Opschaling industriële bouw: 'Sommigen vinden het verlies van regie doodeng'

Opschaling industriële bouw: 'Sommigen vinden het verlies van regie doodeng'

Om industriële bouw van de grond te laten komen moet er niet alleen parallel gepland worden, maar moet er ook bij alle betrokken partijen een cultuurverandering plaatsvinden. Peter Wories van Eigen Haard zei op WOCODA: ‘Sommigen vinden het doodeng omdat ze denken de regie te verliezen’.

Peter Wories, ontwikkelaar bij corporatie Eigen Haard en groot pleitbezorger van het industrieel bouwen, zei dat tijdens de ondertekening van de Afsprakenbrief Opschalen Industriële Bouwstroom door enkele gemeenten, provincie, marktpartij, corporaties en het Rijk. Afgesproken is dat er op specifieke locaties in Uithoorn, Landsmeer, Schagen en Purmerend industriële bouw zal plaatsvinden. De afspraken sluiten aan op de Woontop, waar is afgesproken dat 50 procent van de nieuwbouw industrieel tot stand moet komen. Door woningbouwdeals direct te koppelen aan bouwstromen moet continuïteit ontstaan, zodat fabrieken ook daadwerkelijk kunnen blijven produceren.

Continuïteit garanderen
Juist die continuïteit is cruciaal, beaamt ook Peter van Oeveren van BPD. De ontwikkelaar heeft de afsprakenbrief ook ondertekend en committeert de locaties in Purmerend met ruim 5.000 woningen en die in Schagen met 750 woningen aan industriële bouw. Met deze grootschalige locaties wil BPD die continuïteit richting de industriële woningbouwers garanderen. ‘Ontwikkelaars weten vaak pas laat welke locatie als eerste tot uitvoering komt. Je weet niet precies wanneer je start, zo zit ontwikkelen nu eenmaal in elkaar. Maar we verkopen met heel BPD zo’n 5.000 woningen per jaar, dus van daaruit zouden we ook voor de langere termijn afspraken kunnen maken en een bouwstroom garanderen.’ Het bedrijf onderzoekt daarom hoe een structurele inkoopstroom kan worden georganiseerd. Sinds vorig jaar beschikt BPD met SmartBuilds ook over zijn eigen modulaire bouwer.

Maar Van Oeveren ziet wel dat er de nodige hobbels zijn te nemen voordat industriële bouw gemeengoed wordt: ‘Het vraagt om een cultuurverandering, zowel bij gemeenten als binnen de ontwikkelorganisatie zelf. De ontwikkelmanager vindt het soms lastig een stukje dat hij eerst zelf helemaal deed uit handen te geven. Zo zal hij niet meer automatisch met de bekende bouwer om de hoek afspraken kunnen maken.’

'Zo werken wij niet'
Ook Wories merkt dat de invoering van industriële bouw samen moet gaan met een cultuurverandering. ‘Er zijn gemeenten die afhaken bij het industriële bouwen met het argument: zo werken wij niet’. Wories denkt dat het te maken heeft met de vrees de regie te verliezen, iets dat dus net zo goed geldt voor marktpartijen en corporaties. ‘Het proces gaat ervan uit dat je samen met alle stakeholders de beslissingen neemt. Sommigen zien dat inderdaad als de regie verliezen en vinden dat doodeng.’

Industriële bouw dwingt partijen namelijk om eerder in het proces duidelijkheid te geven. Zo moeten planning, programma, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheidseisen al vroeg vastliggen. ‘Alleen als we vooraf weten wat we bouwen en wanneer, kunnen we met bouwers afspraken maken over prijs en levertijd.’ Dat betekent dat gemeenten, corporaties, ontwikkelaars en bouwers gezamenlijk besluiten nemen in een vroeg stadium en parallel plannen kan daarbij helpen. Wories: ‘Denk dan ook aan een instantie als Welstand. Normaal is die reactief, maar die moet dus ook al in dat vroege stadium gehoord worden’. 

Ondanks lopend bezwaar bouwen
Wories stipt buiten de industriële bouw nog een versnellingsmogelijkheid aan: als er gestart zou kunnen worden met de bouw terwijl er nog procedures lopen bij de Raad van State, zou er veel tijd gewonnen kunnen worden. Een gang naar deze rechter kan projecten immers tot twee jaar vertragen. Eigen Haard deed daar ervaring mee op bij een industrieel gebouwd project aan de Maccabiadelaan in Amstelveen. Daar werd al gestart met de bouw terwijl de procedure bij de Raad van State zelfs nu nog loopt. Wories: ‘De gemeente durfde dat aan omdat ze inschat dat het bezwaar niet toegekend zal worden. Inmiddels praten we met Invest-NL, de private investeringsmaatschappij van de overheid, om te kijken of die dat risico ook bij andere projecten kan afdekken’.

Bij de vier projecten die op de WOCODA zijn ondertekend zal nu gekeken worden waarmee de gemeenten in het ontwikkelproces ondersteund kunnen worden. Voor iedere gemeente ligt dat weer anders: zo heeft Landsmeer te maken met stikstofproblematiek door de nabijheid van een Natura 2000-gebied, terwijl in Uithoorn uitdagingen spelen rond grondwaterstanden en de Schipholcontouren. Juist door meerdere locaties te bundelen in een bouwstroom hopen partijen risico’s te spreiden en productiecontinuïteit te waarborgen.



Reacties


Laatste nieuws