Friso de Zeeuw, man van vorm en inhoud, vertrok en blijft

Afgelopen vrijdag luidde een select deel van zijn enorme netwerk Friso de Zeeuw na 18 jaar uit als directeur nieuwe markten bij BPD. De Zeeuw blijft hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. Hij beschikt over een van de grootse netwerken in dit vak. Dat reikt van de werkvloer tot  ministers. Opmerkelijk genoeg druist netwerken nogal tegen zijn karakter in, want eigenlijk zit hij het liefst alleen. Hij heeft dit, met moeite, moeten leren. Een portret van een man met een aantal talenten die afzonderlijk vaker voorkomen, maar in combinatie verder nergens in het vastgoedvak. En ook daarbuiten vrijwel niet.

Op de eerste dag dat Friso de Zeeuw (1952) rechten ging studeren, werd hij lid van de PvdA, uit verzet tegen het ouderlijke tandartsmilieu in Kralingen, vol groene loden jassen. Hij wilde die kakkineuze omgeving achter zich laten, weg ook van een jeugd die niet om over naar huis te schrijven was, weg naar Amsterdam. Omdat hij bij zijn ouders niet met de in hun ogen veel te communistische UvA kon komen aanzetten, ging hij naar de VU. Daar waren de studenten begin jaren 70 nog veel linkser, maar dat wisten zijn ouders niet. Het was een tijdperk waarin Amsterdam verscheurd werd door metrorellen. De Zeeuw kwam in de anti-metrohoek terecht. De politieke strijd op leven en dood boeide hem matig, de inhoud veel meer.

De Zeeuw studeerde rechten, niet om jurist te worden, maar zoals velen bij die studie vanwege een gebrek aan een beter idee. Hij kreeg zijn eerste bestuursfuncties en ontwikkelde een levenslange belangstelling voor openbaar bestuur, ruimtelijke ordening, grondexploitatie, woningmarkt, infrastructuur en milieubeleid.

Dwarse jeugd
Als jongetje hebben zijn ouders heel wat met hem te stellen gehad. De kleine Friso, enig kind, beantwoordde niet aan hun ideaalbeeld. Hij was op zichzelf, dwars, wilde niet naar de gebruikelijke scholen en sportverenigingen waarnaar de gegoede Kralingse jeugd ging – hockey, roeien, ‘tannis’. Kralingse vriendjes had hij nauwelijks. Hij zocht ze liever een paar straten verder in een arbeidersbuurt, maar daar deed hij weer niet mee aan straatvoetballen en vechten, en bleef dus ook daar als het er op aan kwam een buitenstaander. Het liefst was hij alleen, in zijn eigen wereldje, met zijn verzamelingen. Dat hij bovendien enig kind was, en verwend, bevorderde het vinden van aansluiting met anderen ook niet echt. Tot het begin van het gymnasium werd hij dan ook zo nu en dan gepest door kinderen uit het Kralingse milieu. Op dat gymnasium zat weliswaar ook elite, maar op een intellectueel vlak. Daardoor werd hij geleidelijk zekerder van zichzelf en ging het aangaan en onderhouden van contacten hem beter af.

Combinatie
In de beschrijving van zijn jeugd is de man die hij nu is moeilijk te herkennen. Hij is een man van gezag geworden met veel invloed – oud-voorzitter Raad voor Verkeer en Waterstaat, oud-gedeputeerde Noord-Holland, bestuurslid van talloze gremia. De Crisis- en herstelwet is een voortvloeisel uit zijn rapport Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling. Onlangs wist hij de wethouders van steden (de zogenaamde G32) en bestuursvoorzitters van de grote woninginvesteerders te verenigen op een gezamenlijke visie op de ‘stedelijke woonopgave’.        
De Zeeuw is een sociaal dier zou je zeggen, een jongleur die alle ballen in de lucht weet te houden. Dat komt door een aantal kwaliteiten die los van elkaar vaker in het vastgoedvak voorkomen, maar die door hun combinatie De Zeeuw nogal uitzonderlijk maken. Het begint bij veel kennis van zaken: hij weet waar hij het over heeft, kent de praktijk, kent de stukken en becommentarieert die op een houtsnijdende manier, ook al is niet iedereen het altijd met hem eens. En dan zijn netwerk: groot, maar vooral ook ongebruikelijk omdat de extremen er deel van uitmaken – van de groenteman tot de premier. Vervolgens zijn gevoel voor publiciteit: hij heeft altijd wat interessants te vertellen en verpakt dat in oneliners en verrassend taalgebruik – schuiffie schuiffie planologie, grondexploitatie als flappentap, in groepsseks ontspoorde pps, procedureel figuurzagen, het te heet gewassen rompertje, kassabonplanologie. Media kunnen moeilijk om hem heen, bij de lezers blijven oneliners hangen. Hoewel hij etaleert en een dosis ijdelheid heeft, schept hij niet op en is hij makkelijk benaderbaar. Daardoor neemt hij mensen voor zich in, hij pakt ze niet in. Humor en een flink relativeringsvermogen – zichzelf niet al te serieus nemen – helpen daarbij.

