Column: De aandachtspunten van de Crisis en herstelwet (Chw)

De Chw is op 31 maart 2010 in werking getreden. Belangrijk aan deze wet is de versnelling van infrastructurele projecten en andere grote bouwprojecten. In de Chw zijn categorieën van dergelijke projecten en met naam genoemde projecten opgenomen. Daarnaast heeft de versnelling en vereenvoudiging van procedures tot gevolg dat bestaande wetgeving, zoals de Waterwet en de Onteigeningswet, op sommige punten ingrijpend gewijzigd is. De Chw bevat twee categorieën van maatregelen:
1. tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden;
2. wijziging van bijzondere wetten.

In de eerste bijlage van de Chw worden categorieën van ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd. Blijkens de tekst van de bijlage vallen hier bouwprojecten van meer dan 20 woningen onder. In de tweede bijlage worden concrete ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, zoals de herstructurering van het bedrijventerrein van de Amsterdamse Noordelijke IJ-oevers en de binnenstedelijke herstructurering van de Den Bosch Spoorzone. Deze bijlage bevat een lijst van diverse projecten in het hele land, en is verdeeld in verschillende categorieën (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en bodembescherming). Op grond van art. 2.2 Chw is het mogelijk om bij AMvB nieuwe (categorieën van) projecten toe te voegen aan de lijst van projecten waarop de Chw reeds van toepassing is. Het gaat dan om een bij wijze van experiment aangewezen ontwikkelingsgebied, dat binnen tien jaar tot verbetering van de plaatselijke situatie moet leiden. Momenteel is het eerste ontwerpbesluit ter zake van een toevoeging van nieuwe projecten ter inzage gelegd; het betreft drie innovatieve experimenten en drie lokale projecten met nationale betekenis.

Versnelde uitvoering van bouwprojecten
Als de Chw van toepassing is, dan geldt de mogelijkheid tot vaststelling van een projectuitvoeringsbesluit door de gemeenteraad. Bepaalde wettelijke voorschriften krachtens welke een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit is vereist, zijn dan niet van toepassing (art. 2.10 jo 2.9 Chw). Het betreft hier bouwprojecten van minimaal 12 en maximaal 1500 of 2000 woningen, afhankelijk van het bestaan van één of meerdere ontsluitingswegen. Deze maxima zijn gerelateerd aan de luchtkwaliteitseisen en de mer-beoordelingsplicht. Verzekerd is nu dat bij woningbouwprojecten waarvoor versnelde uitvoering is beoogd, geen afzonderlijke toetsing op luchtkwaliteit en mer hoeft plaats te vinden.
Opgemerkt wordt dat in bijlage I bouwprojecten van minimaal 20 woningen staan vermeld, maar dat art. 2.9 Chw een minimum van 12 woningen vermeldt. Momenteel is volgens NVB de gemiddelde projectgrootte 12 - 15 woningen. Enige problemen met een tussenliggend aantal woningen (13-19) zijn dan ook te voorzien. Vooralsnog geldt dat wanneer men uitgaat van de bedoeling van de wetgever, die blijkens de laatste nota van wijziging een zo ruim toepassingsbereik nastreeft, we uit moeten gaan van een minimum van 12 woningen. Toekomstige jurisprudentie zal hierover uitsluitsel moeten geven.

De Chw versnelt tevens de bestuurlijke besluitvorming over de projecten. Dit wordt als volgt gerealiseerd:
- Voor in de bijlage genoemde (categorieën van) projecten is het thans mogelijk om een klein materieel gebrek in een besluit te passeren. Voorheen gold dit alleen voor vormschriften; nu geldt zulks ook voor andere materiële gebreken, mits er geen belanghebbenden benadeeld zijn (art. 1.5 Chw)
- Met de invoering van het relativiteitsvereiste (art. 1.9 Chw) is het niet langer mogelijk een besluit per definitie te vernietigen op de grond dat het strijdig is met een (on)geschreven rechtsbeginsel. Wanneer dit beginsel niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich erop beroept, vernietigt de rechter niet. Over de toepassing en het bereik van dit relativiteitsvereiste heerst echter veel onduidelijkheid.
- De beroepsmogelijkheden van decentrale overheden worden beperkt (art. 1.4 Chw).
Beroepsprocedures zullen sneller verlopen door dwingend voor te schrijven dat een versnelde beroepsprocedure geldt (art. 1.6 Chw.) Deze versnelling wordt als volgt bereikt:
- de rechter is gehouden het beroep versneld af te handelen met inachtneming van afd. 8.2.3. Awb;
- pro forma beroep is niet mogelijk;
- de rechter is gehouden binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak te doen;
- een grondenfuik (art. 1.6 a Chw). Niet duidelijk is echter wat onder een nieuwe beroepsgrond moet worden verstaan: vallen een aanvulling, invulling of nadere onderbouwing van een tijdig aangevoerde beroepsgrond hier ook onder?

Lex silencio positivo
De derde bijlage bevat een verwijzing naar het aanlegvergunningenstelsel van art. 3.16 Wro. Hierop is de ‘lex silencio positivo' van afd. 4.1.3.3. Awb van toepassing: de van rechtswege verleende beschikking als een overheidsinstantie niet binnen de voorgeschreven beslistermijn een besluit heeft genomen. Afdeling 4.1.3.3. Awb is nog niet in werking getreden.

Tot slot
De Chw vervalt op 1 januari 2014. Dat betekent dat de bijzondere bepalingen met betrekking tot projecten en bijzondere voorzieningen met ingang van die datum hun werking verliezen. Voor projecten die op die datum nog niet zijn afgerond, is een voorziening getroffen. Deze voorziening houdt in dat de Chw van toepassing blijft op alle besluiten ter uitvoering van het betreffende project. Let op: dit geldt niet voor de wijzigingen van de in de genoemde wetten! Deze wetswijzigingen behouden hun werking ook na 1 januari 2014.

Samantha Daniels is advocaat bij de sectie vastgoed en overheid van Van Diepen Van der Kroef (Amsterdam) s.daniels@vandiepen.com  

 

Reacties

Lees onze special over Vastgoedfinanciering Special 2021