Van veevoerfabriek naar cultuurcluster + Video

Herontwikkeling in plaats van platgooien. Stefan van de Ven, directeur van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel koos voor deze oplossing voor het voormalige CHV-terrein in Veghel. Inmiddels staat er een cultureel centrum van formaat dat onderdak biedt aan een café, horeca, winkels, kantoren en verschillende ateliers voor grafiek, beeldende kunst en (pop) muziek.

De cultuurhistorische ‘waarde’ was volgens de gemeenteraad van Veghel nagenoeg nul. Alleen de graansilo van de hand van architect/constructeur Jan Wiebenga (1886 - 1974) had monumentale waarde.

Euro’s
Sloop van het CHV-terrein leek dus de enige optie. Tot een paar jaar geleden. Toen kwam Stefan van de Ven van Bouwbedrijf Van de Ven BV uit Veghel in beeld. Hij kon de grond kopen voor 100 euro de meter. Industrieterrein in Veghel levert al gauw 150 euro de vierkante meter op. Platgooien en een nieuw distributiecentrum bouwen, was de meest voor de hand liggende oplossing.

Een beetje verliefd
Totdat Van de Ven op een gegeven dag door de gebouwen heenliep. “Toen zag ik al die verschillende geklonken staalconstructies, het ruwe beton, de enorme hoogtes en werd ik een beetje verliefd op de gebouwen omdat ik ineens de potentie ervan doorzag. Het leek me ronduit belachelijk dat alleen de loods van Wiebenga de moeite van het bewaren waard zou zijn,” aldus Van de Ven.

Al snel kwam Van de Ven tot het besluit om niet te kiezen voor herontwikkeling van het zoveelste bedrijventerrein in de regio. Wat hem als opdrachtgever voor ogen stond, was van het CHV-terrein (in cultureel opzicht) een alternatief te maken voor nabijgelegen steden als Eindhoven en Den Bosch.

“Zakelijk gezien niet de meest voor de hand liggende beslissing”, erkent ook Van de Ven, “maar ik wilde met een concreet plan voorkomen dat Veghel voorgoed zou afglijden tot een grijs en slaperig Brabants plaatsje. Het zoveelste slachtoffer van de trek van het platteland naar de steden.”

Forse ingrepen
Om van het CHV-terrein een modern uitgaanscentrum voor Veghel te kunnen maken, is het bestaande complex stap voor stap ontdaan van onnodige ballast. Op verschillende plekken vielen een aantal gebouwen compleet voor de sloophamer en verder zijn er op strategische plekken gevels, daken en vloerdelen uit de gebouwen weggenomen. Dat waren forse ingrepen, maar ze waren beslist nodig om de donkere fabrieksgebouwen hun nieuwe bestemming te geven.

Om de benodigde ruimte voor daglicht en loopbruggen te maken, zijn delen van de betonconstructie weggebroken. “Ook hier hebben we de boel bewust niet netjes afgewerkt”, zegt Stefan van de Ven. “De ruwe kanten van de weggebroken betonbalken versterken juist het industriële karakter van de binnenkant en dat is precies wat we wilden laten zien.” In de straat zijn op verschillende niveaus bruggen (met trappen) opgehangen. Ze zorgen voor de onderlinge verbinding van de verschillende ruimtes en functies in de bestaande bebouwing.

Nieuw gezichtspunt
De bruggen hangen niet keurig haaks en boven elkaar, maar lopen kruislings en op verschillende hoogte dwars door de ruimte. Het kolossale plein ligt op de plek van de voormalige maalderij. Het plein is op straatniveau en met glas overkapt.

“De bruggen, trappen en platforms hangen schijnbaar vrij in de ruimte”, zegt opdrachtgever Van de Ven. “Om het daglicht vrij spel te geven en het doorzicht optimaal te houden, zijn ze vrij transparant uitgevoerd. Ze bieden bezoekers en gebruikers letterlijk steeds een nieuw gezichtspunt en dat is prachtig.”

Volgens hem kan je in de verbindende functie van de bruggen, trappen en platforms met een beetje fantasie een soort hangende ministad vol activiteiten en druk voetgangersverkeer zien. In dat opzicht lijkt hij geslaagd in zijn missie. “We wilden de trek van het platteland naar de stad een halt toeroepen en van Veghel een cultureel argument van betekenis maken. Met de transformatie van het terrein lijken we in die opzet geslaagd.”



Reacties


Laatste nieuws