Toneelstuk
Dat laatste overdrijft hij soms door fors de draak met zichzelf te steken. Daardoor maakt hij zich kleiner dan hij is. Maar hij ervaart niet dat hij daardoor zijn doel niet bereikt; hij ziet het vooral als een uitnodiging tot een gesprek. De draak steken doet hij door graag te vertellen over zijn ietwat clowneske rol in het Meezingkoor Waterland in zijn woonplaats Monnickendam waarvan hij ‘ceremonieel voorzitter en drummer is’. Hij trekt er op met ‘gewone mensen’, de groenteman, de welzijnswerker, de bouwvakker. ‘Even niet intellectueel lullen, maar praten met de mensen, luisteren naar wat er leeft en dat vertalen naar je eigen praktijk.’
Hij drumt ook in het door hem opgerichte combo Monnickenwerk (‘alleen de makkelijke nummers’). Met een stel trouwe ‘fanclubleden’ blijft hij Eddy Christiani in het verpleeghuis opzoeken, ‘de levende legende’ die als zanger van Nederlandse liedjes in de jaren veertig en vijftig ongekende triomfen vierde.         

De draak steken
Hij steekt de draak met zichzelf door in interviews te koketteren met zijn ‘licht autistische trekjes’. Daarmee bedoelt hij zijn nog steeds aanwezige neiging tot afzijdigheid, tot toeschouwen vanuit de coulissen naar het toneelstuk waarin hij tegelijkertijd een rol speelt. Enigszins aan de zijlijn staan past hem inderdaad wel; een algemeen directeur, en zeker een mensen-manager, is hij niet – ‘daarin ben ik te weinig geïnteresseerd, te afzijdig, en soms veel te kort door de bocht’. Dan schiet ineens zijn sensitiviteitsgevoel tekort en komen trekken uit zijn jeugd naar boven. Maar autistisch is De Zeeuw bepaald niet; autisme kenmerkt zich door een gebrek aan humor, relativeringsvermogen, fijngevoeligheid en het zich in een ander kunnen verplaatsen. Wie zoveel humor heeft als De Zeeuw weet juist donders goed hoe zaken in elkaar zitten. Gezien zijn grote netwerk en invloed beschikt De Zeeuw ook over voldoende  sensitiviteit. Hij is heel gevoelig voor wat er speelt, voor de tendensen, voor hoe het politiek draait. En hij heeft een groot adaptief vermogen; hij weet met bijna iedereen om te gaan.

Geven en nemen
Pas in zijn studententijd kreeg hij enigszins door over die talenten te beschikken. De voordelen zag hij pas goed toen hij op zijn achtentwintigste wethouder in Monnickendam werd. Er gebruik van maken en het te verfijnen heeft hem veel moeite gekost, vindt hij zelf. En nog steeds, want na een paar uur is zijn geduld voor sociale interactie meestal op en trekt hij zich het liefst in zijn binnenwereld terug. Doet zich dat bij verjaardagsfeestjes voor, dan komt hem dat op een vaste, krachtige correctie van zijn echtgenote te staan: ‘blijf, spelbreker!’.

Verder willen komen is echter zo’n sterke drijfveer voor De Zeeuw dat hij zijn moeite om met anderen om te gaan geleidelijk aan steeds beter opzij zette. Hij leerde dat welk doel hij ook wilde bereiken, hij altijd met mensen te maken heeft die hij niet zelf kan uitzoeken. Hij leerde dat netwerken en lid zijn van georganiseerde clubjes niet alleen nemen betekent, maar ook geven. Dat ook in het omgaan met de pers géven tot meer leidt, en dat oneliners succesvol zijn in de concurrentiestrijd met andere berichtgeving.

