Kantonrechter: opvolgende tijdelijke huurovereenkomsten ondermijnen de huurbescherming!

Afgelopen december heeft de kantonrechter in Overijssel een principiële uitspraak gedaan over de reikwijdte van huurbescherming en de nieuwe regels over tijdelijke huurovereenkomsten. Advocaat Jeroen Heuving legt in zijn artikel uit welke les verhuurders kunnen trekken.

Reacties

Het advies in deze bijdrage brengt risico’s met zich mee voor de verhuurder.
Stel een huurder heeft schriftelijk verklaard dat hij door het aangaan van de tweede tijdelijke huurovereenkomst afziet van zijn recht op huurbescherming en dat hij aan het einde van die huurovereenkomst de woning zal verlaten. Stel vervolgens dat deze huurder zich aan het eind van het tweede huurcontract toch op huurbescherming beroept en dat de verhuurder daarop ontruiming vordert bij de rechter.
Ik vrees dat de verhuurder dan aan het kortste eind trekt. De huurder die de woning nodig had, had geen keus toen hij de verklaring aflegde. Hij moest wel tekenen, want anders zou hij het tweede huurcontract niet hebben gekregen.
Het is riskant een dergelijke constructie aan te gaan.
Huib Hielkema

Geplaatst door Huib Hielkema op 12 maart 2018 om 17:37

Probleem is dat kantonrechters vaak een doelredening toepassen: het gewenste vonnis (lees: de huurder krijgt gelijk) is bekend en er wordt een redenering bij gezocht. Dus ook als de huurder gewaarschuwd wordt (kennelijk wordt die plots niet meer geacht de wet te kennen) zal de kantonrechter een andere reden vinden huurder in het gelijk te stellen.

Geplaatst door Jos Zijlmans op 29 maart 2018 om 15:07

Dossier Tijdelijke Huurcontracten