Beursgenoteerde vastgoedbeleggers vinden financiering leerstoel Hein Vermeulen wel kunnen

De beursgenoteerde vastgoedfondsen vinden niet dat ze onoorbaar hebben gehandeld door de leerstoel fiscaliteit aan de UvA te betalen voor Hein Vermeulen. Ze vinden het nog steeds belangrijk dat er wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt naar fiscaliteit bij collectieve vastgoedbeleggingsinstellingen.  

Dit zegt de Vereniging ter behartiging van de gezamenlijke belangen van beursgenoteerde fiscale vastgoedbeleggingsinstellingen (VBFV) in reactie op berichtgeving omtrent het vertrek van hoogleraar Hein Vermeulen bij de Universiteit van Amsterdam. Vermeulen nam eerder deze week ontslag als hoogleraar toen er berichtgeving naar buiten kwam dat zijn leerstoel betaald werd door de VBFV. Er werd gesuggereerd dat dit onoorbaar was omdat dit de onafhankelijkheid van Vermeulen in hert geding zou brengen. 

De VBFV stelt: "De vraagstukken die in Nederland spelen rondom fiscaliteit bij collectieve vastgoedbeleggingsinstellingen, zoals FBIs, zijn complex van aard en dienen zeker ook in internationaal verband te worden beoordeeld gelet op de vele soortgelijke fiscale regimes (REITs) in de rest van de wereld. De VBFV vond en vindt het dan ook belangrijk dat er wetenschappelijke kennis en expertise bestaat over deze vraagstukken en dat er wetenschappelijk onderzoek werd en wordt gedaan op dit terrein. Om die reden is de VBFV meer dan tien jaar geleden, in januari 2012, een overeenkomst aangegaan met de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) om het instellen van een bijzondere leerstoel (die gebruikelijk door derden anders dan universiteiten worden gefinancierd) voor een dag per week bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA) financieel mogelijk te maken.

Vervolgens is de heer Hein Vermeulen door het curatorium van de UvA in november 2012 benoemd tot bijzonder hoogleraar en heeft hij in de jaren daarop veel onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan naar internationale fiscale aspecten van collectieve vastgoedbeleggingsinstellingen en daarover regelmatig wetenschappelijk gepubliceerd. De overeenkomst tussen de VBFV en ASRE werd destijds aangegaan voor een periode van vijf jaar en is daarna eenmalig met drie jaar verlengd, waarna de heer Vermeulen bij de ASRE uit dienst is getreden. De overeenkomst tussen de VBFV en ASRE was gebaseerd op een gebruikelijke vergoeding gelijk aan de bruto kosten voor 0,2 fte. Dit bedrag is gedurende de contractperiode na facturatie jaarlijks aan ASRE betaald. De VBFV is de heer Vermeulen dankbaar voor zijn wetenschappelijke bijdragen aan dit specifieke vakgebied over de jaren. De VBFV herkent zich niet in de toon van recente berichtgeving waarin wordt gesuggereerd dat de VBFV onoorbaar heeft gehandeld bij de destijds ingestelde bijzondere leerstoel aan de UvA." 



Reacties


Laatste nieuws