Over betaalbaarheid, duurzaamheid en het managen van risico’s in de Nederlandse vastgoedmarkt

HPP in gesprek met Wim Wensing, CIO van NLV

Hij geldt als een bekende en invloedrijke figuur in de vastgoedwereld: Wim Wensing, jarenlang chief investment officer bij Amvest en sinds 2022 voorzitter van brancheorganisatie IVBN. Eind 2024 maakte hij de overstap naar de jonge vermogensbeheerder - en tevens lid van Holland Property Plaza - NLV. Daar geeft hij als eerste cio mede vorm aan een groeiende portefeuille van ruim 5,5 miljard euro. In dit interview spreekt Wensing over zijn drijfveren, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van vastgoedbeleggers en de zoektocht naar balans tussen rendement, betaalbaarheid en duurzaamheid.

HPP: Wie is Wim Wensing? Uit welk nest komt u?
WW: Ik groeide op in Brabant, als oudste van vijf kinderen. Mijn vader was docent geschiedenis, mijn moeder fysiotherapeut. Dat zij altijd bleef werken, vond ik opvallend voor die tijd. Mijn studiekeuze voor economie kwam voort uit breedte: ik wist nog niet wat ik wilde, maar vastgoed trok me gaandeweg steeds meer.

HPP: U werkte dertien jaar bij Amvest. Waarom de overstap naar NLV?
WW: Na zoveel jaar leidinggeven bestaat de kans dat de routine erin gaat sluipen. Ik wilde mezelf opnieuw uitdagen en koos bewust voor een jong bedrijf dat nog vormgegeven moest worden. NLV bood die kans.

HPP: Welke bagage nam u mee?
WW: Bij Amvest heb ik geleerd dat grootschalige gebiedsontwikkeling meer waarde kan creëren dan losse projecten. Je bouwt niet alleen woningen, maar hele wijken met sociale dynamiek. Die brede blik neem ik mee naar NLV.

HPP: Op de website van NLV staat 'bevlogen professionals met een sociaal hart'. Wat bedoelen jullie daarmee?
WW: Vastgoed is meer dan stenen stapelen. Huurders verwachten kwaliteit en beleving, aandeelhouders vragen maatschappelijke impact. Het gaat om betaalbaar wonen, zorg en leefbaarheid. Dat is geen druk van buitenaf: we zoeken bewust collega’s die intrinsiek gemotiveerd zijn om hieraan bij te dragen.

HPP: Waar komt die maatschappelijke focus vandaan?
WW: De verduurzamingsopgave is sterk gestimuleerd door pensioenfondsen. Maar bij wonen en zorg zie je dat vooral investment managers het voortouw nemen. Zelf voel ik me geraakt door thema’s als eenzaamheid en zorgkosten. Als belegger heb je de kans om verschil te maken.

HPP: U wordt vaak een bruggenbouwer genoemd in het debat over middenhuur. Herkent u dat?
WW: Ik weet niet of dat mijn rol was. Wat wél klopt: er is structureel woningtekort en dat maakt dat wonen politieke prioriteit heeft. Brancheorganisaties als IVBN moeten dan actief het gesprek blijven aangaan met de politiek om tot een stabiel investeringsklimaat te komen. Alleen zo kan de sector blijven bijdragen aan nieuwbouw.

HPP: Hoe beoordeelt u de Nederlandse markt op dit moment?
WW: De samenwerking in de sector is sterk, maar het aantal nieuwbouwwoningen is teruggevallen. Politieke volatiliteit helpt niet: afspraken worden gemaakt, maar kort daarna weer ingehaald door nieuwe maatregelen. Toch zie ik het glas halfvol. Er gebeurt veel moois, zeker rond betaalbaarheid en ouderenhuisvesting.

HPP: U spreekt vaak over een integrale risk view. Wat bedoelt u daarmee?
WW: Elk gebouw kent een risico-rendementsverhouding. Een kantoorpand in Amsterdam is duur, maar relatief risicoloos. Een project in een opkomende wijk kent hogere risico’s, maar ook kans op meer rendement. Wij werken bewust met risicogewogen rendementseisen, iets wat nog niet overal gebruikelijk is.

HPP: Welke segmenten zijn kansrijk?
WW: Wonen en zorg blijven sterk, ook op langere termijn. Zorgvastgoed is in trek, maar vastgoed voor een lichtere vorm van zorg verdient meer aandacht. Mixed use-projecten worden belangrijker, juist omdat ze flexibiliteit bieden. Door schaarste zullen we binnenstedelijk meer inbreien en optoppen, maar er zullen ook nieuwe wijken buiten de stad nodig zijn.

HPP: U maakt zich zorgen over de stapeling van eisen in de bouw. Waarom?
WW: We bouwen in Nederland al duurzaam en kwalitatief goed. Maar veel gemeentes leggen ook eigen regels op, wat leidt tot vertraging en hogere kosten. Uniformiteit zou veel helpen. Met initiatieven als Stoer zie je dat ook de overheid inziet dat vereenvoudiging nodig is.

HPP: Hoe ziet u de balans tussen betaalbaarheid en rendement?
WW: Betaalbaarheid en rendement zijn geen tegenpolen. Betaalbare woningen zorgen voor stabiele inkomsten, lage leegstand en tevreden huurders. Voor pensioenfondsen is dat precies wat ze zoeken: woningen voor hun achterban. Natuurlijk moet een project financieel haalbaar zijn, maar keer op keer laten we zien dat dat kan.

HPP: Wat betekent dit voor samenwerking in de keten?
WW: We moeten het samen doen: beleggers, ontwikkelaars, corporaties én gemeenten. Voor ons is samenwerking met ontwikkelaars cruciaal, zij bouwen uiteindelijk. En ook gemeenten moeten randvoorwaarden scheppen die passen voor alle partijen.

HPP: Welke rol speelt HPP voor u en NLV?
WW: HPP draait om persoonlijke ontmoeting. Informele gesprekken scheppen vertrouwen en versnellen samenwerking. Tijdens de Expo Real zie je dat goed: ontwikkelaars, beleggers, corporaties en overheid zitten daar tegelijkertijd aan tafel. Dat maakt echt het verschil.



Reacties


Laatste nieuws