Hoge productiegroei bouwsector in 2022 en 2023 verwacht

De bouwproductie steeg het afgelopen jaar met 2%. De productie nam reëel met €1,5 miljard toe naar een niveau van €82 miljard en de werkgelegenheid nam met 7.000 arbeidsjaren toe. De vooruitzichten voor de korte termijn wijzen op een zeer dynamisch productiebeeld. Dit en volgend jaar wordt een sterke productiegroei verwacht van respectievelijk 5% en 4% per jaar.

De spanning op de bouwarbeidsmarkt zal hierdoor verder oplopen. Op middellange termijn is sprake van een robuuste groei van 2% per jaar vanaf een hoog productieniveau. De bouwarbeidsmarkt komt daarbij in rustiger vaarwater. Aanhoudende groei tot 2026 zorgt er niettemin voor dat de werkgelegenheid in dat jaar kan uitkomen op 500.000 voltijdbanen, het hoogste aantal in 45 jaar.

Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen studie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2022’.

Robuuste groei in 2021
Na een lichte krimp in 2020 nam de bouwproductie in het afgelopen jaar met 2% toe. Bezien over de gehele periode van de pandemie is sprake van een stabilisatie van de productie op een hoog niveau. Wel was op onderdelen sprake van grote veranderingen. Na een forse daling van de nieuwbouwproductie van zowel woningen als van utiliteitsgebouwen in 2020, keerden deze afgelopen jaar weer terug op het oude niveau van 2019. De terugval in 2020 had weinig te maken met corona, maar werd voornamelijk veroorzaakt door een terugval in de vergunningverlening in 2019 vanwege stikstof. De renovatie liet in beide sectoren een tegengesteld beeld zien. De coronapandemie zorgde hier juist in 2020 voor extra groei, waarna in 2021 de productie terugviel. De productie in de grond-, water- en wegenbouw is na een bescheiden groei in 2020 weer gedaald in het afgelopen jaar.

De spanning op de bouwarbeidsmarkt is in het afgelopen jaar verder toegenomen. De pandemie speelde hier een belangrijke rol. Het wegvallen van een betekenisvol deel van de buitenlandse arbeidskrachten en een zekere toename van het verzuim waren hier de belangrijkste factoren. De werkgelegenheid in de bouwnijverheid steeg met 1½% naar een niveau van 469.000 arbeidsjaren. Bij de werknemers nam het arbeidsvolume toe met 5.000 arbeidsjaren, bij zelfstandigen met 2.000 arbeidsjaren. Bij de uitzendarbeid, waaronder veel buitenlandse arbeidskrachten, was geen duidelijk herstel te zien na de scherpe terugval in 2020. Ondanks dat er voldoende werk is, houdt de pandemie arbeidskrachten vast in de belangrijkste landen van herkomst.

Dynamisch productiebeeld in 2022 en 2023
De totale bouwproductie groeit naar verwachting dit jaar met 5% en volgend jaar met 4%. Daarmee stijgt het totale productievolume in twee jaar tijd van €82 miljard naar €89 miljard. De hoogste groeicijfers worden gerealiseerd bij de woningnieuwbouw. De productie van nieuwbouwwoningen neemt dit jaar met 10% en in 2023 met 7% toe. De sterke vraag naar woningen en de forse prijsstijgingen bieden hiervoor gunstige condities. De extra financiële middelen vanuit het coalitieakkoord zorgen ook voor meer nieuwbouw, maar de betekenis ervan is beperkt. De middelen worden vooral ingezet om de consequenties op te vangen van de regulering met veel complexe binnenstedelijke projecten met veel hoogbouw en zware infrastructuur. De utiliteitsnieuwbouw kan dit jaar met ongeveer 4½% toenemen, waarna de productie in 2023 op dit niveau zal stabiliseren. De herstel en verbouw in de woning- en de utiliteitsbouw nemen in beide jaren met respectievelijk 4% en 5% per jaar toe, waarbij verduurzaming de belangrijkste factor achter de groei is. Met groeicijfers van respectievelijk 3% en 4% wint de gww na lange tijd weer aan dynamiek. De groei zit vooral bij de productie voor decentrale overheden en bij de energiebedrijven vanwege de energietransitie. Ook het onderhoud kan bij toenemende budgetten in deze jaren stevig groeien.

De werkgelegenheid in de bouw groeit dit jaar met 2% en in 2023 met 1½%. Bij de al gespannen arbeidsmarkt zal het veel inspanning vergen om tijdig voldoende personeel te werven. Onzeker is of de voorziene groei van buitenlandse arbeidskrachten wordt belemmerd door nieuwe ‘lockdowns’ in Nederland of in de herkomstlanden. In dat geval zal de spanning op de arbeidsmarkt nog verder oplopen.

Middellange termijn: robuuste groei, arbeidsmarkt in rustiger vaarwater
Met groeicijfers van gemiddeld 2% per jaar is het productiebeeld voor de bouw in de periode 2024-2026 robuust te noemen. Bij de woningbouw en de utiliteitsbouw wordt onder invloed van de verdere verduurzaming van de gebouwenvoorraad de meeste groei gerealiseerd bij de herstel en verbouw. Bij de nieuwbouw valt de groei duidelijk terug. Bij woningen groeit de nieuwbouw met 1½% per jaar, terwijl die bij utiliteits-gebouwen stabiliseert. Het aantal opgeleverde woningen loopt geleidelijk op naar 82.000, waarmee er ruimte is om het woningtekort in te lopen. De onderhouds-productie bij woningen en utiliteitsgebouwen volgt de structurele ontwikkeling. Met groeicijfers van 3% per jaar bij zowel de investeringen als het onderhoud realiseert de gww-sector op middellange termijn de hoogste groei. Omvangrijke maatschappelijke opgaven op het gebied van bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie en vervanging van infrastructuur in combinatie met extra budgetten bieden hier het perspectief.

De werkgelegenheid groeit met 1% per jaar. Tezamen met de vervangingsvraag op de bouwarbeidsmarkt van 9.500 arbeidskrachten per jaar is dit een overzichtelijke opgave die grotendeels uit de opleidingen kan worden gerealiseerd. Daarmee komt de bouwarbeidsmarkt op middellange termijn in rustiger vaarwater. De totale werkgelegenheid in de bouw komt in 2026 uit op 500.000 arbeidskrachten, het hoogste aantal van de afgelopen 45 jaar.



Reacties


Laatste nieuws