Raad van State vraagt advies aan staatsraad advocaat-generaal in zaak woontoren Binckhorst

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een zogenoemde conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Tonny Nijmeijer. Het gaat om de vraag hoe de rechter regels van een omgevingsplan kan toetsen in een vergunningsprocedure. Het is de vijfentwintigste conclusie die de Afdeling bestuursrechtspraak vraagt sinds de conclusie in 2013 in de Algemene wet bestuursrecht werd geïntroduceerd.

Aanleiding voor het verzoek is een zaak over een omgevingsvergunning voor woontoren Nova in Den Haag, een ontwikkeling van Borghese Real Estate en COD. De woontoren van ruim 70 meter hoog is gepland aan het Maanplein op de Binckhorst. Een omwonende kwam in juli 2022 tegen de vergunning in beroep bij de rechtbank.

Volgens de omwonende die de rechtzaak aanspande is de vergunning ten onrechte gebaseerd op regels uit het bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Binckhorst’. Die regels zouden in strijd zijn met de rechtszekerheid. De rechtbank Den Haag oordeelde met toepassing van het zogenoemde evidentiecriterium dat één regel in strijd is met de rechtszekerheid, omdat de regel onvoldoende houvast biedt over de toelaatbare hoogbouw. Andere regels uit het plan vond de rechtbank wel rechtszeker.

Hoger beroep
Tegen de uitspraak van de rechtbank komen de projectontwikkelaar, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag en de omwonenden in hoger beroep. Zij zijn het om uiteenlopende redenen niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Volgens de omwonende gaat de uitspraak van de rechtbank niet ver genoeg en zijn er ook andere regels in het plan rechtsonzeker.

Het college van burgemeester en wethouders en de projectontwikkelaar menen juist dat de rechtbank te ver is gegaan door de planregel in strijd met de rechtszekerheid te achten. Hun bezwaren hebben de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak aanleiding gegeven om staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer een conclusie te vragen.

Verzoek aan de staatsraad advocaat-generaal
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft Nijmeijer gevraagd om na te gaan op welke wijze de rechter regels van het omgevingsplan kan toetsen in een vergunningprocedure. Deze conclusie draagt bij aan de rechtsontwikkeling. Dit is ook van belang voor de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarbij kunnen dezelfde rechtsvragen aan de orde komen.

1. De rechtbank paste in haar uitspraak het zogenoemde evidentiecriterium toe. De vraag is of de rechter dit criterium in omgevingszaken zoals deze kan blijven toepassen of dat dit moet worden losgelaten. Daarbij vraagt de voorzitter of de staatsraad advocaat-generaal onder andere rekening wil houden met de volgende factoren:

  • de mogelijkheid dat pas in de vergunningsfase duidelijk kan zijn wat de gevolgen zijn van de regels van het (omgevings)plan.
  • de omstandigheid dat de regels van een (omgevings)plan ten tijde van de planprocedure acceptabel kunnen zijn, maar naarmate de feitelijke uitvoering van het plan vordert, niet meer.

2. Als het evidentiecriterium los moet worden gelaten, dan is de vraag hoe de bestuursrechter de regels van een omgevingsplan dan moet toetsen. Kan worden aangesloten bij de wijze van exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften of zijn er andere toetsingsmogelijkheden?

Verdere verloop van de procedure
De zaak met zaaknummer 202205212/1 wordt op maandag 27 februari 2023 op zitting behandeld. Na de zitting heeft de staatsraad advocaat-generaal zes weken de tijd om een conclusie te nemen. Partijen krijgen vervolgens de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doen in deze zaak.

Ontwikkelaar Borghese liet aan VJ weten inmiddels kennis te hebben genomen van deze stap van de Raad van State en is in afwachting van de zitting op 27 februari aanstaande.



Reacties


Laatste nieuws