Q&A Omgevingswet: belang van geothermie voor de warmtetransitie

Wekelijks behandelen de juridische experts van NewGround Law op Vastgoedjournaal een facet  van de Omgevingswet, de nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving. In dit artikel gaan Erwin Noordover en Rieneke Jager in op het belang van geothermie voor de warmtetransitie.

De Omgevingswet vervangt alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening, milieu en natuurbescherming). Onder het motto “eenvoudig beter” zullen 40 wetten en 120 AMvB’s worden gebundeld in één wet en vier AMvB’s. Dat zou het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in het gebruik maken; een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, meer flexibiliteit en afwegingsruimte voor lokale overheden en snellere besluitvorming. Gekoerst wordt op inwerkingtreding per 1 juli 2023.

Om u goed voor te bereiden op de inwerkingtreding, zullen wij op deze plek wekelijks een aspect belichten ten aanzien van de Omgevingswet. Deze week gaan wij in op het belang van geothermie voor de warmtetransitie.

Geothermie voor warmte in de gebouwde omgeving
Aardwarmte via geothermie vormt een belangrijk onderdeel van de energietransitie voor het verwarmen van woningen en gebouwen. In het Klimaatakkoord is voor 2030 een opgave opgenomen van 1,5 miljoen woningen op een warmtenet van, bijvoorbeeld, aardwarmte. Niet alleen de afbouw van de winning van Gronings gas, maar ook de grote noodzaak minder afhankelijk te worden van geïmporteerd gas benadrukken het belang van een lokaal geproduceerd, duurzaam alternatief voor warmte. Aardwarmte is een lokaal, duurzaam alternatief voor warmte uit de (diepe) ondergrond. Hoe dieper men gaat, hoe warmer het water. Er is sprake van aardwarmte bij winning van warmte een diepte van meer dan 500 meter onder de grond. Daarbij wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen ondiepe geothermie (tussen 500 en 1.000 meter), diepe geothermie (tussen de 1.000 en 4.000 meter) en ultradiepe geothermie (dieper dan 4.000 meter).

Geothermie onder de Omgevingswet
Voor winning van aardwarmte door middel van geothermie zijn meerdere nieuwe wetten en wetswijzigingen relevant (zie hierover onder meer ons artikel voor Nederlands Tijdschrift voor Energierecht). Ook de komst van de Omgevingswet heeft gevolgen voor de vergunningverlening.

Onder de Omgevingswet wordt het mogelijk om regels te stellen voor de fysieke leefomgeving voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties: ook de ondergrond kan daarmee worden geregeld. Dit biedt provincies, via de omgevingsverordening, en gemeenten, via het omgevingsplan, mogelijkheden om regels te stellen voor de afstemming van de verschillende ondergrondse functies, zoals drinkwater en geothermie. Daarbij moet dan wel rekening worden gehouden met het Rijksbeleid, zoals vastgesteld in de Structuurvisie Ondergrond (“STRONG”). Deze structuurvisie werkt de beleidsopgaven van de nationale belangen drinkwatervoorziening en mijnbouwactiviteiten uit, waaronder de winning van aardwarmte. In STRONG staat onder meer dat de provincies de gebieden met goede potenties voor geothermie zoveel mogelijk buiten de begrenzing van drinkwatervoorzieningen houden. Afhankelijk van de regels in het omgevingsplan kan het nodig zijn om aanvraag om een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit in te dienen.

Het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen en winnen van aardwarmte, evenals andere milieubelastende activiteiten die de aanleg en exploitatie functioneel ondersteunen – zoals bijvoorbeeld het terugpompen en/of lozen van water – is aangewezen als milieubelastende activiteit (“MBA”), waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Als MBA omvat het opsporen en winnen van aardwarmte meerdere functioneel ondersteunende activiteiten, zoals het boren en terugpompen van water. Een omgevingsvergunning MBA is dus in ieder geval nodig, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met de gevolgen van geothermie voor de veiligheid.

Veiligheid bij geothermie
Recent heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat de Tweede Kamer ingelicht over de kernpunten van het beleid voor beheersing van geothermierisico’s. Daarbij is een beleidsbijlage gestuurd met een overzicht en toelichting op het beleid voor het omgaan met fysieke risico’s en onzekerheden bij geothermie. De staatssecretaris zet uiteen hoe geothermie op een veilige manier gerealiseerd kan worden, die rekening houdt met de onzekerheden inherent aan een relatief nieuwe technologie. In de Mijnbouwwet staat onder meer dat geothermie niet mag leiden tot onaanvaardbaar veiligheidsrisico’s. Om een vergunning op grond van de Mijnbouwwet te krijgen moet onder meer voldoende aannemelijk zijn dat het geothermieproject volgens een realistische inschatting  voldoet aan de veiligheidsnorm van 1 op de 100.000 per jaar. Verder is de kans op schade aan objecten die ontstaat, ondanks dat de operator heeft voldaan aan alle wet- en regelgeving, aanvaardbaar, mits het zeker is dat deze schade wordt vergoed.

Met de aardbevingsrisico’s van de gaswinning in Groningen in het achterhoofd speelt ook bij geothermie de vraag naar mogelijke effecten door seismiciteit. De staatssecretaris benadrukt dat, vanwege het belang van de energietransitie, geen gebieden van tevoren worden uitgesloten van geothermie. Wel moeten bij ieder project voldoende maatregelen worden genomen ter beperking en beheersing van de risico’s. Op basis van huidige inzichten is de kans op schadeveroorzakende seismische activiteiten klein bij de in Nederland meest gebruikelijke aanpak van geothermie. Maar als de onzekerheid van een bepaald project groter is dan elders, kunnen centrale overheden de aanvaardbaarheid daarvan meewegen in hun advisering over de vergunningverlening.



Reacties


Laatste nieuws