De Jonge maakt bouwafspraken met provincies voor 917.193 woningen

Hugo de Jonge heeft afspraken met de provincies gemaakt voor de realisatie van 917.193 woningen in de periode 2022 tot 2030. Nu moeten de provincies samen met gemeenten en andere partijen tot concrete overeenkomsten komen.

In de provincie Zuid-Holland komen de meeste woningen met 235.460 woningen, in Drenthe met 13.631 woningen de minste. (Zie kaart onder voor alle getallen.) Er is een uitwerking per provincie gemaakt.

De provincies moeten ook inzetten op versnelling. Het gaat om circa 88.000 woningen in 2023 en circa 99.000 woningen in 2024. Met de provinciale afspraken valt twee derde van de te bouwen woningen in het betaalbare prijssegement.

Doel is dat er landelijk ruim 250.000 sociale corporatiewoningen gebouwd gaan worden. De afspraken omvatten daarnaast de bouw van ruim 320.000 woningen in het middensegment, waarvan ruim 22.000 door de corporaties te bouwen middenhuur-woningen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat er 350.000 woningen in het middensegment bij zouden komen, dat is hiermee net niet gehaald.

Woondeals
De komende periode gaan de provincies met de gemeenten en met betrokkenheid van Rijk, corporaties en marktpartijen en andere partijen de gemaakte afspraken uitwerken in regionale woondeals. De Jonge geeft aan dat ook hij begrijpt dat gezien de huidige (markt) omstandigheden, dit een moeilijke opgave wordt.

Ook begrijpt hij dat voor de plannen op de kortere termijn het lastig wordt de prijssegmentering aan te passen. Provincies hebben hierover aangegeven dat de prijssegmentering van woningbouwplannen op de korte termijn vaak al vastligt. Wijziging van deze plannen is onwenselijk, want dit zou tot vertraging leiden. Daarnaast hebben provincies ook aangegeven dat de gesprekken met de corporaties ook de komende tijd nog worden voortgezet, zodat ze een beter beeld hebben van het aantal door hen te bouwen woningen in het middenhuursegment. Er is afgesproken dat er in 2023 een tussenbalans plaatsvindt na het afsluiten van de woondeals zodat echt duidelijk wordt wat realistisch is.

Financiële ondersteuning
De Jonge hamert erop dat de afspraken tussen provincies en Rijk wederkerig zijn. Provincies zullen zich inzetten om samen met de gemeenten te zorgen voor voldoende (harde) plancapaciteit in de provincie en voor tijdige vergunningverlening door gemeenten en om in de woondeals lokale knelpunten op te lossen. Het Rijk heeft inmiddels voor het versnellen en ontsluiten van woningbouwprojecten €1,5 miljard beschikbaar gesteld. Daar hoort ook nog €475 miljoen bij voor gebiedsontwikkeling. Daarnaast investeert het kabinet in 17 grootschalige woningbouwgebieden op het gebied van infrastructuur. Daarvoor is €6 miljard uitgetrokken. In de BO’s MIRT vindt daarover in november besluitvorming plaats. Ook is er de Woningbouwimpuls (€1,25 miljard) om goede projecten vlot te trekken. Verder is er €380 miljoen euro extra voor de versnelling van tijdelijke huisvesting. En door het afschaffen van de verhuurdersheffing is jaarlijks €1,7 miljard beschikbaar om de investeringscapaciteit van de corporaties te versterken.

Ook biedt het Rijk niet-financiële ondersteuning in de vorm van het Expertteam Woningbouw dat kan worden ingeschakeld en kan door provincies en gemeenten gebruik worden gemaakt van de flexpoolregeling voor extra capaciteit voor planvorming en vergunningverlening. Daarnaast is er specifieke ondersteuning georganiseerd rond nieuwbouw woningcorporaties, tijdelijke huisvesting en wonen en zorg. Bovendien is De Jonge bezig met de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting om de juridische procedures aan te pakken. Uiteraard moet ook het stikstofdossier opgelost worden.



Reacties


Laatste nieuws