Pararius: Uitponding verschuift naar duurste huursegment

Pararius: Uitponding verschuift naar duurste huursegment

De verkoop van huurwoningen verschoof in het derde kwartaal van 2026 naar het duurste segment van de vrije sector, blijkt uit cijfers van Pararius. Bijna een derde van de verkochte huurwoningen had een huur van boven de 2.000 euro.

Het gaat om zo'n 32,7 procent. Een jaar geleden ging het om 21,3 procent. Het aandeel verkochte middenhuurwoningen daalde van 20,8 procent naar 14,6 procent. Het vrije-sectorhuuraanbod nam af met 12,9 procent en de huurprijs per m2 steeg met 4,4 procent, harder dan de koopprijzen en de inflatie.

Volgens transactiedata uit het Kadaster bestond in het derde kwartaal 5,4 procent van alle verkochte woningen uit voormalige huurwoningen. Vorig jaar was dat 5,9 procent. Ruim acht op de tien verkochte huurwoningen vallen inmiddels in de vrije sector.

'De Wet betaalbare huur moest meer betaalbare huurwoningen opleveren, maar bereikt het tegenovergestelde', aldus Jasper de Groot, directeur van Pararius. 'Sinds de invoering zijn al ruim 76.000 huurwoningen door uitponding van de markt verdwenen, en de uitponding gaat door. Inmiddels verkopen verhuurders zelfs hun duurste woningen, want met de hogere box 3-heffing is, naar ik vrees voor veel verhuurders, ook verhuur in het dure segment niet meer rendabel. Dit maakt het middel erger dan de kwaal; de schade is nu al enorm en het zal decennia kosten om te herstellen naar het oude niveau, dat destijds al veel te klein was.'

Regionaal zijn volgens Pararius de verschillen groot. Van alle woningen die sinds juli 2024 in Amstelveen zijn verkocht, stond 13,3 procent eerder op Pararius of huurwoningen.nl. Weesp volgt met 10,1 procent en Amsterdam met 9,1 procent. Rotterdam (8,8 procent), Wassenaar (8,1 procent) en Hilversum (8,1 procent) scoren ook hoog. Den Haag en Eindhoven komen allebei uit op 7,6 procent.

Vrijgekomen vrije-sectorhuurwoningen
oekenden hadden 1.998 woningen minder om uit te kiezen, een daling van 12,9 procent. In totaal werden 15.102 woningen in het derde kwartaal verhuurd, 1.585 meer dan er nieuw te huur kwamen. In de goedkoopste prijsklasse van de vrije sector werden het afgelopen kwartaal 3.037 woningen verhuurd, 23,3 procent minder dan in het derde kwartaal van 2025. In de middelste prijsklasse steeg het aantal verhuurde woningen van 4.925 naar 5.432. Boven 2.000 euro per maand bleef het aantal met 6.633 woningen nagenoeg gelijk (6.543 een jaar eerder).

Per m2 betaalden nieuwe huurders in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld 20,92 euro, 4,4 procent meer dan een jaar eerder. De koopprijzen stegen in dezelfde periode met 3,5 procent en de inflatie kwam uit op 3,2 procent. Sinds het eerste kwartaal van 2025 stijgen de huren sneller dan de inflatie. Nieuwe huurders betaalden in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld 1.914 euro per maand voor een vrije-sectorhuurwoning. Een jaar eerder was dat 1.869 euro. Dat is een stijging van 2,4 procent. Verhuurders vragen doorgaans een bruto maandinkomen van minimaal drie keer de huur. Bij de huidige gemiddelde huur komt dat neer op 5.742 euro per maand, 135 euro meer dan een jaar eerder.

Hoewel de maandhuur met 2,4 procent steeg, steeg de gemiddelde m2-prijs met 4,4 procent harder. Dat de totale maandhuur toch minder sterk meegroeide, komt volgens Pararius doordat het aanbod is verschoven naar kleinere woningen (gemiddeld 96 m2 tegenover 99 m2 een jaar eerder), bij kleinere woningen ligt de prijs per vierkante meter relatief hoger, terwijl de totale huursom onder de streep lager uitvalt.



Reacties


Laatste nieuws