“Een eenduidig datastelsel, een helder einddoel en het normeren op werkelijk verbruik.” Martin Mooij, programmamanager Deltaplan Duurzame Renovatie van Dutch Green Building Council, weet wel wat er nodig is om de gebouwde omgeving sneller te verduurzamen. Die boodschap herhaalt hij overal in het land, en komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Mooij is met DGBC en tientallen marktpartijen al jaren aan de slag om de Nederlands vastgoed ingrijpend te verduurzamen en Paris Proof te maken. Tijdens dat proces loopt hij steeds tegen dezelfde problemen aan. Maar juist waar hij tegenaan loopt, is daarom ook de oplossing. 

Het Nederlandse energielandschap is op dit moment nog versnipperd. Niet alleen in aanbieders, netwerken en afnemers, maar ook in het in kaart brengen van het energieverbruik. Partijen meten op verschillende manieren en brengen dat ook op verschillende manieren in kaart. Op 1 mei moesten maatschappelijke sectoren aan het ministerie van Binnenlandse Zaken hun routekaarten naar de doelen van 2030 en 2050 voor hun sector presenteren. Twee daarvan zijn ook in het Deltaplan Duurzame Renovatie vertegenwoordigd: de sectoren zorg en onderwijs. Bij de vergelijking van de routekaarten bleek er een probleem te zijn: de routekaarten zijn lastig te vergelijken omdat de sectoren hun vraagstuk op verschillende manieren benaderen.

Heldere eindnorm

Voor DGBC was dit reden om opnieuw het belang van een helder einddoel, het normeren op werkelijk verbruik en een uniform datasysteem onder de aandacht te brengen. “Ik blijf de nadruk leggen op die drie aandachtspunten. Gelukkig bleek er veel draagvlak voor te zijn. In veel routekaarten van maatschappelijke sectoren zien we het werkelijk verbruik als indicator. Exact zoals het Deltaplan Duurzame Renovatie beoogt”, vertelt Mooij enthousiast. 

DGBC zal met de vertegenwoordigers uit de logistieke, kantoren- en retailsector routekaarten opstellen. In deze commerciële sectoren wordt steeds sterker op de afname in het energiegebruik en de daaraan verbonden CO2-emissie gestuurd. Vanuit het EU CRREM-project (Carbon Risk Real Estate Monitor) zijn zogenoemde 2 degree scenario’s opgesteld: doelstellingen voor beleggingsfondsen voor de afname van de CO2-impact van gebouwen. Ook internationaal krijgt de Energy Use Intensity benadering voeten aan de grond. In het Verenigd Koninkrijk heeft een Green Building Council recent een consultatie uitgevoerd naar het Paris Proof concept. Ook de Duitse GBC heeft eerder een vergelijkbare aanpak voor normen op het werkelijk verbruik gepresenteerd.

Eén getal
Sturen op werkelijk verbruik, het opzetten van een eenduidig datasysteem en het uitspreken van een helder einddoel zullen organisaties enorm helpen, is de Programmamanager van het Deltaplan van mening. “Zij kunnen dan routekaarten gaan maken om naar die spreekwoordelijke stip op de horizon toe te werken en deze monitoren. Zolang het niet duidelijk is waar gebouweigenaren naartoe moeten werken, zullen ze niet aan de slag gaan.” Mooij zit namens het Deltaplan Duurzame Renovatie daarom ook in de begeleidingsgroep van de Eindnorm 2050. "2050 is de stip op de horizon voor de energieprestatie van gebouwen. Die norm zal in kWh/m2 uitgedrukt worden, maar in het Klimaatakkoord wordt naar de NTA8800 (‘BENG-rekenregels’) verwezen die alleen over het gebouwgebonden en theoretisch verbruik gaan. Dat is niet zoals wij bepleiten. Als DGBC blijven wij ijveren voor één getal: werkelijk verbruik.”

Data is essentieel
Normeren op werkelijk verbruik, vraagt om data. Mooij begint te glimlachen als het onderwerp data op tafel komt: "Het Deltaplan Duurzame Renovatie is gebouwd op data. De Paris Proof getallen zijn afgeleid van het huidige werkelijk verbruik. Zonder inzicht in die cijfers was er überhaupt geen norm geweest met de titel Paris Proof. Zelf heb ik ontelbare uren door cijfers en rapporten zitten graven, getallen met elkaar vergeleken en naast elkaar gelegd en data geanalyseerd om tot de norm te komen. Dat was zoveel makkelijker geweest als verbruiksdata en overige gegevens van gebouwen geüniformeerd en openbaar beschikbaar waren geweest voor eigenaren en gebruikers. Het gaat ten eerste om het jaarlijkse verbruik en ten tweede om de meer gedetailleerde data, bijvoorbeeld per uur en kwartier. Er komt steeds meer slimme software die uit deze data gerichte adviezen kan genereren. De ervaring leert dat dit als snel tot 20% energiebesparing leidt.”

Communicatie tussen data
Op het eerste oog is de roep om een datasysteem een vreemde hulpkreet. Want er is ontzettend veel data in Nederland. Het probleem is echter niet de hoeveelheid of beschikbaarheid van de data, maar juist het gebrek aan een eenduidig datasysteem. “Er is behoefte aan een ‘regisseur’ die bepaalt welk eindgetal we gebruiken en welke getallen daarvoor nodig zijn.” Met een regisseur bedoelt hij niet per se een persoon, maar liever een systeem van afspraken tussen partijen. 



Benchmark

Zo’n systeem creëert bijvoorbeeld een benchmark waardoor iedereen in Nederland antwoord heeft op de vragen: ‘Waar sta ik nu met mijn gebouw? Moet ik verduurzamen? Werk ik al energiezuinig?’ Wat zijn goede voorbeelden die de toekomstige norm al wel halen en wat is daarvoor gedaan? De werkgroepen in het Deltaplan Duurzame Renovatie zijn al aan de slag gegaan. Er is een expertgroep Data & Monitoring in het leven geroepen en voor verschillende sectoren proberen we het energieverbruik snel inzichtelijk te maken en een benchmark op te stellen. Ondertussen heeft Mooij overal in het land zijn aanpak gedeeld en zal hij dat blijven doen. Zelf kan hij zijn verhaal inmiddels wel dromen, maar toch blijft hij onvermoeibaar zijn stokpaardjes herhalen. 

En de aanhouder wint. Mooij is dan ook blij verrast dat de oproep voor een uniform datastelsel toeneemt. Vanuit het Platform Duurzame Huisvesting is door TNO, Techniek Nederland en DWA een begin gemaakt. “Dat maakt straks echt het verschil.” Ook het Klimaatakkoord gaat straks een verschil maken. Daarin worden twee andere punten benoemd: de heldere eindnorm en het meten op werkelijk verbruik. “Hoewel het nog niet precies is zoals wij willen, is het natuurlijk hartstikke goed om te zien dat onze aanpak wordt omarmd.” Tegelijkertijd is DGBC houdt DGBC continu haar eigen aanpak tegen het licht. Samen met deskundige partijen berekent DGBC momenteel wat de voorstellen uit het Klimaatakkoord voor effect hebben op de plannen uit het Deltaplan Duurzame Renovatie. “Links of rechtsom: met de huidige tendens blijf ik ervan overtuigd: de gebouwde omgeving in Nederland op tijd Paris Proof, het kan wel.” 

Meer weten www.parisproof.nl

Reacties