In Belastingplan 2017 is ook voorgesteld om de btw-vrijstelling voor niet-commerciële sportverenigingen (art. 11, lid 1, onderdeel e Wet OB) te wijzigen. Reden hiervoor is de inbreukprocedure die Nederland heeft verloren. De voorgestelde wijziging is tweeledig. In de eerste plaats worden niet-commerciële watersportverenigingen die één of meer werknemers in dienst hebben vanaf 2017 niet langer uitgezonderd van de btw-vrijstelling. Overigens geldt dat watersportverenigingen die dat wensen met een beroep op het Unierecht reeds nu de btw- vrijstelling kunnen toepassen. Daarnaast vervalt met ingang van 1 januari 2017 de btw-vrijstelling voor het ter beschikking stellen van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt zijn voor sportbeoefening. Dit betekent dat de btw-vrijstelling voor de lig- en bergplaatsen vanaf 2017 beperkt wordt tot sportvaartuigen. Voor het onderscheid tussen sportvaartuigen en recreatievaartuigen zijn de objectieve kenmerken van het vaartuig (en niet het gebruik van het vaartuig) beslissend. Het kabinet merkt op dat het enkele feit dat recreatief varen ook watersport wordt genoemd niet betekent dat ook voor de btw sprake is van sportbeoefening.
De Raad van State heeft het kabinet geadviseerd om de sportvrijstelling ook op twee andere punten in overeenstemming te brengen met de btw-richtlijn. Dit betreft ten eerste het opheffen van de beperking van de Nederlandse sportvrijstelling tot diensten door sportverenigingen aan de leden. In de tweede plaats dat de Nederlandse sportvrijstelling ook van toepassing moet zijn op de terbeschikkingstelling van een sportterrein. In reactie hierop geeft de staatssecretaris aan dat dit advies wordt opgevolgd, maar niet bij dit wetsvoorstel. Dit houdt verband met het feit dat de Europese Commissie Nederland nog niet heeft gemaand de wetgeving aan te passen en dat het opheffen van de beperking van de sportvrijstelling tot diensten aan de leden budgettair nog niet mogelijk is.
Vereenvoudiging btw-teruggaaf oninbare debiteuren
Na de internetconsultatie van de conceptregeling voor het vereenvoudigen van het terugvragen van btw bij oninbare debiteuren is het geen verrassing dat dit voorstel in de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 is opgenomen. Kern van de nieuwe regeling is dat een ‘non-betalingsvermoeden’ wordt geïntroduceerd. Dit vermoeden houdt in dat na het verstrijken van één jaar na de opeisbaarheid van de vordering vermoed wordt dat de vordering niet meer zal worden betaald. In dat geval mag de ondernemer in zijn btw-aangifte de btw ter zake van deze vordering terugvragen als voorbelasting. Betaalt de afnemer alsnog dat wordt hij de teruggekregen btw (naar evenredigheid van de betaling) weer verschuldigd.
De eenjaarstermijn zal ook gaan gelden voor de afnemer. Dit betekent dat de afnemer die een jaar na de opeisbaarheid van de vordering nog niet heeft betaald de in aftrek gebrachte btw weer verschuldigd is. Betaalt hij alsnog dat mag hij deze btw (naar evenredigheid van de betaling) weer in aftrek brengen. Als de oninbare vordering wordt overgedragen aan een andere ondernemer dan treedt deze ondernemer in de rechten en verplichtingen van de leverancier of dienstverlener. Echter, voor hem geldt dat hij het recht op teruggaaf van de btw op oninbare vorderingen niet kan effectueren in zijn btw-aangifte, maar dat hij de inspecteur om de btw-teruggaaf dient te verzoeken. Op dit punt verschilt de voorgestelde regeling van de conceptregeling.
Vereenvoudiging Kleine ondernemersregeling
Uit de Fiscale vereenvoudigingsbrief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer blijkt dat het onderzoek naar de vereenvoudiging van de kleine ondernemersregeling nog loopt. Het gaat hierbij om de keuze voor een omzetbedrag (bijv. € 25.000) als grensbedrag in plaats van het huidige saldobedrag (€ 1.883).
Laatste nieuws
- 16-07-2026 09:59 Monumentale Julianakerk Sassenheim verkocht voor zorgappartementen
- 16-07-2026 09:37 College van B&W Den Haag geeft groen licht voor 8.000 woningen in de Binckhorst
- 16-07-2026 08:58 RS huurt kantoorruimte in Hoofddorp
- 15-07-2026 16:22 Eqwal Ability huurt kantoorgebouw in Delft van gemeente
- 15-07-2026 15:07 Linq bouwt 71 houten woningen in Utrechtse wijk Haarrijn
- 15-07-2026 14:41 IWG opent Regus-locatie in Orato Offices Amsterdam
- 15-07-2026 14:00 IPP Haaglanden koopt De Martinifabriek in Rijswijk
- 15-07-2026 13:53 Harold de Witte naar Juffer Vastgoed
- 15-07-2026 12:44 Blauwhoed wint tender in Zoetermeer
- 15-07-2026 12:40 New York zet bouw hyperscale-datacenters jaar stil
- 15-07-2026 11:58 Wernink (ACE): ‘Kantoren steeds meer visitekaartje, mixed-use werkt niet voor iedereen’
- 15-07-2026 11:46 Bestemmingsplan voor 350 woningen aan Leidse Watergeuskade definitief
- 15-07-2026 11:00 Woningbouw Carnisse Eiland in Rotterdam wordt minstens 15 mln euro duurder
- 15-07-2026 10:32 NSI verlaagt winstverwachting door trage verhuur
- 15-07-2026 09:56 Q Hospitality Group neemt exploitatie Hotel Monastère in Maastricht over
- 15-07-2026 09:34 Peter Klevering divisiedirecteur Vastgoed bij Dura Vermeer
- 15-07-2026 09:29 EIB: Orderportefeuilles in bouw lopen verder op
- 15-07-2026 09:15 Aedifica koopt woonzorgcomplex Sinnehiem in Haulerwijk van Habion
- 15-07-2026 09:09 'Voorzichtigheid blijft vastgoedmarkt bepalen'
- 15-07-2026 08:56 Facima Nederland huurt kantoorvilla in Rotterdam
- 15-07-2026 06:00 Huib Boissevain: 'Minder politieke reflex, meer economische rationaliteit'
- 14-07-2026 16:58 Winkelruimte aan de Rozengracht Amsterdam verhuurd
- 14-07-2026 16:46 Kabinet investeert 420 mln euro extra in ouderenhuisvesting
- 14-07-2026 15:55 Sporttechbedrijf huurt in A-Factorij in Schinkel District in Amsterdam
- 14-07-2026 15:40 Particulier koopt beleggingsobject aan Emmastraat in Arnhem
- 14-07-2026 15:31 DHS koopt kantoorgebouw van 7.000 m2 in Den Haag






Reacties
Om te kunnen reageren moet u zijn ingelogd. Klik hier om in te loggen.