Q&A Omgevingswet: wordt het mogelijk zonnepanelen te verplichten op industriepanden?

Wekelijks behandelen de juridische experts van NewGround Law een facet van de Omgevingswet, de nieuwe wet- en regelgeving en nieuwe jurisprudentie op het gebied van de fysieke leefomgeving, op Vastgoedjournaal. Deze week bespreken Erwin Noordover en Welmoed Willemsen het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met duurzame daken.


Het onderhavige ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (“Bbl”) strekt er toe maatwerkmogelijkheden voor gemeenten te introduceren waarmee eisen gesteld kunnen worden aan de manier waarop daken gebruikt kunnen worden in het kader van duurzaamheid. Hiermee wordt beoogd de schaarse ruimte slim te gebruiken. Een dak kan namelijk op meerdere manieren duurzaam worden gebruikt. Zo kan een dak worden gebruikt voor het opwekken van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld door het middel van zonnepanelen, of voor klimaatadaptie, bijvoorbeeld door het realiseren van zogenoemde blauwe of groene daken. Dit zijn daken met wateropslag of beplanting die zorgen voor vertraagde afvoer van het regenwater en voor verkoeling bij hitte. Bij het opstellen van de regionale energiestrategie (RES) wordt in meerdere gebieden gekozen voor het opwekken van zonne-energie op dak. Door het ontwerpbesluit hebben gemeenten ook de instrumenten gekregen om deze ambitie uit te voeren.

Wijziging ziet op daken van industriepanden en “overige gebruiksfuncties”
Op grond van de aansturingstabellen van de aangepaste artikelen 3.83 en 4.148B Bbl blijkt dat gemeenten alleen de bevoegdheid hebben tot het opleggen van maatwerk ten aanzien van het duurzaam gebruik van het dak voor industriefuncties en overige gebruiksfuncties. De gemeente heeft dus alleen maatwerkmogelijkheden voor zover het gaat om daken op industriepanden (zoals loodsen voor opslag) en gebouwen waarin het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt zogenoemde “overige gebruiksfuncties”, zoals parkeergarages. Er kunnen dus geen regels gesteld worden aan bijvoorbeeld woonfuncties, kantoorfuncties of bijeenkomstfuncties. Er is voor deze afbakening gekozen omdat deze andere gebruiksfuncties reeds onder de landelijke eisen vallen voor energieprestatie.

Mogelijkheden tot lokaal maatwerk
In het ontwerpbesluit wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Voor nieuwbouw wordt het mogelijk om in het omgevingsplan algemene regels op te nemen ten aanzien van het opwekken van zonne-energie op daken en klimaatadaptief maken van daken. Een ieder, waaronder dus ook gebouweigenaren, kunnen een zienswijzen indienen over het omgevingsplan en dus ook over de regels in omgevingsplan over het opwekken van zonne-energie op daken en klimaatadaptief maken van daken. Het is dus van belang om bij de procedure voor het opstellen van het omgevingsplan alert te zijn op deze nieuwe verplichting om te voorkomen dat aan deze regels in een later stadium al vaststaan. Bij de bestaande bouw is gekozen voor een gemeentelijke mogelijkheid om maatwerk in het individuele geval te stellen via een maatwerkvoorschrift. Dat is een beschikking die specifiek geldt voor de gebouweigenaar.

Maatwerk moet noodzakelijk en proportioneel zijn
Door de voorgenomen wijziging van het Bbl wordt een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht, zoals vastgelegd in artikel 1, Eerste protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, van de eigenaar van een bouwwerk. Om de inbreuk op het eigendomsrecht te rechtvaardigen moeten het maatwerk noodzakelijk en proportioneel zijn. De eisen die kunnen volgen uit het lokale maatwerk zijn noodzakelijk om een duurzame leefomgeving te garanderen. De zwaarte van deze toets zal aldus liggen op de proportionaliteit van de maatregel. De proportionaliteit van de maatregel wordt volgens de Nota van Toelichting onder meer gewaarborgd doordat de maatwerkregel of het maatwerkvoorschrift niet verder kan gaan dan hetgeen nodig is om de duurzaamheid (energieneutraliteit) van de gebruiksfunctie te borgen. Daarnaast vereist de proportionaliteit van de maatregel een afweging van de lokale omstandigheden en van de positie van de gebouweigenaar. Aldus moet de gemeente zich ervan vergewissen dat de eisen niet verder gaan dan nodig om het gewenste resultaat te bereiken.

Dit was een bijdrage van Welmoed Willemsen en Erwin Noordover van NewGround Law



Reacties


Laatste nieuws