The Natural Pavilion: het gebouw van de toekomst?

The Natural Pavilion van de Rijksoverheid valt meteen op als je de Floriade Expo 2022 in Almere binnenloopt. Een imposant houten paviljoen van 1000 m² dat voor 95% uit bio-based materiaal is gebouwd. Architectuurstudio DP6 had 9 maanden de tijd om het project uit de grond te stampen. Vastgoedjournaal is langsgegaan om erachter te komen hoe ze dat gedaan hebben en wat ze ervan geleerd hebben.

De problemen voor de bouwsector stapelen zich steeds meer op. De woningcrisis is in volle gang en de bouw- en materiaalkosten rijzen de pan uit. Tegelijk worden wet- en milieuregelwetgeving wat betreft CO2- en stikstofuitstoot alsmaar strenger. Met The Natural Pavilion willen de makers laten zien dat het allemaal makkelijker en goedkoper kan. En dat niet alleen, maar ook beter, sneller, efficiënter en een stuk duurzamer. Tijdens een bijeenkomst op de Floriade legden Dick van Gunst, architect-directeur en partner bij DP6 Architectuurstudio en architect Harrie Hupperts, verantwoordelijk voor het ontwerp van het gebouw, uit hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen.

Maar allereerst een rondleiding: direct als je The Natural Pavilion binnenloopt merk je meteen de geur van hout op. Het is net alsof je op een kleddernatte dag door een bos loopt. “Een happy accident,” zegt Dick van Gunst. “Het feit dat het naar hout ruikt hadden we niet zien aankomen, maar het is natuurlijk allemaal onderdeel van wat we proberen te bereiken.” In het paviljoen zelf staan verschillende tentoonstellingen die ook met duurzaamheid te maken hebben.

Gekweekt vlees en Dodo Nuggets
Denk aan Bistro in Vitro, ’s werelds eerste kweekvlees restaurant. Ooit willen weten hoe Lady Gaga smaakt? Volgens het restaurant zal dat in de toekomst mogelijk zijn met ‘Celebrity Cubes’. Deze ‘hapjes’ zijn gemaakt uit de stamcellen van beroemdheden. Of heb je wellicht meer zin in een gefrituurde Dodo Nugget? In het natuurhistorisch museum staat een gedroogd exemplaar van het uitgestorven dier waardoor we wellicht zouden kunnen weten hoe die ooit geproefd heeft.

Houten legohuis
Het begon allemaal in mei 2021. Gerben Kuipers van Noordereng Groep en opdrachtgever van het project, koos architectuurstudio DP6 om het ontwerp voor het paviljoen in korte tijd op papier te zetten. “Je hebt dus vanaf het begin tijd tekort. De vraag was of we binnen die tijd iets konden bedenken dat modulair, circulair, snel te bouwen, maar ook nog flexibel, parametrisch, energieneutraal en natuurinclusief was. Verder hoefde het nergens aan te voldoen,” grapt van Gunst. De architecten moesten de lat dus hoog leggen. Maar hoe krijg je zoiets binnen minder dan een jaar van de grond?

Kuipers heeft na het uitschrijven van de tender meteen contact gezocht met Staatsbosbeheer. Die is direct een proces gestart om boomstammen te selecteren voor de bouw. De boomstammen die in het paviljoen gebruikt zijn komen uit Emmeloord. Dit is bewust gekozen om de milieu-impact te beperken. Hier zijn uiteindelijk grote, massieve stammen van gemaakt van 18 bij 18 millimeter, waaruit uiteindelijke kubussen zijn gevormd (zie: kader Houtkern Bouwmethode). Deze kubussen zie je overal in het paviljoen terug. Het zijn net enorme houten legoblokken die in elkaar en op elkaar zijn gezet om uiteindelijk een houten legohuis te vormen.

