Meerderheid gemeenten wil Omgevingswet opnieuw uitstellen

De motie van Eindhoven en Tilburg - om de Omgevingswet nogmaals met 6 maanden uit te stellen - is met 93,64% van de stemmen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aangenomen. Dit gebeurde tijdens de Algemene Ledenvergadering.

De motie roept het bestuur op om bij de minister op aan te dringen de Eerste en Tweede Kamer te adviseren om onder voorbehoud van een positieve uitkomst van het debat in de Eerste Kamer, uiterlijk in Q1 2023 een Koninklijk Besluit te slaan met een datum inwerkingtreden van 1 januari 2024.  Indien er op basis van het debat in de Eerste Kamer opnieuw tot uitstel besloten wordt, om dan aan de besluitvorming rond het KB altijd de voorwaarde te verbinden dat de wet pas minimaal 6 maanden na het slaan van het KB in kan gaan.

De motie wordt op basis van de volgende overwegingen gesteund, schrijft het bestuur:

  • In de afgelopen jaren heeft zich bij herhaling de situatie voorgedaan dat er tot kort voor de beoogde inwerkingtredingsdatum onzekerheid bestond over de doorgang. Het belang van tijdige duidelijkheid en dus van een snelle uitspraak van de Eerste Kamer is zeer groot.
  • De motie bevestigt dat gemeenten deze wet willen. Dat is een bestendige lijn die we als VNG tot nu toe ook expliciet hebben uitgedragen
  • Duidelijk is dat in de afgelopen periode veel vooruitgang is geboekt bij de voorbereidingen voor invoering. De VNG heeft een aantal randvoorwaarden geformuleerd om van start te kunnen gaan. Met een aantal alternatieve maatregelen kan aan deze voorwaarden worden voldaan.
  • Om van start te gaan is tijdig helderheid nodig. Vooral van de beide Kamers. In de motie is dit vertaald in de oproep om uiterlijk in Q1 een Koninklijk Besluit te slaan. De VNG heeft in de bestuurlijke overleggen reeds eerder dit punt van spoedige besluitvorming ingebracht
  • Nadat het KB geslagen is, is nog voorbereiding nodig. Voor het inregelen van wetgeving, systemen en processen, het regelen en communiceren daarvan. Daarmee kan ook worden geduid onder welk regime een initiatiefnemer aanvraag moet indienen. Hier wordt in de motie 6 maanden voor gevraagd.
  • Naast de voorbereidingstijd blijven ook de andere voorwaarden van de VNG (8 in totaal) staan.
  • Uiteraard is het goed om te beseffen dat een Koninklijk Besluit niet door VNG wordt genomen. De partners (BZK, rijkspartijen, IPO, Unie) hebben een stem in de voorbereiding, maar de Tweede en Eerste Kamer moeten instemmen met het Koninklijk Besluit. Behandeling in de Kamers is nog niet gepland. De VNG wil graag duidelijkheid voor haar leden en dringt daarom aan op snelle behandeling in de Kamers. Behandeling voor het verkiezingsreces van de Eerste Kamer is absoluut noodzakelijk, willen we de beoogde datum van inwerkingtreding halen.


Reacties


Laatste nieuws