Die lessen heeft hij geleerd, zo zeer dat hij netwerken en publiciteit nu ook als een sport ziet. En als een genoegen als hij ‘nieuwe’ mensen tegenkomt, waarmee hij het persoonlijk en intellectueel kan vinden. Maar netwerken en publiciteit blijven voor hem primair beïnvloedingsmiddelen om zijn doel te bereiken: realisatie van zijn opvattingen over ruimtelijke ordening, over het vastgoedvak, over politiek bestuur, over de bestrijding van bedachte, nutteloze complexiteit, van bureaucratie. Zijn netwerk zit dan ook niet zo maar in elkaar. Het is omvangrijk, maar selectief. Quasi-gewichtige poeha-types zonder inhoud zoals er zoveel in het vastgoedvak rondlopen, ontbreken; de hekel aan hen is sinds zijn Kralingse jeugd gebleven. Hij heeft bovendien een afkeer van ‘kerkgenootschappen’ binnen de vakwereld. Zo krijgt transitiehoogleraar en duurzaamheidsgoeroe Jan Rotmans genadeloos de kwalificatie ‘hogepriester van de Kantelkerk’ toegemeten. 

Intellectuele uitdaging
Waar de meeste mensen in hun studententijd meer onomwonden standpunten innemen dan later, is dat bij De Zeeuw omgekeerd. Hij vindt dat zijn drijfveren in dertig jaar juist sterker zijn geworden en zijn opvattingen meer uitgesproken, vooral omdat hij beter denkt te weten hoe dingen werken en door het besef dat hem steeds minder tijd resteert. De Zeeuw heeft de wereld wat te melden, is overtuigd van zijn ideeën en wil die voor elkaar krijgen. Hij ziet dat als een intellectuele uitdaging, en wil bij de eerste violen horen. Zodra hij dat zegt, relativeert hij het echter meteen: ‘het moet allemaal niet te serieus worden’. Dat meent hij oprecht, tegelijkertijd is het ook een methode om te communiceren. Want als hij zijn doel niet bereikt, dan heeft hij er de pest in en was de relativering niet zo bedoeld.

Functie bij BPD
De Zeeuws functie bestond bij BPD niet toen hij daar in ‘98 begon. BPD, toen nog Bouwfonds geheten, had het lef om hem aan te nemen en hem zijn gang te laten gaan; dat heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. De Zeeuw heeft BPD veel publiciteit gebracht. En hij heeft collega’s van alle echelons verbonden met de bestuurlijke regionen uit zijn netwerk. Nuttig voor BPD, maar omgekeerd ook goed voor bestuurders om de praktische uitvoerbaarheid van hun beleid teruggekoppeld te krijgen.

De Zeeuw is erin geslaagd bij het bedrijf een eigen positie te creëren met veel vrijheid en afwisseling, een positie die nergens in de vastgoedwereld voorkomt.

Verzamelen en etaleren
Zijn huidige verzamelingen – het museum met objecten uit de DDR in zijn fraai omgebouwde garage, de uitstalkasten in zijn werkkamer bij BPD ‘vol goed bedoelde rotzooi’ die hij als relatiegeschenken ontving – weerspiegelen goed zijn karakter. In verzamelen zit een fanatieke trek, en een hang naar ordenen, beheersen, regie voeren. Net als bij het Meezingkoor moeten zijn verzamelingen tot iets leiden – zelfverwerkelijking dus. Ze roepen verwondering op over wat organisaties beweegt om relatiegeschenken te geven zoals bijvoorbeeld de Dom van Utrecht in kaarsvorm – De Zeeuw bezit zelfs drie verschillende uitvoeringen, waarvan één scheef als de toren van Pisa. Ze geven ook inzicht in het soms curieuze en bizarre gedrag van mensen in de streng  communistische  DDR-samenleving, waarover hij een boek schreef. Dat past in zijn drijfveer om een paar eigen krassen op de steen achter te laten. In het tentoonstellen wijkt hij overigens af van veel verzamelaars. Die hebben daar geen behoefte aan. Etaleren spoort natuurlijk met zijn publiciteitsdrang, maar creëert ook voor De Zeeuw een lach en openingen voor een gesprek.

