'Aanpak van De Jonge druist in tegen Omgevingswet'

Minister De Jonge is verantwoordelijk voor de nieuwe Omgevingswet die volgens planning op 1 januari 2023 in werking treedt. Maar Jan van Oosten van advocatenkantoor Stibbe heeft de indruk dat het hernemen van de regie voor de fysieke leefomgeving door het Rijk juist indruist tegen die nieuwe Omgevingswet.

De beleidsvoornemens van minister Hugo de Jonge gaan uit van een sterkere rol van de rijksoverheid in de ruimtelijke ordening, onder andere om zo de beoogde woningproductie te gaan halen. Zo schrijft de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer van 17 mei 2022 dat het Rijk de regie in het ruimtelijk domein herneemt. Daarmee stapt hij volgens Jan van Oosten van advocatenkantoor Stibbe af van het uitgangspunt van de Omgevingswet dat de verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk bij gemeentes ligt. De advocaat verwacht dat gemeenten daardoor beperkt zullen worden in hun vrijheden om eigen regels te stellen voor de fysieke leefomgeving, maar dat dit tegelijkertijd mogelijkheden biedt voor de bouw.

Van Oosten: "Op deze manier wordt lokaal maatwerk ondergeschikt aan het bereiken van nationale doelen op het gebied van woningbouw, landbouw en natuur, energie en (circulaire) economie. De minister vindt dat dit nodig is door grote opgaven als klimaatverandering, natuurherstel en het woningtekort. Dat De Jonge de regie over ruimtelijke ordening meer naar de centrale overheid trekt, werd ook al duidelijk in een eerdere kamerbrief van 12 april 2022. Daarin schrijft hij dat de mogelijkheid voor gemeenten om lokale eisen aan de energiebesparing in gebouwen te stellen zal worden geschrapt."

Minister De Jonge is ook verantwoordelijk voor de nieuwe Omgevingswet die volgens planning op 1 januari 2023 in werking treedt. Het uitgangspunt van deze wet is dat de verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk bij gemeenten komt te liggen, oftewel: ‘decentraal, tenzij’. Van Oosten: "Onze indruk is dat De Jonge afstand neemt van dit uitgangspunt door de regie voor de fysieke leefomgeving te hernemen."

Volgens Van Oosten zijn de concrete gevolgen van het voorstel van De Jonge moeilijk te overzien. "Het lijkt er echter op dat gemeenten minder vrijheid zullen krijgen om lokale eigen regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving te stellen. Voor onderwerpen als natuur, verduurzaming of huisvesting zal het daardoor moeilijker worden voor gemeenten om maatwerk te bieden dat past bij de lokale omstandigheden en wensen van inwoners. Voor initiatiefnemers van projecten zal dit waarschijnlijk voor meer duidelijkheid zorgen; nu de regels meer vanuit het Rijk zullen komen zullen die regels immers op de meeste plekken hetzelfde zijn. Dat maakt fabrieksmatige gestandaardiseerde bouw gemakkelijker."



Reacties


Laatste nieuws