Deze blokken worden bij elkaar gehouden door een zogenaamde stalen ‘knoop’. Die is zo gemaakt zodat de kubussen sterk en stevig genoeg waren en gestapeld konden worden. “Er ontstaat een soort raamwerk, een soort opslag van materiaal dat snel gebouwd kan worden maar ook snel uit elkaar gehaald kan worden,” aldus van Gunst. Net als een speelgoedhuis kan het interieur aangepast worden afhankelijk van de functie van het gebouw, bijvoorbeeld woningen, kantoren of een schoolgebouw.

Verder wordt vooral gebruikt gemaakt van hergebruikt materiaal. Zo komt het glas uit een gevel van een kantoor in Den Haag en het staal voor de knoop is gerecycled.

Regelgeving slaat door
Uiteraard botste het project met regelgevingen op. Het ontwerp zoals hij nu is, is namelijk (nog) niet geschikt voor woningbouw, terwijl dat uiteindelijk wel de bedoeling is. “Is de regelgeving niet een beetje doorgeslagen?”, vraagt van Gunst zich hardop af. “Er is te weinig ruimte voor efficiëntie en innovatie. Nederland heeft een vrij gunstig klimaat. Met dit paviljoen heb je door de combinatie van zoninval en zonwering bijna geen verwarming meer nodig. Maar de regelgeving biedt daar geen speling in."

Tijdens de rondleiding stond ook projectleider Alex Krösbacher stil bij het bewoonbaar maken van het project: “Het liefst hadden we iets langer de tijd gehad, zodat we het wel geschikt konden maken voor woningbouw. Maar met wat gesleutel aan het huidige ontwerp is dat zo opgelost. Ik zou dan graag weer het project willen leiden waarin uiteindelijk mensen ook echt in gaan wonen.”

Reizen of blijven?
Het paviljoen staat voor een halfjaar op de Floriade. In de allereerste pitch werd verteld dat het paviljoen zou gaan reizen naar vijf verschillende plekken om te laten zien dat Nederland zelf ook een fantastische houtvoorraad heeft. Maar er waren ook andere ideeën. Zo is Gerben Kuipers in gesprek met de gemeente Almere om te kijken of het gebouw juist moet blijven staan waar hij nu staat: “Op de plek waar we nu staan komt sowieso een nieuwe woonwijk. Het paviljoen staat er al, dus willen we kijken wat we nog moeten aanpassen om er appartementen van te maken,” aldus Hupperts.

Projectleider Alexander Krösbacher: “Het gebouw zoals hij nu staat voldoet niet aan de isolatie- en funderingsregelgeving. Maar als we de kans krijgen kunnen we dit makkelijk oplossen en ombouwen naar woningen. Dat is ook het fijne aan de manier waarop het gebouwd is, de blokjes kun je gewoon uit elkaar en weer in elkaar zetten.” Volgens Krösbacher kan het ook zeker betaalbaar: “We gebruiken vooral lokaal en hergebruikt materiaal, waardoor de kosten laag blijven. De woonunits zou dan fantastisch zijn voor bijvoorbeeld starters.”

De norm voorbij gaan
Volgens de architecten kan met deze methodiek de bouwtijd verkort worden tot zo’n 50%. Je zou dus in dezelfde tijd twee keer zo’n gebouw kunnen bouwen. De milieuprestatiescore van het paviljoen is 0,25, een van de laagste waardes die in Nederland gehaald is. “Als we meer de tijd hadden, was dat percentage nog lager geweest. Het is niet een ontwerp dat getoetst is op de norm, maar is juist ontworpen naar de norm toe en eroverheen,” sluit van Gunst af.

Al met al een bewonderingswaardig gebouw dat laat zien dat je ook met te weinig tijd toch iets moois neer kan zetten dat niet alleen hergebruikt kan worden, maar ook nog duurzaam is. Maar of we dit ontwerp ooit terug gaan zien in het straatbeeld van nieuwe woonwijken, is nog maar de vraag.



Reacties


Laatste nieuws