Levering van deels bebouwd terrein kwalificeert voor omzetbelasting als bouwterrein
In de volgende bijdrage gaan de fiscalisten van HVK Stevens dieper in op een veelvoorkomende discussie bij vastgoedtransacties waarbij het terrein nog deels bebouwd is. Zij leggen uit waarom er dan sprake is van levering van bebouwde grond, belast met overdrachtsbelasting.
Onlangs heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak waarin de vraag centraal staat of een bouwterrein wordt geleverd, ondanks de aanwezigheid van een 96 meter lange muur.
De btw-wetgeving kent als uitgangspunt dat de levering van onroerend goed is vrijgesteld van omzetbelasting. Een uitzondering daarop is de levering van een bouwterrein. Een bouwterrein is onbebouwde grond, kennelijk bestemd om te worden bebouwd met een of meer gebouwen. In de praktijk komt het vaak voor dat nog enige bebouwing aanwezig is op een stuk grond, bijvoorbeeld een oude fundering of skelet van een gebouw. In zo’n geval is het sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden of sprake kan zijn van een bouwterrein, zoals ook in de hierna te bespreken casus eenzelfde afweging wordt gemaakt.
In dit artikel wordt ingegaan op de feiten in het onderhavige arrest en de oordelen van de rechtelijke instanties. Vervolgens beschrijft men kort het belang voor de praktijk.
Casus
In de onderhavige casus heeft de belanghebbende, een projectontwikkelaar, een perceel grond met daarop een leegstaand fabrieksgebouw gekocht. Ten behoeve van de bouw van een appartementencomplex en eengezinswoningen, heeft de ontwikkelaar een bouwvergunning verkregen en het fabrieksgebouw gesloopt. Daarbij is een 96 meter lange muur, die fungeerde als grondkering en afscheiding tussen tuinen en een stuk onbebouwd gebleven stuk grond, intact gebleven.
Na realisatie van het appartementencomplex is het complex verkocht, maar de bouw van de eengezinswoningen heeft geen doorgang gevonden. Het onbebouwd gebleven stuk grond met daarop de muur heeft de belanghebbende vervolgens verkocht aan een projectontwikkelaar, die het voornemen had daarop woningen te bouwen. De belanghebbende is van mening dat zij, door de aanwezigheid van de muur, bebouwde grond heeft geleverd. Daarom heeft zij geen omzetbelasting over de levering voldaan. De Belastingdienst was echter van mening dat sprake was van een bouwterrein en heeft daarom omzetbelasting nageheven over de levering.
De rechtbank stelde in dit kader dat het terrein niet als onbebouwde grond kon worden aangemerkt en daarom geen bouwterrein kon zijn. Het gerechtshof is met de rechtbank van mening dat sprake is van de levering van bebouwde grond, die niet belast is met omzetbelasting. Het gerechtshof onderbouwt haar oordeel door te stellen dat de muur dienstbaar is aan het terrein en de levering van een gedeeltelijk gesloopt gebouw tot de laatste steen moet worden beschouwd als de levering van een bestaand gebouw.
De Hoge Raad wijkt nu af van de hiervoor genoemde oordelen van de rechtbank en het gerechtshof. Bij de beoordeling of sprake is van onbebouwde dan wel bebouwde grond dient alleen de staat waarin die onroerende zaak zich ten tijde van die levering bevindt in aanmerking te worden genomen. Hierbij speelt geen rol of (een van) de bij die levering betrokken partijen de intentie heeft de onroerende zaak te gaan bebouwen. In de onderhavige casus dient bij de beoordeling dus alleen te worden gekeken naar de staat waarin het terrein verkeerde toen belanghebbende het terrein aan de projectontwikkelaar leverde.
Vervolgens geeft de Hoge Raad aan dat eerst beoordeeld moet worden of het geleverde perceel als geheel moet worden beschouwd als een gebouw en het erbij behorend terrein. Bij die beoordeling moet worden bepaald of het onbebouwde stuk grond op het perceel moet worden aangemerkt als bij een gebouw behorend terrein. Dat houdt in dat het stuk grond naar maatschappelijke opvattingen behoort bij dan wel dienstbaar is aan het gebouw op het perceel, in dit geval dus de muur. De Hoge Raad geeft aan dat indien het onbebouwde gedeelte van een perceel niet behoort tot en evenmin dienstbaar is aan het op datzelfde perceel gelegen gebouw, in de tweede plaats moet worden beoordeeld of het omgekeerde het geval. Die situatie doet zich in elk geval voor wanneer het op het perceel aanwezige gebouw ten opzichte van het onbebouwde gedeelte van het perceel als verwaarloosbaar moet worden aangemerkt.
Ten aanzien van het voorgaande heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de muur verwaarloosbaar is ten opzichte van het onbebouwde gedeelte van het terrein. Dit gezien de omvang van de muur ten opzichte van de omvang van het onbebouwde gedeelte. Dat de muur dienstbaar is aan het terrein, doet daar niet aan af. Het oordeel van de Hoge Raad heeft als gevolg dat de levering van het perceel in zijn geheel kwalificeert als onbebouwde grond.
Nu sprake is van onbebouwde grond, dient te worden beoordeeld of de onbebouwde grond kwalificeert als een bouwterrein. Belanghebbende had sloopwerkzaamheden verricht ten aanzien van het terrein. Bovendien was er een bouwvergunning verleend voor de bouw van de eengezinswoningen. Derhalve is de Hoge Raad van mening dat de belanghebbende werkzaamheden heeft verricht met het oog op de bebouwing van het terrein, waardoor het terrein kwalificeert als bouwterrein. Hierdoor is de levering belast met omzetbelasting.
