Rotterdamse binnenstad presteert economisch het beste, Geleen het slechtst

De economische prestaties en de woonaantrekkelijkheid van 81 Nederlandse binnensteden lopen zeer sterk uiteen. Dat blijkt uit onderzoek van Bureau Louter met met financiële steun van Fontys Hogescholen en Elsevier Weekblad.

De binnensteden van Rotterdam, Amsterdam en Utrecht zitten in de kop van de ranglijst gevolgd door Den Bosch en Eindhoven. Het slechtst deden de binnensteden van Woerden, Schiedam en Geleen.

Peter Louter, één van de opstellers van het onderzoek: “Er is momenteel veel belangstelling voor binnensteden, maar een breed beeld over hun economisch functioneren ontbreekt. Voor zover er cijfers zijn gaan deze veelal over winkels of over de bedrijvigheid als geheel. Een landsdekkende analyse van de verschillende economische functies van de binnenstad is echter niet beschikbaar.”

Als specifieke 'binnenstadsfuncties' zijn door Bureau Louter benoemd de bestuursfunctie, de kantoorfunctie, de winkelfunctie en vrije tijd & cultuur. Daarnaast wordt aan binnensteden een grote woonaantrekkelijkheid toegedicht, maar ontbreken analyses waarin dit wordt onderbouwd en in hoeverre er verschillen bestaan tussen binnensteden.

Lacune opgevuld
“Dit onderzoek voorziet in deze lacune en levert analyses van de woonaantrekkelijkheid en het economisch functioneren van 81 zorgvuldig geselecteerde en afgebakende binnensteden in Nederland”, aldus Louter.

Daarbij gaat de aandacht niet alleen uit naar historische binnensteden, maar zijn tevens 'nieuwe' binnensteden geselecteerd. De afbakening heeft voor alle binnensteden op gelijke wijze plaatsgevonden, waarbij er bijvoorbeeld voor is gekozen om stationslocaties altijd mee te rekenen bij de binnenstad wanneer sprake is van een functionele eenheid.

Appels met peren?
Pim van Eikeren die samen met Louter het onderzoek deed: “Hierdoor wordt voorkomen dat appels met peren worden vergeleken. De ontwikkelingen in binnensteden zijn in perspectief geplaatst door ze te vergelijken met hun 'stedelijke omgeving'. Een keuze voor 'de rest van de gemeente' zou hier voor de hand liggen, maar leidt tot een vertekening omdat gemeenten sterk verschillen in oppervlakte en er soms sprake is van aaneengesloten bebouwing met randgemeenten, waardoor een ruimtelijke eenheid wordt doorsneden door gemeentegrenzen, die vervolgens bepalend zijn voor de gebiedsafbakening. Voor alle binnensteden is daarom het gebied binnen een straal van vijf kilometer hemelsbreed rond de binnenstad beschouwd als (stedelijke) 'omgeving'. De binnenstad en de omgeving vormen samen een 'stedelijk gebied' dat soms geheel binnen een gemeente valt, maar soms ook uit (delen van) verschillende gemeenten kan bestaan.”

Reacties

Lees onze special over Hoogbouw Special