870 hectare extra bedrijventerrein nodig om circulaire activiteiten te herbergen

Recycling en reparatie hebben als deelsectoren van de circulaire economie relatief veel ruimte nodig. Als ze evenredig meegroeien met de rest van de economie, zal in 2030 870 hectare extra ruimte – gelijk aan 40 bedrijventerreinen van gemiddelde omvang – nodig zijn om deze circulaire activiteiten te herbergen. Dat blijkt uit onderzoek van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) in samenwerking met Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek.

Economisch geograaf Gerlof Rienstra (Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek) verwacht dat groei in andere sectoren zich niet vertaalt in een evenredige groei van de ruimtebehoefte, omdat in die andere sectoren het ruimtebeslag per werknemer eerder af- dan toeneemt.

Onderzoeksinstituut CE Delft gaf eerder aan dat het delen en het verlengen van de levensduur van goederen in potentie leiden tot afname van ruimtegebruik door productiefaciliteiten en logistieke activiteiten. Voor circulaire activiteiten, die al een relatief groot ruimtebeslag vergen, geldt dit volgens Rienstra niet.

SBKN en Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek richtten zich in hun onderzoek op de deelsectoren recycling en reparatie, omdat die als kernactiviteiten van circulaire economie kunnen worden beschouwd en bovendien goed af te bakenen zijn binnen de classificatie van bedrijven van het (CBS) [1] met kengetallen voor vestigingen, werkgelegenheid, productie en toegevoegde waarde.

Circulaire activiteiten in Noord-Brabant
Rienstra paste deze classificatie toe op de provincie met het grootste aantal en verscheidenheid aan bedrijventerreinen, Noord-Brabant. De uitkomsten extrapoleerde hij vervolgens naar de landelijke situatie en ontwikkeling. “Het gaat in dit geval om een groot aantal industriële bedrijven met reparatie en onderhoud als hoofdactiviteit, afvalbehandeling en recycling, alsmede sloop in de bouw en autogarages. Het zijn activiteiten die allemaal een hoge milieucategorie kennen van minimaal 3 en daarmee op een bedrijventerrein thuishoren. In deze sectoren telt Noord-Brabant ruim 5.000 vestigingen, waarvan er meer dan 2.100 op een bedrijventerrein zijn gevestigd. De vestigingen op in totaal 598 bedrijventerreinen hebben een gemiddelde vloeroppervlakte per werkzame persoon van 344 m² in bedrijfsgebouwen.”

Maar daarmee is de ruimtebehoefte voor circulaire activiteiten nog niet gedekt. Ook buiten de bedrijfsgebouwen is er volgens Rienstra ruimte nodig voor opslag en verwerking. “Passen we hierop de gemiddelde Ground Space Index [2] (footprint pand/terreinoppervlakte, red.) op de Brabantse bedrijventerreinen toe, dan gaat het gemiddeld op deze bedrijventerreinen om een index van 0.42. Met ander woorden: de ruimtebehoefte voor een terrein met bedrijfsgebouw, opslag en verwerking is 100/42=2.4 zo groot, oftewel 819 m² per werkzame persoon.”

Ontwikkelingsperspectief circulaire activiteiten in Nederland
Het ontwikkelingsperspectief voor circulaire activiteiten is in ons land niet ongunstig, al volgt deze groep economische activiteiten al jaren niet meer dan de landelijke werkgelegenheidsontwikkeling, stelt Rienstra. “Het aandeel van de totale werkgelegenheid schommelt in de door ons geselecteerde deelsectoren recycling en reparatie al jarenlang rond de 3.5 procent. De meeste nieuwe banen zijn ook in deze deelsectoren te vinden.”

Mocht dit aandeel ook in de komende jaren worden gecontinueerd, dan is er sprake van een groei van de werkgelegenheid in personen van gemiddeld 0,45 procent tot 2030. Het gaat dan in totaal om 218.300 werkzame personen in 2030. Dit resulteert in een additioneel ruimtegebruik bij gelijkblijvende ruimteproductiviteit van bijna 870 hectare. Met een werkgelegenheidsaandeel van 3,5 procent levert dit een aandeel in de totale ruimtebehoefte op bedrijventerreinen op van maximaal 16 procent [3] .”

Ook CE Delft stelt dat er meer vraag komt naar bedrijfsruimten met een hoge milieucategorie voor recyclingactiviteiten en naar locaties voor opslag van geretourneerde materialen. Het gaat hier volgens CE Delft bij voorkeur om goed bereikbare locaties en bij grote volumes is ook multimodale bereikbaarheid (weg, spoor en water) van belang. In de circulaire economie zal daarom voldoende ruimte beschikbaar moeten zijn voor locaties met een grote milieuruimte en een goede ontsluiting [4], stelt CE Delft Daarnaast zijn circulaire activiteiten vanwege hun milieubelasting doorgaans aangewezen op afgebakende bedrijventerreinen, aldus het onderzoeksinstituut.

Locatievoorkeur en kwalitatieve ruimtebehoefte
Rienstra verwacht dat de dynamiek (oprichtingen, uitbreidingen) zich bij circulaire activiteiten vooral op het lokale en regionale niveau richt, omdat op dat schaalniveau de kringlopen het gemakkelijkst gesloten kunnen worden en onnodige vervoersbewegingen kunnen worden voorkomen.

Bron: Rienstra/GIS, Hotspots (rood) van circulaire activiteiten op bedrijventerreinen (donkergroen) in de provincie Noord-Brabant

Dit blijkt ook uit zijn ‘regionale hot spot-analyse’ van circulaire activiteiten in Noord-Brabant: multimodale locaties op (deels) natte bedrijventerreinen genieten de voorkeur. In de provincie Noord-Brabant gaat het dan om het multifunctionele haven- en industrieterrein Moerdijk en de grotere (logistieke) bedrijventerreinen bij Eindhoven, Tilburg-Waalwijk en andere grote en middelgrote Brabantse steden. “Er is geen reden om te veronderstellen dat dit in de rest van Nederland anders ligt”, concludeert Rienstra. “Wellicht kunnen incourante kantoorgebouwen op HMC3+-terreinen langs snelwegen, niet aantrekkelijk voor omzetting naar wonen, worden getransformeerd naar circulaire economielocaties. Bereikbaarheid over de weg en voldoende milieuruimte zijn dan in ieder geval gegarandeerd” [5].

[1] Bron: CBS, Economische indicatoren circulaire economie 2001-2019, februari 2022 en CBS, Circulaire activiteiten in Noord-Brabant, naar aantal vestigingen in 2010-2017, oktober 2019
[2] Bron: PBL/RUDIFUN 2.0, juni 2022
[3] Uitgaande van een ruimtebehoefte van 5.500 hectare bedrijventerreinen (BCI/EIB, december 2019)
[4] Bron: CE Delft, Ruimtelijke effecten van de circulaire economie, maart 2022
[5] Uit eerder onderzoek door Gerlof Rienstra (juli 2022) is gebleken dat het om bijna 15% kantoorruimte op HMC3+-terreinen gaat.



Reacties


Laatste nieuws