Randstedelingen verhuizen meer naar platteland vanwege huizenprijzen

Randstedelingen kopen vaker een huis buiten hun eigen stad. Dat komt door de steeds duurder wordende koophuizen in de grote steden.

Dat melden de researchers van de Rabobank. De meeste kopers kiezen voor een woning binnen een andere stad in de Randstad, maar de keuze voor een huis in andere delen van Nederland neemt toe. “Deze beweging heeft weinig te maken met het op zoek zijn naar rust en ruimte, wat vaak werd gezegd door de media tijdens de coronapandemie,” vertelt Huizenmarkt-econoom Carola de Groot van RaboResearch. “De keuze voor een woning op het platteland en dus buiten de steden in de Randstad neemt al veel langer toe door de steeds duurder wordende koophuizen in de grote steden.”

Zes op de tien Randstedelingen koopt het liefst een woning in de eigen stad. Maar omdat veel mensen een huis in de stad willen kopen en het aanbod beperkt is, leidt dat tot hoge huizenprijzen. De Groot: “Door deze scherp gestegen huizenprijzen is het lastiger om een betaalbare woning te vinden. Hierdoor kopen Randstedelingen dus vaker een huis buiten hun eigen stad. Dit gebeurt al sinds 2015. Toen kocht nog zo’n twee derde een huis in de eigen stad. Inmiddels is dat iets meer dan de helft.”

De koopsom per vierkante meter is in de stedelijke buurten van de Randstad sneller gestegen dan in andere delen van Nederland, stelt De Groot. “Hierdoor gingen mensen buiten hun stad kijken. Hoe hoger de prijs per vierkante meter voor een koophuis in een gemeente, hoe vaker inwoners ergens anders een huis kopen. Voor Amsterdam geldt bijvoorbeeld dat Amsterdammers het liefst in Amsterdam kopen. Maar nu de prijsverschillen met de rest van het land groter worden, verlaten ze vaker de stad en zijn ze geneigd in een stad verder van Amsterdam af te gaan wonen.”

Jonger dan 35 jaar
Veel Randstedelingen die een huis kopen buiten hun eigen stad, blijven gewoon in de Randstad. Maar andere delen van Nederland worden interessanter. In 2015 kocht nog ruim 86 procent van de Randstedelingen een huis in de Randstad. Dat is nu zo’n 74 procent; een daling van 12 procentpunt in zes jaar tijd. “Er worden dus vaker huizen gekocht in andere delen van Nederland dan de Randstad. Ook door 35-minners. Net buiten de Randstad is inmiddels de helft van de huizenkopers uit de Randstad jonger dan 35 jaar. Ook kopen jonge huizenkopers vaker in de steden van de periferie. Zij hebben vermoedelijk een huis in de periferie gekocht vanwege de lagere huizenprijzen, niet vanwege de rust en de ruimte.”

Dit alles raakt de lokale inwoners die een huis willen kopen. Er worden steeds minder huizen verkocht aan iemand uit de eigen gemeente. Zo ging het aandeel lokale huizenkopers op het platteland direct naast de Randstad in acht jaar terug van 70 procent naar 50 procent. “Lokale inwoners die een huis willen kopen, komen er dus minder goed tussen,” aldus de Groot. “Het aandeel huizenkopers uit de Randstad daarentegen neemt juist langzaam toe. Vaak zijn het Randstedelingen uit de gemeenten Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag.”

Op dit moment dalen de huizenprijzen. Als dit langer duurt, kan dat er toe leiden dat Randstedelingen in de toekomst weer vaker een huis kopen in hun eigen stad. En in dat geval hebben lokale huizenkopers weer meer kans om een huis in hun eigen gemeente te kopen.

“Daartegenover staat dat grotere huizen vooral buiten de steden te vinden zijn,” eindigt de Groot. “Als kopers ondanks de hogere stookkosten toch een groter huis willen, dan kan de trek van stad naar platteland en van de Randstad naar andere delen van Nederland doorzetten. Ook al worden de huizen in de steden goedkoper. De druk op de Randstad wordt dan mogelijk wat verlicht, omdat mensen verhuizen naar andere delen van het land.”

 



Reacties


Laatste nieuws