Column: Tijdelijke verhuur woonruimte vanaf 1 juli 2016 mogelijk

Dinsdagavond heeft de Eerste Kamer ingestemd met invoering van het wetsvoorstel doorstroming huurmarkt. Als gevolg hiervan kan met ingang van 1 juli 2016 de particuliere verhuurder van zelfstandige woonruimte deze ruimte verhuren voor een periode van twee jaar. Ook maakt de wet verhoging van de huur mogelijk op basis van het huishoudinkomen.

In eerdere columns beschreef ik al dat het wetsvoorstel stormachtig snel door de minister is behandeld. Omdat het voorstel deels afbreuk deed aan het woonakkoord en inbreuk leek te maken op het uitgangspunt van het Nederlandse huurrecht dat een huurovereenkomst van woonruimte voor onbepaalde tijd geldt, was vaststelling van de wet door het parlement niet zeker.

Uit het voorlopige verslag van de Eerste Kamer blijkt dat het voorstel niet kamerbreed gesteund werd. Slechts door diverse wijzigingen tijdens de eerdere parlementaire behandeling kon het wetsvoorstel op een meerderheid rekenen.

Schriftelijke aankondiging
Zo is tijdens de parlementaire behandeling alsnog opgenomen dat het einde van de tijdelijke huurovereenkomst door de verhuurder schriftelijk moet worden aangekondigd. De verhuurder moet maximaal drie en minimaal één maand van tevoren de huurder schriftelijk informeren over het einde van de huurovereenkomst. Verzuimt de verhuurder dit of doet hij dit te laat dan wordt de huurovereenkomst omgezet naar onbepaalde tijd. Bovendien kan de huurder tot dertig maanden na ingang van de huurovereenkomst de huurprijs laten toetsen door de huurcommissie. Dit is veel langer dan de huidige termijn van zes maanden.

Ook is bepaald dat de tijdelijke verhuur door toegelaten instellingen volkshuisvesting (zoals woningcorporaties) slechts mogelijk is aan door de Minister voor Wonen en Rijksdienst te bepalen groepen. Onder deze groepen zullen vermoedelijk jongeren van 18 tot 28 jaar vallen, maar een algemene bevoegdheid tot tijdelijke verhuur werd niet wenselijk geacht.

De wetgeving heeft ten doel het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt. Omdat de minister erkende dat 'de effecten van de voorgestelde maatregelen op voorhand niet gekwantificeerd kunnen worden' heeft hij tevens toegezegd dat na invoering van de wet de werking regelmatig geëvalueerd wordt.

Doorstroming
De wetswijziging heeft tot gevolg dat particuliere verhuurders zelfstandige woonruimte tijdelijk voor twee jaar kunnen verhuren. Voor onzelfstandige woonruimte is tijdelijke verhuur voor vijf jaar mogelijk. Ook maakt de wetswijziging opzegging wegens dringend eigen gebruik voor bepaalde doelgroepen (promovendi, jongeren, gehandicapten, ouderen en grote gezinnen) eenvoudiger. Ten slotte biedt de wet de particuliere verhuurder de mogelijkheid tot huurverhoging op basis van het huishoudinkomen.

De sociale verhuurder kan de huur slechts voor zijn gehele bezit met een lager percentage verhogen. Hiervoor is de huursom bepalend. Ondanks flinke kritiek op het onderscheid tussen de particuliere en sociale verhuurder voor de mogelijkheden tot huurverhoging en tijdelijke verhuur, heeft de Eerste Kamer toch ingestemd met de wetswijziging. De wet wordt per 1 juli 2016 ingevoerd. Het is niet mogelijk te anticiperen op de wet door nu al tijdelijke contracten te sluiten. De particuliere verhuurder doet er goed aan zijn administratie nu vast zo in te richten dat de brief voor beëindiging van de tijdelijke verhuur tijdig wordt verstuurd. De particuliere verhuurder zal tevens nieuwe huurcontracten moeten opstellen om deze wetswijziging goed vast te leggen.

Een column van Elout Korevaar, advocaat vastgoedrecht bij Hoeberechts advocaten en docent huurrecht aan de Universiteit Leiden.

Reacties

Lees onze special over Energietransitie