BLOG: Unieke uitspraak waarin een ‘algemeen belang’-stichting een procedeerverbod krijgt

Anne-Marie Klijn en Ron Bisschop bespreken de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en een zeer recent geval waarin een zogenaamde ‘algemeen belang’-stichting een procedeerverbod kreeg.

 

Omgevingswet breder afwegingskader
Met de Omgevingswet wordt het omgevingsplan formeel geïntroduceerd. Het omgevingsplan bevat de regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau.

Het omgevingsplan vergt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en is breder van opzet dan een bestemmingsplan. Een afgebakende definitie van de fysieke leefomgeving is er niet. Het begrip fysieke leefomgeving bevat in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en  werelderfgoed. De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: (a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en het (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Kortom, er zal een veel breder en integraler afwegingskader zijn.

Algemeenbelang-organisatie grotere rol
Dat betekent dat een  algemeenbelang-organisatie maar ook procederende stichtingen of verenigingen in de toekomst een (nog) grotere rol dan thans het geval is. Zij zullen dus beter en eerder in de participatie moeten worden meegenomen. Wij verwijzen voor de eisen aan participatie naar een eerdere blog in deze reeks. Maar wat nu als de participatie niet lukt en initiatiefnemers van een plan tegenover de  algemeenbelang-organisatie komt te staan?

Vaak leidt dit tot vertraging en frustratie, zeker wanneer met een procedure tevens andere doelen – buiten het exacte besluit om  - moeten worden bereikt of de betreffende  algemeenbelang-organisatie wel de klepel heeft horen luiden maar niet weet waar de klok hangt.  Dat laatste is soms aan de orde wanneer buren zich spontaan organiseren of wanneer een goed bedoelende stichting of vereniging die zich het algemeen belang van een stad (terecht) aantrekt, vervolgens officieel in beroep gaat en bij de rechtbank of de raad van state bijvoorbeeld een andere politieke keuze bepleit (een argument dat doorgaans juridisch weinig zin heeft en juist op lokaal niveau moet worden bepleit). Hierbij speelt tevens een rol dat het wantrouwen in de loop van de tijd is gegroeid nu initiatiefnemers meestal juridische bijstand hebben en algemeenbelang-organisaties niet. Er is veelal geen evenwicht tussen deze partijen, hetgeen een gang naar de rechter bevordert.  In  het bestuursrecht bestaat verder geen verplichte procesvertegenwoordiging  dus de rechter moet het probleem oplossen daar waar in het civiele recht advocaten ook die rol kunnen hebben in een vroeger stadium (zelfs dienen te hebben volgens de advocateneed).  In de procedure is dan vaak zichtbaar dat discussies worden gevoerd die niet de kern raken maar veel tijd kosten en vertragend werken.

Vertraging voorkomen
Welke oplossingsrichtingen zouden hiervoor zijn? Allereerst is het aan de initiatiefnemers om in gesprek te blijven en te zorgen dat geen conflict ontstaat. Zorg voor evenwicht, een open mind en zet de goede mensen aan tafel die elkaar begrijpen. Ook de overheid kan hierbij een rol spelen zodat de betreffende organisatie zich gehoord voelt. Maar tegelijk zal het kader moeten worden weergegeven waarbinnen de organisatie een juridische  rol kan spelen om onduidelijkheid en teleurstelling en vertraging te voorkomen.

Vervolgens zou het aan de bestuursrechter kunnen zijn wanneer er een duidelijk vermoeden is dat het beroep op niets uitloopt om in  het voortraject  een rechter-commissaris in te zetten die  ter zake het vooronderzoek of een gedeelte daarvan verricht en aan de betreffende partij meegeeft - ter verdere afweging - wat de kans van slagen is en het gevolg voor de andere partij door het vast houden aan het beroep. Dit mede om de ontstane praktijk van het afkopen van appellanten te voorkomen. Of de procedure zou versneld kunnen worden behandeld, juist nu het de strategisch is om geen voorlopige voorziening meer te vragen maar het beroep rustig af te wachten. Dat doet veelal het meeste pijn bij de initiatiefnemer. De wet geeft mogelijkheden voor versnelde behandeling maar daar wordt zelden gebruik van gemaakt de rechter.

Procedeerverbod in kort geding
Als uiterste mogelijkheid  kan een kort geding worden ingezet bij de civiele rechter om een procedeerverbod te vragen. Daarover is zeer recent een uitspraak gedaan die mogelijk ook in andere gevallen navolging verdient.  In dit geval werden in een deelfase van een ontwikkeling in de Bloemendalerpolder in Weesp 162 woningen gerealiseerd. Daarvoor waren 162 (gescheiden) koop/aannemingsovereenkomsten gesloten. Om de te bouwen woning te kunnen financieren, hadden de kopers zogenoemde hypotheekoffertes met geldverstrekkers getekend. Daarin zijn de voorwaarden van de te sluiten hypothecaire geldlening opgenomen. De hypotheekoffertes bevatten uiterlijke geldigheidsdata. Het gros van de hypotheekoffertes zou op korte termijn verstrijken. Uiterlijk op of kort voor die vervaldata dienden de hypotheekakten bij de notaris te zijn gepasseerd. Daaraan stond nog slechts in de weg dat de omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen onherroepelijk werden. Zonder onherroepelijke omgevingsvergunning zijn hypotheekverstrekkers namelijk niet bereid om de bouw van woningen te financieren. Vanwege de snel gestegen hypotheekrentetarieven kon een significant gedeelte van de kopers hun woning niet herfinancieren. Een groot belang dus.

