Ook rente over huurpenningen over de opzegperiode is boedelvordering

Als jouw huurder failliet gaat, kan de curator, en jij als verhuurder, de huurovereenkomst opzeggen met een termijn van drie maanden. De huurpenningen over de opzegperiode zijn volgens de wet een zogenoemde boedelvordering. Maar wat geldt voor de rente over de huurpenningen in die periode? Is dat ook een boedelvordering? Op 24 december 2021 gaf de Hoge Raad het verlossende woord: ja, verhuurders hebben ook recht op rente over de huurpenningen over de opzegperiode bij een faillissement. Lees hier de bijdragen van RWV Advocaten.

Voor één van onze relaties hebben wij de Hoge Raad gevraagd duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de rente over huurpenningen. De uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor verhuurders die te maken hebben met een huurder die failliet gaat. Hierdoor is duidelijk geworden dat het mogelijk is om rente over de huurpenningen tijdens de opzegperiode als boedelvordering op te voeren. Die rente kan variëren van honderden tot enkele honderdduizenden euro’s. Zo ook het geval is bij een aantal van onze (grotere) vastgoed relaties die op dit moment met dit onderwerp te maken hebben. Hoe werkt het precies?

Boedelvordering: huurpenningen over de opzegperiode
Als je een vordering indient om de huurpenningen over de opzegperiode terug te vorderen, dan heb je grote kans dat deze wordt voldaan. Deze vordering wordt namelijk aangemerkt als een boedelvordering en boedelvorderingen staan (redelijk) vooraan in de rij bij uitkeringen uit faillissementen. Dit in tegenstelling tot de schulden die ontstaan zijn vóór faillissement. Boedelvorderingen worden dan ook regelmatig voldaan.

Hoge Raad bepaalt
Het was lange tijd onduidelijk of de rente over de huurpenningen over de opzegperiode ook als boedelvordering wordt aangemerkt. De uitspraken van verschillende rechters waren niet eenduidig.

Wij legden namens onze cliënt, een verhuurder, deze vraag voor aan de Hoge Raad. Zij bepaalde eind vorig jaar dat over deze boedelvorderingen rente loopt en dat ook de rente zelf de status van boedelvordering heeft. Daarbij geldt dat dit de contractueel overeengekomen rente is. Kijkende naar de rentebepalingen in de ROZ modellen (1 of 2% per maand) of de wettelijke handelsrente (8% per maand op dit moment) zijn hier serieuze bedragen mee gemoeid.

Een doorbraak voor onze client en we zijn ontzettend blij dat de Hoge Raad eindelijk, de wet dateert van 1893(!),duidelijkheid over deze vraag heeft gegeven. 

Aan de procedure bij de rechtbank en het gerechtshof werkte het team samen, bestaande uit ondernemingsrechtadvocaten Matthy van Paridon, Harjo Bakker en Marco Anink van RWV Advocaten.



Reacties


Laatste nieuws