“Een project is pas succesvol als mensen het in bezit nemen. Dat is wellicht ook de grootste uitdaging bij hoogbouw: hoe creëer je gezamenlijkheid?” Deze constatering en de daarop volgende vraag, vormen het slotakkoord van een boeiend gesprek dat Vastgoedjournaal had met architect Irma van Oort, partner bij KCAP Architects&Planners. Het klinkt zo eenvoudig, maar vormt een uiterst complexe opgave. Want hoe doe je dat? Irma van Oort geeft het antwoord.    

 

 

De aan de TU Delft opgeleide Irma van Oort is sinds 1998 partner bij KCAP, een internationaal ontwerpbureau voor stedenbouw, architectuur en landschapsarchitectuur, dat vanuit vestigingen in Rotterdam, Zürich en Shanghai aan projecten in heel Europa, Rusland en Azië werkt. “KCAP werkt al sinds haar oprichting in 1989 op internationaal niveau. Door elders te werken leer je om op een ander manier naar de gebouwde omgeving te kijken. Het verruimt je blik. Het is ook medebepalend voor het begrijpen hoe een stad functioneert, onze ideeën daarover en hoe belangrijk het DNA van een stad is.” Binnen het brede werkveld van KCAP richt Irma van Oort zich in het bijzonder op het maken van duurzame leefomgevingen. Talrijke woningbouwprojecten op verschillende schalen en complexe binnenstedelijke opgaves met gemengde programma’s behoren tot haar expertise. Haar visie voor een integrale en duurzame benadering van zowel gebouw als omgeving vormt de basis van haar werk. Ook als het gaat om antwoorden te vinden voor één van de grote uitdagingen van onze tijd: de huidige woningnood. Verdichting door middel hoogbouw leent zich hier vaak als mogelijke oplossing. Hoe zorg je voor kwaliteit en aansluiting bij de omgeving? “Dat is een grote uitdaging,” zegt Irma van Oort. 

 

 

De rol van de architect

Dat laatste aspect raakt ook aan de rol van de architect, zoals KCAP die ziet. Een rol die veel verder gaat dan het ontwerpen van gebouwen. Want bouwen gaat in essentie niet om stenen stapelen, maar om het creëren van leefomgevingen voor mensen van vlees en bloed. Dat geldt voor een willekeurige Vinexwijk, maar zeker ook voor een grootschalige binnenstedelijke ontwikkeling als het Haagse HS Kwartier. Een project waarbij KCAP betrokken is als stedenbouwkundige en architect, eigenlijk als regisseur, zoals de rol door Irma van Oort wordt omschreven. Een rol die KCAP vervult in samenwerking met ontwikkelaars SENS en LIFE. Van Oort: “Het gaat er vooral om hoe je die leefbare stad maakt, waarbij een goede programmering van de plint en de aansluiting op de openbare ruimte belangrijk zijn. Die plinten moeten een soort 24-uurs levendigheid geven. Maar er ontstaat bij hoogbouw ook een enorme druk, vooral logistiek, op die plint. In het HS Kwartier verbinden we voor een goede stedelijke inpassing de plinten van de torens, zodat er naast die techniek ook voldoende ruimte is voor publieke programma’s op de begane grond zoals winkels, horeca en uitnodigende entrees tot de gebouwen.” Ook vergroening wordt steeds belangrijker. Daarvoor vertaalt KCAP de 20 meter hoge plinten – de Haagse laag – uit de gemeentelijke hoogbouwvisie ‘Eyeline – Skyline’ naar getrapte gebouwvolumes met groene daktuinen. Het groen op de gebouwen komt daarmee dichter bij het groen van de publieke ruimte. In combinatie met het gemende programma ontstaat een kwaliteitsimpuls zowel voor de levendigheid van het gebied en de publieke ruimte, als ook op gebouwniveau zelf. Daarnaast helpt het groen, vooral in binnensteden, om een beter microklimaat te creëren, hitte-eilanden te voorkomen en regenwater beter te kunnen beheren. Van Oort: “Een gebouwontwerp staat dus nooit op zichzelf, maar reflecteert haar omgeving. Voor ons  is deze integrale aanpak van gebouw en omgeving een belangrijk onderdeel van de transitie naar een duurzame, toekomstbestendige stad.” 