Slechts een stichting die onder meer het behoud van de lokale natuur ten doel heeft, had bezwaar en beroep aangetekend tegen de omgevingsvergunningen. Het bezwaar was ongegrond verklaard. Ondanks intensieve pogingen van de kopers en de ontwikkelaars tot minnelijk overleg handhaafde de stichting haar beroep bij de bestuursrechter. De behandeling van het beroep bij de bestuursrechter zou naar verwachting minimaal een jaar duren, waarna nog de mogelijkheid tot hoger beroep open stond. In die periode zouden alle hypotheekoffertes van de 162 kopers vervallen. Het merendeel van de kopers dreigden derhalve hun woning te verliezen, indien de stichting het beroep niet zou intrekken.

Vervolgens hebben de ontwikkelaars de stichting in kort geding gedagvaard om het beroep bij de bestuursrechter in te trekken. De ontwikkelaars hadden uitgebreid uiteengezet dat het beroep van de stichting kansloos was. De grond was reeds bouwrijp, zodat geen winst op het gebied van natuurwaarden te verwachten viel. De ontwikkelaars alsook de kopers hebben bovendien herhaaldelijke tevergeefs geprobeerd om te achterhalen wat de stichting wenste te bewerkstelligen, zodat aan haar wensen tegemoet gekomen kon worden. De ontwikkelaars betoogden derhalve dat de stichting het project slechts wenste te frustreren.  De stichting beriep zich op dat de realisatie van natuurwaarden hand in hand diende te gaan met de omgevingsvergunning voor bouwen en dat het indienen van bezwaar en beroep wel degelijk haar belang diende alsmede dat het beroep zeker niet op voorhand kansloos was.

De kopers vorderden eveneens dat de stichting het beroep bij de bestuursrechter zou intrekken. Door middel van een enquête, die door 128 van de 162 was ingevuld, zijn aan de hand van grafieken en tabellen de vermogensrechtelijke gevolgen voor de kopers van het beroep van de stichting inzichtelijk gemaakt. Bovendien waren tal van persoonlijke verhalen in de procedure gebracht waaruit de voor velen zeer ingrijpend gevolgen bleken van het verlies van hun woning.  De stichting was daar wel  gevoelig voor maar beriep zich ook erop dat de situatie waarin kopers zich bevinden niet verschilde van vele andere kopers in Nederland. Ook werd betoogd dat het slechts ging om een exploitatieregel uit het bestemmingsplan en dus alleen een uitvoeringsaspect betrof dat tevens met handhaving kon worden beschermd.

De voorzieningenrechter heeft vervolgens de vermogensrechtelijke, persoonlijke en maatschappelijke belangen afgewogen tegen het  belang van de stichting. In een grondig gemotiveerd vonnis van 8 april 2022 is het procedeerverbod toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat in dit geval de normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, meebrachten  dat de Stichting de belangen van derden diende te ontzien, door haar procedeergedrag mede door die belangen te laten bepalen, hetgeen vervolgens neer kwam op een gebod tot intrekken van het beroep. Een algemeen procedeerverbod dat de ontwikkelaars vorderden werd afgewezen. Het vonnis is zeer lezenswaardig en inmiddels gepubliceerd op website van de rechtspraak: ECLI:NL:RBNHO:2022:3145. De stichting heeft haar beroep per ommegaande ingetrokken. Onze cliënten – de 162 kopers – waren zeer gelukkig met deze uitspraak.

Advies:  don’t try this at home
De uitspraak van 8 april 2022 is zeldzaam met een “don’t try this at home”- advies.  Van  kopers- en ontwikkelaarszijde was er grote inzet  om tot een oplossing te komen en om de zaak evenwichtig en zorgvuldig te bepleiten.  

Als laatste redmiddel was deze juridische procedure bij de civiele rechter echter wel geëigend. In het algemeen is het te adviseren aan de initiatiefnemers om in gesprek te blijven en te zorgen dat geen conflict ontstaat. Zorg voor evenwicht, een open mind en zet de goede mensen aan tafel die elkaar begrijpen. Ook de overheid en in voorkomend geval de rechter  kan hierbij een rol spelen zodat de betreffende organisatie zich gehoord voelt. Maar tegelijk zullen we met elkaar ook het kader duidelijker moeten weergegeven waarbinnen algemeen belang- organisaties een juridische rol kunnen spelen om onduidelijkheid, teleurstelling en vertraging  te voorkomen. Dit geldt temeer nu de roep om het voorkomen van vertraging steeds groter wordt en tegelijkertijd waarneembaar is dat de algemeenbelang-stichtingen een grotere rol willen spelen, ook in procedures. Een dilemma dat een nieuw evenwicht vergt en soms een oordeel van een voorzieningenrechter in kort geding.



Reacties


Laatste nieuws