Praktijk
Uit het voorgaande blijkt dat het niet altijd duidelijk is wat de btw-gevolgen van de levering van een stuk grond zijn. De rechtelijke instanties oordelen, zoals in de onderhavige casus duidelijk naar voren komt, niet altijd in lijn met elkaar. Ook verschilt per geval of de aanwezigheid van een bouwwerk wel of niet leidt tot een bebouwd dan wel onbebouwd terrein. Per specifieke transactie dient daarom vooraf te worden beoordeeld wat de gevolgen voor de omzetbelasting en overdrachtsbelasting zijn. Vaak kunnen afspraken tussen de verkoper en koper dan nog zo worden ingekleed dat de gewenste fiscale uitwerking kan worden bewerkstelligd.
Resumé
In dit artikel is een recente uitspraak van de Hoge Raad inzake de fiscale behandeling van een vastgoedtransactie besproken. In de onderhavige casus stond de vraag centraal of de levering van een terrein, ondanks de aanwezigheid van een muur, kwalificeerde als de met btw-belaste levering van een bouwterrein. De Hoge Raad oordeelde hierbij, in tegenstelling tot de rechtbank en het gerechtshof, dat hiervan sprake was.
Indien bij u een soortgelijke vastgoedtransactie speelt, adviseren wij om voorafgaand aan de levering te beoordelen welke gevolgen de levering voor de heffing van omzet- en overdrachtsbelasting heeft. Wij brengen de fiscale gevolgen van uw transactie graag voor u in kaart en bespreken graag of het mogelijk is uw vastgoedtransactie zo in te kleden dat het gewenste resultaat kan worden behaald.
Dit was een bijdrage van Joris van Wamelen en Mike Hagendoorn. Zij maken als fiscalisten deel uit van het vastgoedteam van HVK Stevens te Amsterdam en Rotterdam. Heeft u vragen of opmerkingen? Stuur dan een e-mail naar j.vanwamelen@hvkstevens.com of m.hagendoorn@hvkstevens.com of bezoek de website van HVK Stevens.
Laatste nieuws
- 06-04-2026 06:00 Debbie Ginter: ‘Bij iedere woning die we bouwen, hoort een arbeidsplaats’
- 04-04-2026 14:00 NDSM-werf heeft smoel, maar mist nog steeds de basis voor prettig wonen
- 03-04-2026 16:33 'Peek & Cloppenburg vertrekt mogelijk uit monumentaal pand op de Dam'
- 03-04-2026 16:02 EY verlengt huur bij Edge in Cross Towers op Amsterdamse Zuidas
- 03-04-2026 14:57 Nieuwe huurcontracten en verlengingen voor winkelcentrum Makado Beek in Beek
- 03-04-2026 14:15 Braintown koopt retailpark AaBe Fabriek in Tilburg van Savills IM
- 03-04-2026 11:30 'Het plan klopte, de omstandigheden niet' – transformatielessen in Schiedam
- 03-04-2026 11:20 Leegstand in België blijft stijgen
- 03-04-2026 10:23 Zuidas: Van zakelijke droom van de jaren negentig naar een wijk die nog altijd zoekt naar zichzelf
- 03-04-2026 10:00 Topvacature: Accountmanager bij Mosaic World
- 03-04-2026 10:00 Tussen financiering en executie: Waarom de executieveiling een structureel onderdeel is van vastgoedfinanciering
- 03-04-2026 09:49 Investeerders geven Vesteda uitstel in redemptieproces
- 03-04-2026 09:08 VEH: 'Makelaar heeft de plicht om funderingsrisico vóór een bod te delen'
- 03-04-2026 06:00 ‘Van ongewenst jongetje in de klas naar samenwerkingspartner’: Zo veranderde het vak van de financieringsintermediair
- 03-04-2026 00:10 Hypotheekaanvragen stabiliseren, huizenkopers zijn terughoudend geworden
- 02-04-2026 17:49 'Netcongestie regelrechte crisis voor woningbouw' Netbeheerders, gemeenten en markt vragen om crisisaanpak
- 02-04-2026 17:38 Particuliere belegger verhuurt distributiecentrum in Tilburg aan Amerikaans techbedrijf
- 02-04-2026 16:06 Aantal bezoekers van winkelstraten daalt in eerste kwartaal
- 02-04-2026 15:19 ERA Contour wint tender voor 867 woningen in Den Haag Zuidwest
- 02-04-2026 14:47 Woningcorporatie Area krijgt nieuwe voorzitter van raad van commissarissen
- 02-04-2026 14:08 Mogelijk Vastgoedfinancieringen breidt uit naar Duitsland; nieuwe kansen voor ondernemers en investeerders
- 02-04-2026 14:06 Particuliere belegger koopt Jumbo in Mook en KFC in Cuijk
- 02-04-2026 12:18 Overname Leen Bakker en Kwantum is afgerond
- 02-04-2026 12:02 Vesteda trekt nieuwe voorwaarden voor obligatiehouders in na gebrek aan steun
- 02-04-2026 11:41 Adelaer Financial Architects viert 10-jarig jubileum
- 02-04-2026 11:35 Liander zet megatender uit voor 750 MW flexibel vermogen tegen netcongestie



.jpg)
.jpg)
.jpg)


Reacties
Om te kunnen reageren moet u zijn ingelogd. Klik hier om in te loggen.