Eeuwige roem
Voor De Zeeuw staan werken, performen en hobby’s praktiseren gelijk aan ademen, eten en drinken. Het gaat altijd maar door, en dat zal ook de rest van zijn leven het geval zijn. Stukken lezen, mensen spreken, invloed uitoefenen, doel bereiken – dat laatste geeft hij nooit op; hoogstens laat hij iets een tijdje rusten, maar dan komt het toch weer terug. Door zijn vrouw wordt hem dat niet altijd in dank afgenomen. ‘Kon ik er maar tijd bijkopen,’ verzucht hij, maar dat zouden veel meer mensen graag willen. Die kiezen echter zelden voor zijn oplossing: naar vergaderingen, hoe gewichtig ook, neemt hij altijd ander werk mee, waarin hij zich verdiept zodra hij vindt dat hij niets aan de vergadering kan toevoegen. Die vorm van multi-tasking is natuurlijk irritant en komt hem wel eens op een berisping te staan.

Alsmaar doorgaan met werken is een gevolg van plichtbesef, vindt hij – het ter hand genomen werk moet af –,  van zelfverwerkelijking – zijn ideeën voor een betere wereld moeten gerealiseerd worden – en van een daarmee samenhangende zoektocht naar eeuwige roem. Om dat laatste moet hij meteen lachen: ‘eeuwige roem, wat een misverstand.’

Hoe verder?
Als praktijkhoogleraar heeft hij gebiedsontwikkeling op de wetenschappelijke agenda gezet, startend met zijn boekje De engel uit marmer gevolgd door De engel uit graniet. Hij blijft er hoogleraar in aan de TU Delft. Zijn leerstoel  entameert  colleges, onderzoeken, masterclasses, rondetafelgesprekken en publicaties en heeft het digitale platform gebiedsontwikkeling.nu onder zijn hoede. De Zeeuw stopt nog lang niet: zo staat een nieuw boek over het vakgebied op het programma. En hij blijft de aanvoerder van de club die gemeenten helpt ‘ontslakken’ en voorbereidt op de nieuwe Omgevingswet.     

Loopbaan Friso de Zeeuw
Loopbaan: • Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft (sinds 2006)• Directeur Nieuwe Markten BPD (1998-2016) • Voorzitter Raad voor Verkeer & Waterstaat (nevenfunctie) 2001-2005 • Gedeputeerde Noord-Holland (PvdA) 1993-1998 • Senior organisatieadviseur Berenschot 1987-1993 • Wethouder Monnickendam 1980-1987 • Beleidsmedewerker gemeentesecretarie Amsterdam 1984-1987 • Beleidsmedewerker Projectbureau Binnenstedelijke Decentralisatie Amsterdam 1979-1984 • Juridisch adviseur stedenbouwkundig bureau Zandvoort BV 1976-1979 • Doctoraal Nederlands recht VU 1976.

Nevenfuncties:
• Voorzitter Raad van Commissarissen Movares
• Voorzitter Raad van Advies, Spring Architecten bv
• Lid dagelijks bestuur Instituut voor Bouwrecht (IBR)
• Lid externe Adviescommissie ad hoc Grondbeleid voor de Omgevingswet
• Lid bestuur Stichting Leergang Intensief Meervoudig Ruimtegebruik
• Voorzitter Actieteam ‘Ontslakken gebiedsontwikkeling’
• Ambassadeur Expertteam ‘Versnellen’, minister voor Wonen en Rijksdienst
• Supervisor Delta Management (Hogeschool Zeeland)
• Lid Raad van Toezicht Connekt, innovatienetwerk voor mobiliteit
• Lid Raad van Advies ‘Master City Developer’-opleiding
• Lid jury Ien Dales Integriteitsprijs
• Ambassadeur Streekfonds Waterland  
• Lid Comité van aanbeveling ‘Water kust Land’
• Voorzitter Stichting DDR-Collectie (DDR-Museum)
• Ceremonieel voorzitter Meezingkoor Waterland

Door Wim Laverman
 

Reacties

Lees onze special over Bijzondere Projecten