 


Gemengd programma

Als bureau acteert KCAP vaak op het grensvlak van stedenbouw en architectuur, waarbij de expertises architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp elkaar versterken. Het bureau ontwerpt, zoals in Den Haag, vaak gebieden met een integraal programma van wonen, werken, commerciële en maatschappelijke functies. Want één van de succesfactoren van een stedelijke ontwikkeling is, volgens Van Oort, het bieden van een gemengd programma. “Je creëert met gebiedsontwikkeling een stukje nieuwe stad. Een nieuw ecosysteem waar mensen kunnen leven, werken, gelukkig zijn. Maar ook kunnen doorgroeien, hun kinderen naar school brengen en genieten van faciliteiten op allerlei gebieden. Het is zoeken naar hoe dat ecosysteem niet alleen nu kan functioneren, maar ook op termijn. Want de samenleving is constant aan verandering onderhevig. Je ziet bijvoorbeeld op dit moment dat de grens tussen wonen en werken diffuser wordt. Dat stelt bepaalde eisen aan architectuur.” 

 

 

Bereikbaarheid

Verdichten moet, volgens Irma van Oort, bij voorkeur plaatsvinden op plekken waar je alles kunt oplossen. En waar, zoals in het Haagse HS Kwartier, openbaar vervoer aanwezig is. Van Oort: “Dan profiteer je meteen al van een goede bereikbaarheid. Het is dus ook logisch dat er verdichting plaatsvindt rond OV knooppunten, zoals op dit ogenblik gebeurt in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag.” Het HS Kwartier omvat bijna een kwart miljoen vierkante meter woningen, kantoren, onderwijs, studentenhuisvesting, hotels, cultuur, horeca en retail. Ook de transformatie van het monumentale Stationspostgebouw tot hoofdkantoor voor PostNL en aantrekkelijke co-working omgeving, naar ontwerp van KCAP, maakt deel uit van het HS Kwartier. Irma van Oort is daar blij mee. Niet alleen wordt het een belangrijke gangmaker van het HS Kwartier, maar ook vormt het een stukje DNA van de Haagse binnenstad. Irma van Oort: “Het was indertijd door zijn grootte beeldbepalend voor de omgeving, maar door zijn volume tegelijkertijd ook lastig om te transformeren. Tijdens de gebiedsontwikkeling ontstond bij PostNL de gedachte om hier haar hoofdkantoor te vestigen. Dat is niet alleen een mooie knipoog naar het verleden, maar zet ook de toon voor het hele stationsgebied.”      

 

 

Wijnhaveneiland Rotterdam

Hoe je een stedelijk invullingsproces, om het maar even zo te noemen, in een gewenste richting kunt sturen, laat de transformatie van het Rotterdamse Wijnhaveneiland zien, waar KCAP bij betrokken is als masterplanner, architect en stedenbouwkundige supervisor. De voorbije 20 jaar is hier met torens een aanzienlijke hoeveelheid woningen toegevoegd aan het centrum van Rotterdam. Door deze puntsgewijze ingrepen werden veel van de na-oorlogse bedrijfspanden behouden en gerenoveerd. En werd het voormalige monofunctionele kantorengebied uit de jaren ‘50 getransformeerd tot een gemend stuk stad. Ook werd het parkeren van de kades gehaald en inpandig opgelost. Samen met de herinrichting van de havens en nieuwe voetgangersbruggen, vormde dit een enorme kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte. En voor de verbinding van het gebied met de binnenstad van Rotterdam. Om de stedenbouwkundige kwaliteit te kunnen reguleren, is hier een dynamisch transformatiemodel ontwikkeld, dat de toevoeging van hoogbouw toestaat op basis van de perceelgrootte. Bebouwingsregels zorgen daarbij voor een evenwicht tussen nieuwe en bestaande bebouwing, voldoende uitzicht en bezonning op het eiland. Irma van Oort: “Met dit dynamisch transformatiemodel ontstaat een evenwicht tussen de marktvraag naar een maximaal bouwvolume en een aanvaardbaar stedenbouwkundig beeld. De regels bepalen dat de bestaande stedenbouwkundige structuur wordt gehandhaafd tot een hoogte van twintig meter. Daarboven kan, onder bepaalde voorwaarden, hoogbouw worden gerealiseerd. Ook is vastgelegd dat per vierkante meter grondbezit een maximaal bouwvolume van tweeëntwintig kubieke meter mag worden gerealiseerd. Dit resulteert in een bebouwing die slanker wordt naarmate de hoogte toeneemt. Wat plezierig is voor de bezonning en daglichttoetreding op het maaiveld. Doordat slanke gebouwen in financieel opzicht onaantrekkelijk zijn, wordt de hoogbouw in het gebied automatisch gereguleerd.” 

 

 

 

  

 

 

 

Reacties