Beelen Next: ‘We knopen de sloop vast aan de bouw’

VJ sprak met Axel Hendriks over hun nieuwste bedrijfsonderdeel: Beelen Next. “We willen circulariteit en innovatie concreet maken voor de markt.” Welke wapenfeiten heeft dit nieuwe bedrijfsonderdeel al in het arsenaal?

Beelen Next richt zich op innovaties binnen de bestaande bedrijfsonderdelen van de Beelen Groep, zoals sloopwerken, recycling, bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en asbestverwijdering. Behalve dat deze nieuwe bedrijfstak de kennis en expertise bundelt van de al bestaande bedrijfsonderdelen, ontwikkelt Next ook nieuwe activiteiten, waarbij de nadruk ligt op circulariteit, digitalisatie en maatschappelijke impact.

Cruciaal punt in de transitie
Axel Hendriks, commercieel directeur bij Beelen Next, vertelt aan VJ: “We willen circulariteit en innovatie concreet maken. Er wordt veel in de sector gepraat en vergaderd over deze onderwerpen, maar er wordt nog te weinig gedaan. Daar willen wij het verschil in maken met concrete projecten en inspirerende voorbeelden.” Volgens Hendrik zit de vastgoedsector op een cruciaal punt in de transitie. “Er liggen veel kansen in de markt die vragen om samenwerking. Dat is ook waar we op in willen zetten.”

150 ton staal hergebruikt
Een goed voorbeeld van een circulair project staat in Leiden. Beelen Next heeft hier een deel van het Gorlaeus gesloopt, de faculteit van Natuurkunde en Wiskunde van de Universiteit Leiden. De gesloopte bouwmaterialen worden op nog geen 500 meter afstand weer gebruikt voor de nieuwbouw van de nieuwste vestiging van BioPartner Center Leiden.

Hendriks vertelt: “We hergebruiken ongeveer circa 150 ton staal dat wordt gebruikt als hoofddraagconstructie voor Biopartner 5.” Daarnaast worden ook meer dan 80 betonplaten van 3×3 meter gezaagd om te worden gebruikt als bestrating van de publieke delen van het nieuwe gebouw. Ook puin krijgt nieuw leven. “Ruim 100 m3 puin wordt gezeeft en in het gebouw als gevelafwerking ingezet, als basis voor een low-tech groene gevel.”

“Dit project behoeft meer aandacht dan reguliere slooptrajecten. Het vraagt namelijk om een andere manier van slopen en ontmantelen, maar het is het waard als je kijkt hoeveel CO2 je bespaart,” aldus Hendriks.

Material Driven Design
De circulaire sloop en bouw van het universiteitsgebouw moet als voorbeeld dienen voor de nieuwe manier van ontwikkelen. Volgens Hendriks moet het draaien om material driven design, waarbij de beschikbare bouwmaterialen leidend zijn.

“Anticiperen is daarbij belangrijk. Daarom is het digitaliseren van gebouwen en het in kaart brengen van bouwmaterialen ook zo cruciaal. Eigenlijk zou je twee jaar voordat een gebouw gesloopt wordt, moeten kijken wat je met de bruikbare materialen gaat doen. Maar ook andersom, dat je voordat dat je gaat bouwen inventariseert waar je al eventueel materialen kan vinden die je kan gebruiken binnen je project.” Een uitdaging erkent Hendriks, maar het is vooral een andere manier van denken.

Digitalisatie Bajeskwartier
Een project waar bewust wordt omgegaan met hergebruik van materialen is het Bajeskwartier. De voormalige Bijlmerbajes wordt gesloopt om er de nieuwe energieneutrale woonwijk Bajes Kwartier te realiseren, met in totaal 1.350 woningen. Minimaal 98% van de sloopmaterialen wordt hergebruikt. Dit is volgens Hendriks alleen mogelijk door middel van digitalisatie. “Er is vooraf een inventarisatie gemaakt voor direct hergebruik bij de sloop van de Bijlmerbajes. Deze lijst ligt bij de architecten en die nemen zoveel mogelijk elementen en grondstoffen van de oudbouw mee in de nieuwbouw. Wat niet in de nieuwbouw wordt toegepast wordt verkocht.”

Tenders
Hendriks ziet dat de afgelopen jaren de markt verschuift en dat circulair ontwikkelen aan belang toeneemt. “Circulariteit is een vast onderdeel geworden van tenders, dus dit zorgt ervoor dat marktpartijen gedwongen worden hier bewust over na te denken. We worden nu regelmatig door partijen die bezig zijn met zo’n project om advies gevraagd om de circulariteit binnen het project naar een hoger niveau te tillen.” Dat is ook het advies van Hendriks aan de markt. “Betrek ons in zo’n vroeg mogelijk stadium, dan kunnen we alles uit een pand halen wat er mogelijk is. Anders wordt tijd de belangrijkste drijfveer in plaats van kwaliteit.”

Ook op festivals is Beelen Next te vinden met hun innovatieve composteermachine.

Met deze mobiele machine kan op locatie GFT afval, composteerbaar verpakkingsafval en – disposables worden omgezet in compost. Op deze manier wordt een besparing van 85% op volume GFT afval gerealiseerd, wat leidt tot een directe besparing op de afvoerkosten.

Van elke 100kg GFT- en composteerbaar materiaal blijft slechts 15kg compost over. De overgebleven compost kan eenvoudig worden afgevoerd of zelfs op het festivalterrein worden verspreid.

Bouw en sloop aan elkaar knopen
Als laatste voorbeeld noemt Hendriks de circulaire bouwhub in Amsterdam. In het Westelijk Havengebied zal door VolkerWessels Bouwmaterieel en Beelen Next de eerste circulaire bouwhub worden opgezet. Hendriks vertelt: “Bij dit project knopen we letterlijk de sloop vast aan de bouw.”

De locatie is totaal maar liefst circa 10 hectare groot waarvan in eerste instantie circa 2 hectare gebruikt zal gaan worden als bouwhub. Hier worden de gesloopte bouwmaterialen verzameld, schoongemaakt en weer hergebruikt in bouwprojecten. “Dit wordt tevens een overslaglocatie voor onze webshop. De gesloopte bouwmaterialen worden geschikt gemaakt voor direct hergebruik. Denk bijvoorbeeld aan sloophout, dan we eerder verkochten aan derden maar nu zelf weer willen bewerken tot nieuw bouwmateriaal. Circulairder kan haast niet.”

De locatie voor de bouwhub is watergebonden waardoor transport van materiaal, materieel en mensen over water ook nog eens mogelijk is. Hierdoor kan de binnenstedelijke logistiek duurzaam geoptimaliseerd worden en de CO2 footprint worden verlaagd.

Efficiëntieslag
“Circulair bouwen wordt vaak weggezet als te duur. Dat is de uitdaging bij het gebruik van circulaire bouwmaterialen, als het hebt over halffabricaten zoals hout en staal of direct hergebruik zoals deuren, wc-potten en deurklinken. Er zit een relatief grote component arbeid in dat in Nederland vrij duur is. Wij concurreren in dat opzicht met nieuwe materialen, ook qua prijs. Maar door sloop en bouw aan elkaar te knopen in deze bouwhub denken wij een bepaalde efficiëntieslag te kunnen maken dat deze manier van bouwen rendabel maakt.”

Reacties