COLUMN Financieel profiteren van duurzame investering: een paar valkuilen

Duurzame en milieuvriendelijke investeringen zijn de trend. De overheid steunt duurzaam ondernemen door middel van belastingvoordeel, waardoor het financieel zeer aantrekkelijk kan zijn. Kán zijn, want aan duurzaam (ver)bouwen zitten een aantal haken en ogen. Hieronder volgen, na een beknopte uitleg over het belastingvoordeel, enkele grepen uit de schaarse jurisprudentie over dit onderwerp.

Wanneer een ondernemer investeert in een bedrijfsmiddel uit de Milieulijst 2016 en/of in energiezuinige technieken of duurzame energie, genoemd in de Energielijst 2016, maakt hij kans op respectievelijk de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of de Energie-investeringsaftrek (EIA). De MIA bedraagt 36, 27 of 13,5% van de investeringskosten en de EIA zelfs 58%. Aftrek vindt plaats ten laste van de fiscale winst voor de vennootschapsbelasting. Een aanzienlijk fiscaal voordeel ligt dus in het verschiet. Enige zorgvuldigheid bij het aanvragen is geboden. Hieronder een aantal voorbeelden van verzoeken die net niet werden ingewilligd.

I. Toezegging voldoende?
Steekproefsgewijs beoordeelt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aanvragen voor MIA en EIA, voordat deze de inspecteur adviseert met betrekking tot de aanvragen. Wanneer u van plan bent een investering te doen, is het van groot belang om na te gaan of de MIA of de EIA van toepassing is. Bedenk dat een positieve mededeling van een medewerker van – nota bene – RVO niet meteen meebrengt dat de investering in orde is. Bij een uitspraak van het Hof uit 2014 verschilde het advies van het toenmalige RVO (Agentschap NL) aan de inspecteur over de aanschaf van melkrobots aanzienlijk van de uitlatingen van een medewerker van RVO jegens de aanvrager. Weliswaar oordeelden de Rechtbank Leeuwarden en het Hof Arnhem-Leeuwarden uiteindelijk dat de robots wel degelijk relevant waren voor de reductie van de ammoniakemissie, maar dat was niet het gevolg van de mededeling van de medewerker. Altijd verstandig dus om te proberen dergelijke adviezen op schrift te verkrijgen.

II. Aanvraag op tijd ingediend?
Binnen drie maanden nadat de ondernemer weet wat hij tegen welke prijs aanschaft, moet de investering aangemeld zijn bij de RVO. De rechter reageerde bepaald niet coulant op diverse excuses over het missen van deze deadline, zoals wegens:
- te late postbezorging (in de tijd dat de melding nog niet verplicht digitaal ging);
- vastlopende computers;   
- het voornemen van een ondernemer de melding tegelijkertijd af te handelen met zijn privé-aangifte;
- een aanschaf zonder een opdrachtbevestiging;
- een opdracht tot meerwerk die zou leiden tot een nieuwe aanmeldingstermijn.

Het is dus belangrijk de termijnen goed in de gaten te houden en een deskundige te raadplegen bij twijfel over de aan te houden data.

III. Voldoet de gehele aanvraag aan de gehele code?
Kleine deelinvesteringen die niet in lijn zijn met de Milieu- of Energielijst, kunnen ervoor zorgen dat de inspecteur de gehele aanvraag tot investeringsaftrek afwijst. Zo werd onlangs in het geheel geen MIA verleend aan een ondernemer die bij de bouw van een hotel voor een miljoen euro had geïnvesteerd in hout, waarvan een gedeelte van €8.000 bestond uit niet-gecertificeerd hout. Het Hof Den Haag rechtvaardigde deze verstrekkende gevolgen voor een relatief ondergeschikte afwijking van de code (en samenhangende verplichting dat de gehele keten van houtproductie tot en met het eindproduct gecertificeerd diende te zijn) met een verwijzing naar het belang van de rechtszekerheid en gelijkheid tussen burgers.

Ook een onderneemster die milieuvriendelijke varkensstallen liet bouwen, werd teleurgesteld door inspecteur en rechter. Hoewel de ammoniakemissie van haar stal voldoende laag was en zij €227.000 extra uitgaf om het milieu te ontlasten, was het waterkanaal van de varkensstal 0,4 meter breder dan de vereisten van de Groen- Label-Stalsystemen. Aangezien op de Milieulijst geregeld was dat slechts varkens-Groen-Labelstallen in aanmerking kwamen voor de MIA, moest de Inspecteur de aanspraak op de MIA weigeren.

Conclusie
Het zou zonde zijn op formaliteiten de beoogde subsidie mis te lopen. Voor bovenstaande onvolkomenheden bent u inmiddels gewaarschuwd.

Een column van Hein Stroeve, partner bij Ekelmans & Meijer advocaten en lid van het Logistiek Vastgoedteam van het kantoor.

Reacties

Lees onze special over Special Vastgoedbeslissers 2021