‘Back to normal, maar onzichtbaar anders’

Kennis- en innovatiemanager Jan Kadijk vraagt zich in onderstaande column af hoe de wereld er op kantoor uit zal zien als we straks weer terug mogen. 

Hoe gaan we straks terug naar kantoor? Het is een vraag die mij na drie weken thuiszitten wel bezighoudt. Ik ben er thuis wel klaar mee en heb er enorm veel zin in om weer op pad te gaan. De mens is niet gemaakt om alleen te werken, hoe gezellig het thuis soms ook is. Maar wat ga ik op kantoor aantreffen? Behalve een onzichtbaar virus zal er veel meer onzichtbaar veranderd zijn, vooral in ons hoofd.

Ik ben nog virusvrij (denk ik) en dat wil ik graag zo houden. Mijn woon-werk-afstand zit in de range die volgens de Fietsersbond heel goed fietsbaar is. Dat wist ik natuurlijk al lang maar de trein was makkelijker, hoewel het soms wel proppen was. Dat ga ik niet meer doen. In mijn hoofd is fietsen-naar-het-werk al onderdeel van mijn nieuwe dagelijkse routine geworden. In elk geval zolang het vaccin of de winter niet is ingetreden. Wat zal er nog meer anders zijn?

De wereld is onderhand in te delen in mensen die het al wel en mensen die het nog niet gehad hebben. Niks van te zien, maar je weet het wel. Ik heb onwillekeurig in mijn hoofd een lijstje bijgehouden van collega's die al vage of pittige klachten hebben gehad - en daarvan gelukkig zijn hersteld. Daar wil ik best naast zitten, graag zelfs. Hoe gaan we ons kantoor straks indelen? De flexplekken in de shared spaces zal ik voorlopig even mijden, alle aangescherpte schoonmaakprotocollen van de beheerder ten spijt. Ontstaan er in ons eigen kantoor twee nieuwe onbenoemde afdelingen, de afdeling-met-antilichamen en de afdeling-zonder-antilichamen?

Een clean-desk policy hadden we al jaren, maar het krijgt nu een letterlijke betekenis. Je bedenkt je wel twee keer voordat je op de werkplek van een ander gaat zitten. Je vraagt je af hoe vers de verse lucht is die uit de roosters neerdaalt. Je weet het simpelweg niet.

En tegelijkertijd weet je veel meer van wat je nooit had willen weten. Over de halfwaardetijd van een virus op plastic, roestvrijstaal en koper. Over de reisafstand van aerosolen bij het niezen. Maar ook over de minuscule druppeltjes, die bij het doorspoelen van het toilet airborn gaan en zo een fecaal-orale route mogelijk maken. En je realiseert je opeens dat je thuis wel maar op het werk geen deksel op de toiletpot hebt gezien.

Dystopisch angstbeeld of realistische vragen waar mensen mee rondlopen? Ik ga er gemakshalve maar even van uit dat mijn vragen bij iedereen ergens in het hoofd rondspoken. De virusvrijen zijn (gelukkig) in de meerderheid, maar daarmee zijn hun vragen, zorgen en angsten ook breed aanwezig.

Voor werkgevers, verhuurders en vastgoedeigenaren is het bieden van veiligheid en comfort aan werknemers die weer op kantoor aan het werk gaan straks een topprioriteit. Hoe gaan we mensen duidelijk maken dat de werkplek een veilige en gezonde plek is? Wat is de nieuwe, minimale hygiënestandaard op kantoor na Covid19? Hoe koppelen we wat we weten aan wat ons te doen staat, en wie is er eigenlijk aan zet? Vragen, vragen, vragen. Mark Rutte begon er ook al over, dat we het er over moeten hebben. Eerst maar eens polsen bij de collega's. Op afstand, veilig in Zoom."

Deze column werd geschreven door Jan Kadijk, kennis- en innovatiemanager

DGBC organiseert op 23 april in samenwerking met Atze Boerstra (BBA Binnenmilieu) en Francesco Franchimon (Franchimon ICM) een gratis webinar over COVID-19 maatregelen in gebouwen

Reacties

Lees onze special over Rotterdam Special